|
|
|
|
|
|
| Ik lag met jou in hetzelfde bed we sliepen wel rechtop Jij stak er net bovenuit vandaar jouw blauwe kop. |
|
|
Ik was stapel op jouw lange lijf |
|
| Laatst droomde ik de hele nacht aan een stuk door van jou. Jij werd mijn vriend mooi in het wit omdat ik van sleepasperges hou. |
|
|
Plots werd mijn droom
bruut verstoord |
|
| Wat wreed toch van zo’n hovenier ons zo uiteen te rukken. Ik heb jou daarna nooit meer gezien want ik lag bij de stukken. |
|
|
Weet je wat ik het gekke vind, |
|
|
|
|