EVERY PICTURE TELLS A STORY ABE in gesprek met Peter en Zus Gijbels 'Every picture tells a story', zo componeerde popster Rod Stewart al in 1971. Ook vandaag de dag geldt: Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Serieus, nauwgezet, geduldig, teleurgesteld, leergierig; al deze stemmingen en eigenschappen zijn nodig om kampioen te worden én te blijven. Brieftaubensport International ging op zoek naar kampioenen die openhartig wilden praten over hun successen en teleurstellingen in de duivensport. Kampioenen die al decennia lang tonen uit het goede hout gesneden te zijn. Kampioenen waar iets van te leren valt. We kwamen terecht bij het echtpaar Peter (55) en Zus (53) Gijbels in het Nederlandse Reusel. Om serieus antwoord te krijgen op de vraag welke eigenschappen voor een duivenliefhebber van belang zijn om tot de kampioenen te kunnen behoren, zochten we kampioenen die al vele jaren de eerste viool spelen. En die voortkomen uit een familie waar het spelen in kampioensstijl geen unicum is. Vandaar dat mijn oog uiteindelijk viel op Peter en Zus Gijbels. Nu hun kinderen groot zijn en zij zelfs al opa en oma zijn is er in principe alle tijd voor de duiven. En zo kan het gebeuren dat zij zowel in 1995 en 1996 kampioen op de ééndaagse fond in de fondclub 'De Zuiderkempen' werden. Maar ook toen de kinderen nog kleiner waren en dus op het eerste plan kwamen, mochten de prestaties gezien worden. Als voorbeeld noem ik u de jaren 1987 en 1988 waarin zij aangewezen generaal kampioen van de fondclub 'De Zuiderkempen' werden. En al in 1979 wonnen zij de auto op nationaal Orleans met de jonge duiven. Peter Gijbels kreeg de duivensport van huis uit met de paplepel in gegeven. Vader Gijbels was nog één van de mede-oprichters van de duivenbond in Reusel. Aan vijf van zijn zestien kinderen gaf hij zijn passie voor de duivensport door. Aanvankelijk beoefende Peter de duivensport samen met zijn broers Bert en Wim. In 1976 is Peter voor zichzelf begonnen. Van meet af aan waren er de successen hoewel hij stevige concurrentie te duchten had van zijn broers Bert en Wim en schoonzus Lien die samen het tot over de landsgrenzen bekende Trio Gijbels vormen. Zus komt van oorsprong niet uit een duivenmelkersfamilie. Het plezier in de duivensport heeft ze dan ook pas in haar huwelijk opgedaan. Maar dat er een zekere aantrekkelijkheid van duivenliefhebbers uitgaat ondervond zij niet alleen. Ook twee van haar zussen huwden een duivenhouder. Één zocht zich Herman Borgmans (siehe Fachbeitrag Brieftaubensport International nr. 3) als partner. Een ander zus trouwde met Jan Heesters, de helft van de combinatie Gebroeders Heesters die in 1996 in Reusel negen eerste kampioenschappen won. Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Over geduld bijvoorbeeld. Peter: 'Geduld moet je in de duivensport zeker hebben. Maar hoe lang moet je geduld hebben? Je moet kritisch en weloverwogen handelen'. Zus vult hem aan: 'Neem nu onze St. Vincentduif. Die vloog ooit de eerste prijs van de overnachtvlucht St. Vincent. Dat was nooit gebeurt als wij geen geduld met die duif hadden gehad. Peter en Zus Gijbels hebben in hoofdzaak duiven voor de midfond en de eendaagse fond. Maar ooit kwam daar een fondduif bij via de Gebroeders Heesters. Die duif werd twee jaar op de midfond gespeeld. Zonder noemenswaardig resultaat. Toch bracht Peter Gijbels het geduld op om deze duif uit te laten groeien. Peter: 'Duiven van mijn eigen soort zou ik niet zo lang hebben gehouden zonder dat zij zich eens van voren zouden hebben laten zien. Maar je weet dat het fondsoort is en die moet je de tijd gunnen. Bovendien zag ik die duif graag. Duiven waar je niets in ziet moet je ook geen geduld mee hebben'. Uiteindelijk werd het beestje (NL84-8403991) op de overnachtvlucht Bergerac (850 km.) gezet. Om prompt een vroege prijs te winnen. Het jaar daarop werd ze op St.Vincent (990 km.) ingekorfd. In de fondclub 'De Zuiderkempen' scoorde ze de eerste prijs tegen 5600 duiven. Nationaal was dat de 11e. Het jaar daarop won ze de 59e nationaal van St. Vincent. Maar ook voor hun duiven die bestemd zijn voor de ééndaagse fond betrachten zij het nodige geduld. Zus: 'Alle jonge duiven die op Orleans (450 km.) en Bourges (550 km.) goed vliegen houden wij door. Als ze die vluchten als junior goed aan kunnen dan heb je daar als oude duif profijt van op de ééndaagse fond. Als jaarlingen hoeven ze niet echt veel te presteren. Natuurlijk moeten ze prijs vliegen als ze op een goede stand zitten. Pas als tweejarige moeten ze laten zien wat ze waard zijn. Maar dan ben je er dus al drie jaar mee bezig. Ook dat is geduld.' Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Over nauwgezetheid bijvoorbeeld. Peter Gijbels: 'Als je kampioen wilt worden moet je uiterst serieus met je duiven bezig zijn. Belangrijkste voorwaarde is dat de duiven niet ziek worden. Dat moet je nauwkeurig in de gaten houden. Dat moet je aan de duiven kunnen zien. Als je het duivenhok binnen gaat en je ziet niet dat er een duif ziek is dan zul je het nooit ver schoppen. Dan kun je misschien wel veel plezier aan de duivensport beleven maar kampioen zul je nooit worden.' Gezondheid achten Peter en Zus de belangrijkste voorwaarde voor succes. De duiven moeten glad zijn en opgeblazen aanvoelen. Dan worden ze met een gerust hart ingemand. Zulke duiven hebben vorm. In het belang van die gezondheid worden de hokken twee keer per dag gepoetst. De duiven krijgen bij thuiskomst van een vlucht een onsmettingsmiddel met wat druivesuiker in het drinkwater. Verder krijgen de duiven één keer per week vitamines. Alle duiven worden ieder jaar geënt tegen paramixo. De jonge duiven worden bovendien geënt tegen pokken. De hoeveelheid voer die een duif mag hebben wordt ook nauwgezet afgewogen. Belangrijk is dat de duiven goed luisteren. Doen ze dat niet dan wordt de hoeveelheid voer verminderd. Peter: 'Wij voeren een vast merk voer. Dat is niet de duurste mengeling maar zeker ook niet de goedkoopste. Ik spreek weleens liefhebbers die het goedkoopste voer geven wat er in de handel is. Maar die mannen schaffen dan wel dari, paddy, snoepzaad, en zo meer apart aan omdat dat niet in die mengeling zit. En dan wordt het voer ook duur.' Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Een serieus verhaal bijvoorbeeld. Want hoewel Peter en Zus goedlachse mensen zijn, weten zij heel nadrukkelijk wat zij willen: Kampioen zijn en blijven! En daar gaat alles voor aan de kant. Zus: 'Wat voor hobby of sport je ook doet, als het je niets doet om eerste te worden dan wordt je ook nooit eerste. Je moet echt heel serieus met je sport bezig zijn anders wordt je geen kampioen. Zeker niet hier in Reusel. Tijdens het vliegseizoen is het hier eerst de duiven, dan nog eens de duiven en dan de rest. Zo gaan wij pas na het vliegseizoen op vakantie. Dat hebben wij er graag voor over omdat het behalen van kampioenschappen ons zoveel genoegen schenkt!' Peter voegt daar in zijn sappige Kempische dialect aan toe: 'Ik speel voor de eer van het behalen van een eerste kampioenschap. Er zullen wel mensen zijn die zeggen dat wij slaaf zijn van onze duiven. Natuurlijk is het zo dat je niet zo maar weg kunt gaan. Daar kies je voor. Maar als je voetballer bent en je speelt in het eerste elftal dan moet je daar ook veel voor doen. Als je tenminste in het eerste wil blijven spelen. Zulke mensen zijn daar ook een seizoen lang iedere dag mee bezig. Peter en Zus Gijbels zijn dan misschien een beetje slaaf van hun duiven, verslaafd aan de duivensport zijn ze zeker niet. Ondanks de vele successen gedurende vele jaren zijn zij uitstekend in staat om de duivensport te relativeren. Peter: 'Als Zus en ik samen achter op de plaats op de duiven zitten te wachten dan praten we maar over één ding: duiven. Maar verder kan ik mijn gedachten prima van de duiven af zetten. Als je op een feestje zit dan heb je melkers genoeg die elkaar opzoeken en de hele avond over duiven praten. Dat zal ik nooit doen. Dat hoeft voor mij niet. En ik kan het ook niet. Mijn hobby zit thuis en niet op dat feestje.' Zus vult hem aan: 'Ook als hij op vakantie is zal hij nooit een duivenmelker opzoeken. Pas als we naar huis rijden en we komen in de buurt van Reusel dan vraagt hij zich af: 'hoe zal het met de duiven zijn?' En als we dan thuis komen en hij doet de huisdeur open en dan loopt hij regelrecht door naar het duivenhok. Want zo hard heeft hij het toch wel te pakken!' Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Een leergierig verhaal bijvoorbeeld. Peter Gijbels is niet iemand die veel in de boeken duikt. 'Ik heb wel een aantal duivenboeken maar niet te veel. Als ik een boek of een duivenkrant lees dan kom ik keer op keer tot de conclusie dat er niets in staat wat ik niet weet. Als je al zo lang duiven hebt als ik dan heb je alles al een keer mee gemaakt. Daarmee wil ik niet pretenderen dat ik verstand van duiven heb. Want dat heeft niemand.' Kampioen worden - en vooral kampioen blijven - is niet alleen een kwestie van talent. Veel kan worden geleerd. Of afgeleerd. Vandaar dat Peter Gijbels een goed duivenboek of een goede reportage in een krant voor veel liefhebbers van belang vindt. Maar leergierige liefhebbers raadt hij vooral aan om bij kampioenen op bezoek te gaan. Om met hen over duiven te praten, vragen te stellen. Maar vooral: om goed te kijken en te luisteren. Peter: 'Een liefhebber die goed luistert en er ook daadwerkelijk iets mee doet, daar heb ik plezier in. Die help ik graag.' Zus onderschrijft de mening van haar echtgenoot volledig. Maar zij heeft ook een bedenking: 'Liefhebbers die er alles voor willen doen, die zich honderd procent inzetten voor de duiven die komen er meestal wel. Maar er komen hier ook mensen die nooit een platte prijs spelen maar die wel komen vertellen hoe wij het moeten doen. Die mannen hebben altijd hun verhaal klaar, weten het altijd beter maar spelen zelf helemaal niks. Dat soort lieden valt niets te leren!' Elk portret vertelt zijn eigen verhaal. Over teleurstelling bijvoorbeeld. Peter Gijbels: 'Als ik niet goed speel ben ik bepaald niet opgewekt. Andere mensen zullen daar niet veel van merken maar ik kan heel teleurgesteld zijn. Vooral toen wij in 1995 pech hadden met de constateur waren we heel teleurgesteld. In dat jaar stonden wij op de midfond bovenaan voor het kampioenschap. Wij kregen op een ochtend bezoek uit Engeland. Die mensen bleven langer dan verwacht. Uiteindelijk hebben wij die mensen 's middags in ons beste engels de deur uitgewerkt. In grote haast heb ik toen alles klaar gezet. Al rap kwamen de duiven thuis: ik heb geklokt, geklokt en nog eens geklokt. Duiven kwamen die dag zo goed! Rats achter elkaar met de eerstgetekende voorop. Normaal kijkt ik nog wel eens op de constateur om te zien hoe laat of dat ik geklokt heb maar dat deed ik toen toevallig niet. Later, op de duivenvereniging, zag ik dat die klok om één uur was stil gevallen en dat alle duiven op dezelfde tijd waren geconstateerd. Ze waren in de vereniging vergeten om de klok op te winden. Ik neem dat die mensen niet kwalijk want wie merkt maakt fouten. Maar ik was wel diep ontgoocheld.' Zus: 'Nee, wij worden van zo'_ pechgeval niet chagrijnig van maar we zijn er in gedachten wel een week mee bezig geweest. Vooral omdat die vlucht eigenlijk als een sprookje verliep. De duiven kwamen zo geweldig. Het kon gewoon niet beter.' Ieder portret vertelt zijn eigen verhaal. Dat van opperste vrolijkheid bijvoorbeeld als het goed gaat. 'Dan maak ik hier over de vloer spontaan een dansje. Vrolijkheid laat ik blijken, ik heb dan echt plezier. Als er dan bezoek is dan hebben we spontaan feest', aldus Peter wiens gezicht bij de gedachte alleen al van oor tot oor begint te lachen. Maar Zus relativeert zijn vrolijkheid prompt: 'Als we al te enthousiast zijn en de vreugde niet op lijkt te kunnen dan worden wij dikwijls de week erop wel weer met twee benen op de grond gezet. Duiven zijn tenslotte dieren en geen machientjes. Dan weet je weer hoe betrekkelijk succes kan zijn. Je moet het iedere keer maar weer waar maken: week in week uit, jaar in jaar uit.' Groot feest is het ook als aan het einde van het seizoen bij de kampioenenhuldiging het hoogste podium beklommen mag worden. Zus: 'Toen wij voor de eerste keer generaal kampioen werden van de Zuiderkempen moesten we wachten tot de laatste uitslag in de brievenbus viel voor we zekerheid hadden. Want op de laatste vlucht kon er nog van alles veranderen. Peter heeft toen wel honderd keer gevraagd: 'Is de uitslag er? Nee? Misschien morgen dan'. Maar als hij er de dag daarop weer niet was dan keek hij alweer uit naar de dag erop. Toen de uitslag uiteindelijk kwam en wij inderdaad kampioen geworden bleken te zijn, heb ik met de kleinkinderen de vlag uitgehangen en hebben we de voeremmer voor het huis gezet met bloemen erin. Toen hij 's avonds thuis kwam was hij apetrots hoor! Peter kijkt bedachtzaam voor zich uit: 'Ja, daar ben ik dan trots op. Daar doe je het voor. Dan heb ik het best moeilijk hoor. Iedere keer weer, ondanks dat ik al zo vaak kampioen was. Dan schieten de tranen in mijn ogen van ontroering en vreugde! |
Publicatie mei 1998 |
Peter & Zus Gijbels |