de geschiedenis

Start
de geschiedenis
het Wegennet
het milieu
brandstof gebruik
de economie
de ANWB
Daf
het foto album

De geschiedenis van de auto.


De auto betekent eigenlijk gewoon in het Latijn (automobiel). Dat betekent "zelfvoortbewegend" of "zelfvoortbeweging". De auto is niet in een keer uitgevonden. De belangrijkste uitvinding die gedaan moest worden voor de ontwikkeling van de auto is de uitvinding van het wiel. De eerste auto had geen benzinemotor, geen gasmotor en geen stroommotor. Het werd aangedreven door vuurwerk.. Vuurwerk heeft een groot nadeel. Als de brandstof op is, doet de motor het niet meer. De eerste auto die dat probleem niet had is (officieel) de stoomauto, ontwikkeld door de Fransman Cugnot. Na dat de Fransman Cugnot een proefrit had gemaakt moest hij met zijn experimenten staken, omdat de Parijse autoriteiten niet zo blij waren met de auto: Cugnot reed met zijn eerste proefrit tegen een muur op (ontbraken er remmen?).

Het leger had wel belangstelling en zijn uitvinding en hebben er waarschijnlijk enkele kanontrekkers rondgereden.

De verbrandingsmotor was de volgende stap. De Fransman Lenoir (geboren in België) ontwikkelde in 1860 een simpele gasmotor, die zelfs gebruikt werd voor het opwekken van stroom.. Hiermee kreeg Parijs de allereerste elektrische straatverlichting in Europa (en het sindsdien het lichtstad van Europa) De gasmotor inspireerde veel mensen. De Duitse Otto bedacht een motor met 4, zogenaamde "takten" in 1862. Deze "Otto motor" noemen wij de 4-takt motor. Deze motor was de geboorte van de eerste echt auto. In Nederland zou de eerste echt auto met 4 wielen rond 1890. De auto was rond 1920 allen voor hoge geplaatste en rijke personen (meestal mannen).

In de jaren 70 was er een energie crisis. Dit was vooral voor de Amerikaanse auto industrie om zuinigere en kleinere auto's maken. Want de Amerikaanse auto's waren in de jaren 50 en 60 supergroot en hadden een 7.5 motor. Dat betekent gewoon een auto die zuipt 1 op 5 maar die wel veel PK had. PK betekent paarde kracht. En als je dan ging tanken was de tank de volgende dag al weer op. Dus was het goedkoper om kleinere auto's te maken.

Nu moet de auto aan veel voorwaarden denken die de overheid en de consument heeft bedacht. Als eerste de auto moet veilig zijn voor de passagier(s). Ten tweede de consument vind dat de auto er goed uitmoet zien maar dat is logisch en het moet een goede motor hebben. Nu hebben we verschillende soorten auto's. We hebben een stadsauto een sportauto terreinauto enz.


Rond 1950 was de auto voor haast iedereen. De auto was niet meer zo duur en de lonen gingen stijgen. Maar de mensen wouden een echte auto kopen. Een voorbeeld daarvan is een volkswagen Kever. Landen zoals Duitsland Engeland en Frankrijk gingen fabrieken bouwen die auto's moesten maken. Voorbeelden daarvan zijn BMW FIAT CITROi~N enz. In de jaren 60 werd veiligheid en de milieubeweging steeds belangrijker. Er kwamen vele ongelukken door gebrek aan veiligheid. En met de natuur ging het ook niet goed. Om een auto te mogen rijden moest je van de NL overheid een rijbewijs halen.
 

ga naar het foto album van de geschiedenis

Start | de geschiedenis | het Wegennet | het milieu | brandstof gebruik | de economie | de ANWB | Daf | het foto album

 copyright 2003 www.sector-auto.tk Koen Warffemius
Laatst bijgewerkt: 09 December 2003.