SNELHEID ALS SPECIALITEIT ABE in gesprek met Jo Henst, Steensel Nederland staat bekend als het land van de fondliefhebbers en de fondduiven. En daar is waarschijnlijk niets te veel mee gezegd. Maar wat veel minder bekend is, is dat er ook tal van echte vitessespelers furore maken. Snelheidsfreaks die hun duiven laten schitteren op de vluchten tot 250 kilometer. Het vitessespel is een kunst op zich waarbij oriëntatie en snelheid aan elkaar worden gekoppeld. Brieftaubensport International bezocht zo'n speler die al jarenlang uitblinkt in deze discipline: Jo Henst uit Steensel. SNELHEIDSKAMPIOEN Jo Henst (61) is een duivenliefhebber zoals die er in de Kempen meer te vinden zijn. Geboren en getogen aan de Nederlands-Belgische grens, geniet hij al een leven lang van rust en natuur. Gastvrij en sympathiek in de omgang zijn Brabantse vanzelfsprekendheden. En uiteraard een voorkeur voor het aloude nestspel en uitblinkend op de vitessevluchten. 'Want', zo zegt hij, 'voor dat hele lange wachten heb ik geen geduld. Ooit heb ik het wel eens geprobeerd op de ééndaagse fondvluchten en met redelijk succes'. En misschien wordt Jo Henst ooit nog wel eens gedwongen om weer fond te gaan spelen doordat er steeds minder liefhebbers komen die bijgevolg over een groter gebied verspreid wonen. En niets is zo oneerlijk als vitessespel tussen liefhebbers die op flinke afstand van elkaar wonen. Om de kansen qua ligging zo eerlijk mogelijk te verdelen is er maar één oplossing: fond. Vooralsnog houdt Jo het echter vol overgave op het kortere werk. Daarin is hij, getuige onderstaande uitslagen, een echte crack. 2002 Haasrode 1.743 d. 1, 2, 22, 27, 33, 37, 45, 51, usw. (22/44) Houdeng 1.771 d. 9, 12, 13, 21, 50, 52, 59, usw (23/39) Haasrode 1.490 d. 2, 31, 70, 84, 120, 197, 211, usw. (15/35) Vervins 1.677 d. 2, 13, 15,, 23, 54, 64, 67, 77, 82, 83, usw. (23/38) Haasrode 1.387 d. 1, 2, 3, 30, 31, 32, 33, 95, usw. (25/46) Dat zijn voorwaar prachtige prestaties. En, wat meetelt, tegen een grote concurrentie. In het samenspel Bergeyk-Eersel leiden dergelijke prestaties al jarenlang tot een onafzienbare reeks kampioenschappen op de vitesse: 1997 1e, 1998 1e, 1999 1e, 2000 3e, en 2001 1e! Om dergelijke prestaties neer te kunnen zetten heb je volgens Jo Henst slechts twee dingen nodig: goede duiven en een goed verzorgingssysteem. VERZORGINGSSYSTEEM Bij het bestuderen van de uitslagen van Jo Henst bekruipt je de vraag of zijn duiven geen verdere afstanden aan kunnen. Zelf denkt hij van wel: 'Ik ben een enorme fan van Jos van Limpt-de Klak, de beste duivenliefhebber die ik ken. Ik vlieg dus ook met zijn soort. Bij tal van liefhebbers bewijzen die duiven dat zij op de midfond en ééndaagse fond 'kop' kunnen vliegen. Mijn wijze van verzorging zorgt er echter voor dat ze vooral uitblinken op de vitesse!' Het 'systeem Henst'bestaat uit: op het nest spelen, veelvuldig trainen en lichte kost. Vanaf begin maart start Jo met het twee keer daags trainen van zijn duiven. Daarbij worden zij met behulp van een vlag op het hok gedwongen een uur vliegen. 'Duiven die dat niet aan kunnen moet je sowieso verwijderen. Dat is waar veel liefhebbers de fout in gaan. Die laten zo'n duif lopen met als gevolg dat zij de rest van de klad ophouden. Het dagelijks trainen is belangrijk omdat de duiven zich aldus in conditie vliegen', aldus Jo. Tijdens de dagelijkse training ontwikkelen de duiven een flinke snelheid. 'Hoe harder de duiven vliegen, hoe beter de uitslag' weet Jo. De duiven zijn zo geconditioneerd dat zodra de vlag wordt weggehaald binnen 30 seconden alle duiven binnen zijn. Dat levert bij aankomst van een vlucht natuurlijk tijdwinst op want ook dan willen de duiven zo snel mogelijk binnen zijn. Daarnaast brengt Jo zijn duiven regelmatig weg voor een lapvluchtje van ongeveer 25 kilometer. 'Dat heeft vooral zin als de duiven rond het hok niet zo snel meer trainen. Of wanneer de duiven een slechte vlucht achter de rug hebben. Dan geeft zo'n kort vluchtje ze weer zelfvertrouwen Doordat de duiven op nest gespeeld worden en bovendien behoorlijk wat trainingsarbeid moeten verrichten, wordt er niet al te krap gevoerd. De vliegmengeling wordt echter aangevuld met 30% gerst. Zo ontstaat er een lichte kost die gaande weg de week steeds iets zwaarder wordt gemaakt door het percentage gerst te verminderen. De duiven worden in een gemeenschappelijk voerbak gevoederd. De duiven met een jong in het nest krijgen in hun broedhok uiteraard iets extra's. Jo Henst schroomt niet om naar een dierenarts te gaan als zijn duiven ziek zijn. Maar van gezonde duiven blijft hij echter met de medicijnpot af. Wel krijgen de duiven regelmatig twee prachtige natuurprodukten verstrekt. Het voer wordt iedere ochtend vochtig gemaakt met levende appelazijn. Appelazijn wordt verkregen door de suiker uit appels op natuurlijke wijze om te zetten in eerst alcohol en vervolgens azijnzuur. Het bevat veel kalium en ijzer. Appelazijn verzuurt de inhoud van het spijsverteringsstelsel en gaat daardoor de bacteriegroei (bijv. E-coli) tegen. Daarnaast geeft Jo zijn duiven op maandag honing van tijm (Thymus Vulgaris) over het voer. Tijm bevat veel etherische oliën en is antiseptisch, slijmoplossend, bronchiën verwijdend en heeft een krachtige antibacteriële en schimmelwerende werking. Jo Henst: 'Als duiven slijm in de keel hebben dan lost het van die tijmhoning veel beter op dan van medicijnen en het bevordert de conditie ook nog eens!' GO(EDE DUIVEN Een seizoen lang drijven, broeden en azen, daarnaast twee keer daags trainen en ieder weekend een vlucht afhaspelen. Je zou zeggen: de duiven moeten toch aan slijtage onderhevig zijn. Dat blijkt echter mee te vallen. Natuurlijk, de duiven die het strenge trainingsregime niet aan kunnen vallen af. En dat geldt ook voor de duiven die niet presteren. Maar wat overblijft, blijkt ijzersterk. Neem nu bijvoorbeeld de NL96-603, NL96-611 en NL96-639. Deze duiven namen in 2002 op zes-jarige leeftijd nog aan de vluchten deel en meldden zich vrijwel wekelijks op tijd present. De '603' won in 2001 nog 1e Houdeng tegen 1.299 Tb. (3/2.205 Tb.). In 2002 was zij goed voor 9 prijzen. De '611'scoorde in 2001 maar liefst 12 prijzen en in 2002 was hij goed voor 8 prijzen. De '639' bracht het in 2001 tot 6 prijzen en in 2002 tot 10 prijzen.. Aan de '603' kleeft overigens nog een bijzondere anekdote. In 1999 heeft Jo deze duivin een half seizoen lang op een jong gespeeld. Daar deed ze het miraculeus op. Dat kwam zo. Op een slecht moment bleef de doffer van de '603' weg van een vlucht. Bijgevolg moest de '603' zelf voor hun jong zorgen. Dat deed ze met veel aanhankelijkheid en de prestaties waren navenant. Na veertien dagen legde Jo er een tweede, kleiner jong bij. Toen bleek dat de '603'dit jong accepteerde, werd het grote jong weggehaald. Omdat de prestaties van de '603' prima bleven, werd iedere twee weken tot aan het einde van het seizoen het jong vervangen door een kleiner. Op die manier won zij dat seizoen 13 prijzen! Tegenover het veel jaren mee gaan van de duiven staat echter dat het aantal jaarlingen dat van meet af aan uitblinkt ieder jaar beperkt is. De duiven lijken wel beter te worden naarmate zij ouder zijn. Jo Henst: 'Dat ligt aan mij. Bij de selectie van de jonge duiven geef ik de voorkeur aan dieren die minimaal 50% prijs hebben gevlogen waaronder diverse keren 1:10. Als jonge duif hebben zij dan dus al serieus gepresteerd. De kans dat zulke junioren uitgroeien tot goede oude duiven is met zulke exemplaren het grootst. Als jaarling heb ik echter nogal wat compassie met ze. Een deel van de jaarlingen begin ik ook pas in augustus te spelen. Kwestie van niet alle eieren in één schaal leggen. Natuurlijk kan ik genieten van een jaarling die bij echt duivenweer aan de kop vliegt maar ik leg de lat voor jaarlingen niet te hoog. Zij moeten vooral uitgroeien en ervaring opdoen. Vanaf dat de duiven twee jaar zijn moeten zij echter presteren. Dan geldt er geen pardon meer. De belangrijkste factor om langdurig plezier van duiven te hebben is in mijn ogen echter het minimaal gebruik van medicijnen. Natuurlijk, mijn duiven krijgen ook een kuur tegen het geel. Maar verder blijf ik met medicijnen van gezonde duiven af. Doe je dat wel, dan gaat het zeker berg afwaarts. Dagelijks trainen maakt een duif beter, dagelijks medicijngebruik maakt een duif vroegtijdig kapot.' EPILOOG Jo Henst is een duivenliefhebber zoals die er meer te vinden zijn.Boordevol ambitie en steeds vervuld van nieuwe plannen. Toen ik hem vlak voor het vliegseizoen 2002 opzocht, was hij stellig van plan te laten zien dat zijn duiven meer kunnen dan korte afstanden afhaspelen. Door door een kleine aanpassing van zijn voederregime wilde hij meer dan voorheen excelleren op de halve fond. Of dat gelukt is? Oordeelt u zelf: Sezanne 1661 d. 3, 31, 44, 46, 62, 68, 76, 79, 83, 87, 94, usw. (32/42); Sezanne 1368 d. 7, 10, 14, 15, 19, 23, 34, 48, 52, usw. (24/38); Sezanne 919 d. 7, 25, 57, 64, 77, 90, 96, 119, 124, usw. (26/38); Troyes 754 d. 8, 24, 49, 50, 101, 107, usw. (16/34). Wat mij betreft: bepaald geen 'klein bier'. In 2002 korfde Jo Henst 433 duiven in. Maar liefst 276 duiven vlogen prijs, ofwel 64%. Ogenschijnlijk moeiteloos maakt Jo Henst zijn voor het seizoen uitgesproken ambitie waar. Niettemin liet Jo dit seizoen zien waar hij écht groot in is: de snelheidswedstrijden! |
Publicatie augustus 2002 |
Jo Henst |