'Dogma's horen niet thuis in de duivensport' ABE in gesprek met Martin van Zon, Berkenwoude (NL) De duivensport kent vele plat getreden paden. Dogma's vieren hoogtij. De zaken worden gedaan zoals onze grootvaders het al deden. Het gaat goed dus waarom zouden we veranderen? Op zoek naar beter? Goed is toch goed genoeg? De liefhebbers die iedere dag op zoek zijn naar het waarom der dingen moeten met een lantaarntje gezocht worden. Doorgaans zijn dit de kampioenen van vele decennia. Zij creëren nieuwe inzichten, onderzoeken alles en behouden slechts het goede. Één van hen is Martin van Zon uit het Nederlandse Berkenwoude. Brieftaubensport International zocht hem voor u op. BUNDESLIGA Een leven lang werkte de 52-jarige Martin van Zon al als voorman in de natuurparken tussen Rotterdam en Utrecht. Hij is het type ruwe bolster, blanke pit. Hij neemt geen blad voor de mond, zegt waar het op staat en kan niet tegen onrecht. Hij leeft dicht bij de natuur en ontleent zijn wijsheden aan de natuurwetten. Dogma's zijn aan hem niet besteed. Wat door een ander als vanzelfsprekendheid wordt aangenomen, kan rekenen op de nieuwsgierige onderzoeksgeest van Martin. Op die manier blinkt hij al vele jaren uit in de duivensport. In alle disciplines heeft hij bewezen een hele grote te zijn. Of het nu ging om de dagvluchten, de overnachtfond of de jonge duivenraces, op alle onderdelen liet hij de concurrentie versteld staan. Voor een kampioenschap loopt hij dan ook al jaren niet warm meer. Ze zijn een logisch gevolg van zijn sterke spel maar geen doel. Hij beleeft tegenwoordig het meeste plezier aan zijn duiven als zij kettinguitslagen neerzetten op de dagvluchten voor de oude duiven. Dat is voor hem de Bundesliga in de duivensport. En zijn uitslagen liegen er inderdaad niet om: vanaf 1996 werden er ruim 40 eerste prijzen in groot verband gewonnen. Zes keer won hij zelfs de eerste twee prijzen en nog eens zes keer won hij zelfs de eerste drie of nog meer prijzen. Een kleine bloemlezing: Deinze 2.810 d. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, usw. (28/51); Peronne 2.674 d. 1, 2, 4, 9, 14, usw. (36/38); Pont St. Maxcence 2.588 d. 1, 3, 4, 6, 11, 12, 15, 17, 19, 29, usw. (32/54) Chantilly 2.750 d. 1, 2, 38, 44, 50, 51, 55, usw. (37/60); Pont St. Maxcence 3.454 d. 1, 2, 4, 16, 26, 37, 39, 62, 63, 64, usw. (30/42); Ablis 3.659 d. 1, 3, 20, 34, 65, usw (29/56). Zoals u kunt zien levert Martin van Zon prachtige prestaties. Hij doet dat op zijn geheel eigen, weldoordachte manier van duiven houden. 'De duivensport is een hele simpele sport maar er zitten een aantal principes in die je in acht moeten nemen wil je blijvend succes boeken', aldus Martin. Neem nu het voeren van de duiven. 'Veel liefhebbers voeren in het begin van de week een lichte mengeling. Aan het einde van de week verstrekken ze zwaar voer en werken zo naar een explosie toe. Ik vind dat helemaal fout. Een duif moet na een vlucht zo snel mogelijk weer in staat zijn om te trainen. Na de tweede voerbeurt moeten ze weer in de lucht staan. Dat betekent dat ze bij thuiskomst direct vliegmengeling verstrekt krijgen. Daardoor herstellen zij sneller van de inspanning die ze geleverd hebben. Kijk maar naar jezelf: als je een dag lang hard gewerkt hebt neem je ook geen genoegen met twee droge beschuitjes. Doordat de duiven sneller herstellen trainen ze harder en hebben ze weer meer eetlust. Het is een vicieuze cirkel waarin de psyche van de duif een belangrijke rol speelt. Als ze lekker in hun vel zitten gaat het allemaal vanzelf. Wel is het zo dat de hoeveelheid voer die de duiven krijgen steeds beperkt is. Ze krijgen zo veel dat ze eigenlijk nog wel een beetje meer lusten. Ik voer dus met een eetlepel. Met die hoeveelheid zullen de duiven in het begin van de week iets te kort komen, aan het eind van de week hebben ze er genoeg aan. Mijn duiven komen daardoor nooit afgevlogen thuis. Als er hier meerdere duiven tegelijk thuis komen, vliegen ze elkaar op de invliegplank al in de haren. Duiven die moe zijn doen dat niet.' THEORIE Kampioenschappen tellen voor Martin niet. 'Mijn enige drijfveer is te komen tot rasverbetering. Ik wil duiven kweken die sneller naar huis komen dan die van de concurrentie. Voor aanvulling van mijn duivensbestand klop ik dan ook alleen aan bij duivenliefhebbers die bewezen hebben dat zij meer kunnen dan anderen in dezelfde omgeving. Extreem goede duiven, daar draait het om. Als je die weet te bemachtigen dan maak je kettinguitslagen. Op een andere manier zal het je nooit lukken. Welke elementen zijn daarbij belangrijk? We hebben in de duivensport een ogentheorie, een vleugeltheorie, een kelentheorie en ga zo maar door. In al die theorieën schuilt een belang. De fout die liefhebbers maken is dat zij die theorieën isoleren. Je moet ze in samenhang met elkaar zien. Een duif is een complex geheel. De ideale duif is een duif die een goede stofwisseling heeft, die snel herstelt en die een goed zenuwstelsel heeft.' De psyche van een duif is belangrijk maar voor Martin tellen de fysieke eigenschappen minstens zo zwaar mee. Martin: 'Een duif kan in zijn kopje wel een crack zijn maar als hem de fysieke eigenschappen ontbreken dan heeft hij wel een probleem. Hij kan wel een keer vroeg vliegen maar niet meerdere keren achter elkaar. Bovendien slijt hij er dan van'. Het oog is volgens Martin één van de belangrijkste dingen van een duif. 'Je kunt er eigenlijk alles in zien: zijn gezondheid, conditie en kwaliteit. Hoe hoger een duif in het bloed zit, hoe hoogwaardiger ze zijn, hoe meer de kleuren geschilderd lijken te zijn. Het lijkt wel of de ogen 'dieper' zijn. De correlatie en bloedrijkdom is groter dan bij 'gewone' duiven. De kleuren doen daarbij niet terzake, het geldt ook voor zogenaamde witogers.' Daarnaast hecht Martin aan een goede spierkwaliteit. Het kundig beoordelen daarvan is niet iedereen gegeven maar Martin heeft de fijne kneepjes van wijlen zijn vader, destijds ook een begenadigd duivenliefhebber, geleerd. Martin: 'Een goede duif heeft spieren die onbegrensd zijn. Wat wil dat zeggen? Die spieren voelen aan als de binnenband van een fiets. Je kunt ze door middel van voeren 'oppompen' en je hebt niet het gevoel dat het ergens eindigt. Dat is overigens wat anders dan het dogma dat goede duiven weinig zouden eten. Veel kampioenen verkondigen dat. Maar dat is absoluut niet zo. Een goede duif wil eten. Die heeft namelijk een gezonde geest en wil dus trainen. Dat kost spierarbeid en dus energie. En voor het verkrijgen van energie is het nodig dat een duif eet. Zo simpel is dat.' TRAINEN Volgens Martin van Zon is er een verschil tussen het oefenen en trainen van de duiven. Trainen is het regime dat de liefhebber zijn duiven oplegt. Dat kan op twee manieren: verplicht trainen rond het hok of weg brengen. Bij dat laatste snijdt het mes aan twee kanten. De duiven leveren spierarbeid en hun oriëntatiezin wordt geprikkeld. Helaas is Martin niet in de omstandigheid dat hij dat veel kan doen maar het heeft zeker zijn voorkeur. Duiven oefenen wanneer zij gewoon de vrije vlucht rond het hok krijgen. Dat kost de duiven geen spierarbeid en is dus in het kader van de wedstrijdsport nutteloos. Martin: 'Een duif die niet traint komt niet in het wedstrijdritme en is uiteindelijk kansloos op de vluchten. Liefhebbers moeten zich echter wel realiseren dat niet iedere duif dat trainingsregime aan kan. Bij mij trainen de duiven twee keer per dag verplicht drie kwartier tot een uur. Dat leidt tot afvallers, tot duiven die het niet aan kunnen. Maar wat over blijft is des te sterker. Het is echter ook zo dat duiven niet langer moeten trainen. Er zijn liefhebbers die het fantastisch vinden als hun duiven anderhalf tot twee uur of soms nog langer achter elkaar trainen. Die mensen slaan de plank mis. Een duif heeft genoeg aan een trainingsbeurt van maximaal een uur. Gaat het langer duren dan vreet het teveel energie en zal het uiteindelijk mis gaan. Ik voorkom dan ook dat mijn duiven langer trainen. Na een uur roep ik ze binnen.' Wat Martin doet om zijn duiven gezond te houden? Tijdens het vliegseizoen krijgen de duiven één keer in de vier weken gedurende drie dagen een ontsmettingsmiddel. Het is een preparaat dat actief is ter voorkoming van trichomoniasis, ornithose en paratyfus. Het wordt samengesteld door een apotheker in België op basis van trimethoprim, dimetridazole en sulfaméthoxypyridazinesodique. Van een onverwachte extra nacht mand wordt Martin niet nerveus. Het is voor hem, in tegenstelling tot vele andere liefhebbers, geen aanleiding om een extra ontsmetting toe te passen. 'Al die chemische troep beïnvloedt de stofwisseling en gaat dus ten koste van de vorm. Je krijgt dus precies het tegenovergestelde van wat je beoogt', aldus Martin. In de wintermaanden ent Martin tegen paratyfus. De reden daarvoor is weldoordacht. Martin: 'Ik voorzie dat de medicijnen die beschikbaar zijn voor het bestrijden van deze ziekte, steeds minder effectief zullen worden. Dat komt omdat steeds meer liefhebbers tijdens het vliegseizoen preventief kuren tegen de coli. Dikwijls zelfs maar één dag. Dat doen ze met paratyfusmedicijnen. Het logische gevolg is dat de paratyfusbacterie in de nabije toekomst steeds meer resistent voor deze medicijnen zal worden. BEHAAGLIJK Als ik Martin van Zon bezoek is het guur en winderig weer. De wind giert over het Lage land. De bomen op het erf van Martin buigen diep door en de grond lijkt verzadigd van alle neerslag. Toch is er van de elementen in de hokken van Martin niet bijzonder veel te merken. Ondanks dat het plafond van de tuinhokken volledig uit gaas bestaat. Aan zuurstof dus geen gebrek. Het feit dat het toch niet onaangenaam in de hokken is wordt veroorzaakt doordat de kachel brandt! Martin: 'Ja, ik heb inderdaad mijn hokken verwarmd. Voor veel liefhebbers is dat vloeken in de kerk. En al helemaal buiten het vliegseizoen. Maar ook dat is zo'n dogma waar ik helemaal niets mee kan. Ik doe het simpelweg omdat de duiven zich er beter bij voelen. Kijk maar weer naar jezelf. Je voelt jezelf ook beter in een behaaglijk warme kamer dan in een klamme kelder. Zo is het ook met de duiven. En als ze zich goed voelen zullen ze eerder vorm krijgen dan wanneer ze de hele dag met de veren omhoog in een koud hok zitten.' En daar draait daar in Berkenwoude om: goede, gezonde duiven in vorm. Net als bij u thuis natuurlijk. Met dit kijkje in de keuken van Martin van Zon heeft u ongetwijfeld weer wat aangrijpingspunten gevonden om het allemaal nog beter te doen. |
Publicatie september 2001 |
Martin van Zon |