TALENT, TRAINING EN VOEDING. ABE in gesprek met Alwin Petrie. Voor succes in de duivensport zijn veel factoren van belang. Hok, liefhebber, duiven, verzorging, ligging ten opzichte van de concurrentie, ze zijn allemaal van belang. Iedere liefhebber heeft zijn eigen opinie en legt zijn eigen accenten. Talent, training en voeding zijn succesvoorwaarden bij de Oost-Nederlandse kampioen Alwin Petrie uit Brummen. Brieftaubensport International vroeg hem naar de details van zijn succesformule. TALENT Het talent van de 33 jaar jonge Alwin Petrie staat buiten kijf. Al als jongeling zag hij kans om zich in de kijker de spelen met aansprekende resultaten. En dat in een omgeving waarin aan goede spelers geen gebrek is: de familie Eijerkamp, Bertie Camphuis, Cees Suykerbuyk, Marcel Sangers, Peter van Os, en zo verder. Ook anno 2002 speelde Alwin Petrie als de kampioen met de grote 'K'. Een kleine bloemlezing uit zijn uitslagen van dat jaar bewijst dit: Tessenderloo 9.225 d.2, 25, 32, 34, 62, 116, 123, 133, enz. (21/27) Heverlee 9.888 d.5, 6, 8, 41, 143, 219, enz. (21/27) Peronne 5.645 d.15, 16, 27, 44, enz. (12/14) St. Ghilsain 7.386 d.1, 17, 30, 33, 34, 68, enz. (19/24) Bourges 2.665 d.6, 10, 11, 17, 29, 50, 65, 83, enz. (16/17) St. Ghislain11.591 d.1, 3, 38, 61, 78, enz. (21/25) Houdeng 1.264 d.4, 8, 11, 19, 22, 35, 43, 46, 47, 68, 70, enz. (30/42) Met zulke uitslagen tegen dergelijke grote en sterke concurrentie kan het niet anders of Alwin's duiven staan bol van talent. Kijkend naar hun komaf is dat dus ook niet verwonderlijk. Zowel in 1986 als in 1989 kocht hij bij Cees Suykerbuyk een volledige ronde jongen. Suykerbuyk, een kampioen van het eerste uur, werd vermaard als de speler van de NL83-1774007, alias 'James Bond' die maar liefst vier eerste prijzen in groot verband won en die in 1984 de beste midfondduif van Nederland werd. Nadien werd hij getransfereerd naar het kweekcentrum Eijerkamp waar hij furore vierde als kweker. 'James Bond' was een volle neef van de beroemde '05' (NL77-476105) van Bertie Camphuis die in 1981 de beste midfondduif van Nederland werd. Met de bij Suykerbuyk aangeschafte duiven is Alwin Petrie tot op de dag van vandaag uitermate succesvol. De stamvader van de huidige kolonie is de 'Blauwe 20' (NL91-5018720). Deze prachtige doffer is een zoon van het koppel 'Broer Glamourboy' (7x 1ste waaronder 1e semi-nat. Etampes tegen 13.842 duiven) x een dochter van de fameuze '05' van Camphuis. De 'Blauwe 20' beschikt over een uitzonderlijk overervingpotentieel. Inmiddels winnen nazaten tot in de 5e generatie 1e prijzen! 'Porsche Bond' (NL93-1990328) is één van zijn beroemdste nazaten. Deze rechtstreekse zoon won twee keer een eerste prijs. 'Mister Bond' (NL98-5834502), een kleinzoon van deze superkweker, totaliseerde zes eerste prijzen waaronder de 1e semi-nat. Bourges tegen 10.221 duiven. De huidige vaandeldrager van het vlieghok van Alwin Petrie is het 'Wonder van Zutphen' (NL00-5012763). Deze doffer uit de lijn van 'James Bond' werd zowel in 2001 als in 2002 asduif van de c.c. Zutphen en omstreken. Hij won o.a. 5e Houdeng 8.498 d., 5e Boxtel 4.707 d., 5e St. Ghislain 3.224 d., 6e Bourges 2.665 d., 25e Maaseik 13.176 d. en 27e Boxtel 13.748 d.! Aan talent dus geen gebrek bij deze top liefhebber. TRAINING Talent zonder training leidt tot niets en is, op de keper beschouwd, misschien wel minder waard dan training zonder talent. En dus koppelt Alwin Petrie het in stand houden van een talentvolle duivenstam aan een ijzeren trainingsvorm. Wie dat trainingsprogramma niet kan volgen is gedoemd te verdwijnen. Voor de duiven die wel in staat blijken deze trainingsarbeid te vervullen, lijkt het een vanzelfsprekendheid in het dagelijks bestaan. Hun 'mind' is zo geprogrammeerd dat trainen 'moet'. Het in stand houden van de stam doet Alwin door veel te kweken en veel te spelen. En vervolgens met ijzeren hand te selecteren. Bij aanvang van het seizoen 2003 zaten er dertig vliegduiven op het hok. Daarvan waren er zestien jaarling die als jonge duif stuk voor stuk ten minste zes prijzen hadden verdiend. De veertien overjarige duiven wonnen in 2002 ieder vijftien prijzen of meer. Kunt u zeggen dat u de later hoger legt? Waarschijnlijk niet! Voor Alwin is de training de basis van het succes. 'Door training krijg je superconditie. Laat een getalenteerd team als F.C. Bayern München na de zomervakantie direct spelen tegen een team dat al zes weken in voorbereiding is en ze zullen het gegarandeerd moet afleggen. Eenmaal terug in training zullen de rollen omgekeerd zijn. Het trainingsprogramma vangt eigenlijk al aan bij de jonge duiven. Bij mij komt er, als de duiven moeten trainen een vlag op het hok. Ik leer de duiven dat ze moeten vliegen zolang de vlag op het hok staat. Dat is dus een kwestie van opbouwen. Let wel: de duiven vliegen uiteindelijk niet omdat ze bang zijn voor de vlag maar omdat ze weten dat ze moeten vliegen zolang de vlag uit hangt. Het omgekeerde is dus ook waar: zodra ik de vlag weg haal, stormen de duiven naar binnen. Met name als de duiven thuis komen van een vlucht heb ik daar dus enorm veel profijt van. Vanaf begin maart begin ik met het trainen van mijn oude duiven. Dat begint met één kwartier per dag. Vervolgens wordt het opgebouwd tot twee keer per dag één uur vanaf de maand mei. De duif die dat niet kan volbrengen wordt acuut verwijderd. Niet drie weken later maar direct. 'Zo'n duif haalt het ritme het de ploeg en die kan ik dus missen als kiespijn. Dit zijn namelijk ook de duiven die op zaterdag steevast je laatste zijn. Haal zo'n duif van het hok en de andere duiven zullen het nauwelijks merken. Haal een crack van het hok en de duiven zijn van slag, de pikorde is aangetast', aldus Alwin. De duiven moeten uiteindelijk trainen uit weelde: ze moeten plezier hebben in het vliegen. De weduwnaars van Alwin Petrie klepperen niet. Die zul je nooit baltsend door de lucht zien gaan. Ze jagen door de lucht, ze ontwikkelen snelheid. Die hoor je langs scheren. Tijdens het vliegseizoen de duiven wegbrengen voor een lapvluchtje is er niet bij. 'Mijn duiven trainen in een uur meer dan wanneer ik ze 60 of 70 kilometer weg breng', aldus Alwin. Aan het eind van het vliegprogramma voor de oude duiven, eind juli, wordt er gas terug genomen. De ramen van de hokken gaan open en de duiven hoeven niet verplicht te trainen. Als gevolg daarvan loopt de conditie iets terug wat als voordeel heeft dat de duiven geen pennen stoten. Vervolgens wordt begin augustus de draad weer opgevat. Wederom is het trainen en nog eens trainen met als resultaat: klinkende uitslagen op de najaarsvluchten. Op deze wijze won 'Het Wonder van Zutphen' in 2002 maar liefst 20 prijzen! VOEDING Het ontwikkelen van talent is volgens de zienswijze van Alwin Petrie alleen mogelijk met een gedegen training. Maar dat betekent ook dat die training alleen mogelijk is met een goede, goed doordachte aangepaste voeding. Met zo'n 12 uur trainingsarbeid per week op hoge snelheid en van april tot en met juli op iedere zaterdag een vlucht van 100 tot 700 kilometer kan het niet anders of de Petrieduiven zijn echte grootverbruikers van energie. 'En dus moeten mijn duiven goed voer krijgen' aldus Alwin. 'Voer waar veel energie in zit en weinig belastende stoffen zoals eiwitten. Mijn duiven krijgen dus voer met weinig erwten en bonen. Ik gebruik de zogenaamde 'Solution' mengeling. Dit voer is samengesteld door een kennis van mij uit de paardenwereld. Daar is dit voer ontwikkeld voor de duursport. De toepassing is aangepast aan de duivensport en ik ben daar erg tevreden over. Aan dit voer zijn extra vitaminen, mineralen en vetten in de vorm van koud geperste oliën toegevoegd.' Het dagelijks rantsoen van de duiven bestaat voor ongeveer 25% uit dit speciaalvoeder. De andere 75% is zodanig samengesteld dat de duiven het nodige aan onderhoud aan het lichaam te kunnen. Tegelijkertijd maakt het de duiven hyperactief: 30% maïs, 10% cardi, 10% milo, 10% dari, 7% rijst, 7% paddy, 5% tarwe, 5% sojabonen, 4% millet, 3% haver, 3% hennep, 3% witzaad en 3% zonnepitten. De duiven hebben aan dit systeem wel moeten wennen. Alwin: 'Ze kregen als het ware ontwenningsverschijnselen doordat zij niet of nauwelijks meer peulvruchten kregen. Dit kon ik zien aan de mest. Juist doordat die peulvruchten zo belastend zijn voor de spijsvertering wordt deze ontregeld wanneer je die plots niet meer geeft. Door periodiek toch wat peulvruchten te geven kon ik dit ondervangen. Inmiddels zijn ze er helemaal aan gewend en krijgen ze geen peulvruchten meer. Je krijgt er hele andere duiven door. Doordat het spijsverteringstelsel minder belast wordt, functioneren ze beter. De duiven zijn daardoor beter in conditie: ze zijn nooit te zwaar, de spieren voelen gezwollen aan, zitten altijd strak en het borstvlees is altijd blank.' De duiven krijgen iedere dag dezelfde hoeveelheid. Alwin Petrie voert de duiven dus niet op zoals veel liefhebbers doen. Want op die manier trainen ze maar tien minuten hard. Ze krijgen immers niet meer brandstof mee. De Petrieduiven kunnen de hele week door een uur hard trainen. EPILOOG Voor Alwin Petrie staat in de duivensport één ding voorop: goede duiven. Dat is het aller belangrijkste! Goede duiven zijn in de eerste plaats duiven die een natuurlijke gezondheid hebben, die niet snel ziek worden. Die eigenschap, ondersteund door een uitgekiende voeding, laat toe veel trainingsarbeid te verrichten. En duiven die zo gecoacht worden, die draaien hun hand niet om voor een vluchtje. Duiven die niet mee kunnen draaien in dat patroon dat zijn zwakkelingen. Daar moet je niet aan dokteren. Daar moet je ook geen geduld mee hebben. Die moet je op je hok geen plaats gunnen. Dergelijke duiven kunnen alleen overleven bij de gratie van de liefhebber. In de natuur zijn dergelijke duiven al heel snel een prooi voor hongerige rovers! |
Publicatie mei 2003 |
Alwin Petrie |