Publicatie juni 1995 |
Publicatie februari 2001 |
Marius Rietveld & zoon |
M. Rietveld & Zn., Lexmond, winnen met voorsprong Brive in rayon 5 Vrijdagmiddag 23 juni om 13.00 uur werden in het Zuid-Franse Brive de duiven gelost voor een overnachtvlucht van rayon 5/Centrum. Met een aanwakkerende noord tot noordoosten wind werden in Midden Nederland de eerste duiven pas halverwege de zaterdagochtend verwacht. Er meldde zich echter al heel vroeg een uitschieter. Marius (56) en zoon Mari (28) Rietveld uit Lexmond konden al om 06.46 uur hun NL93-2743109 klokken. Op een afstand van 800 km vliegt deze tweejarige weduwnaar zo’n tweeëneenhalf uur vooruit op zijn opvolger, een duif van clubgenootBen Kooiman uit Vianen. Vader en zoon Rietveld zijn er ontdaan van: ‘Je hoopt er altijd op, je droomt ervan. Maar als het je overkomt dan is de werkelijkheid nog mooier dan de droom!’ GEEN WEER VOOR NACHTVLIEGERS Het is vrijdagavond omstreeks 20.30 uur als Marius Rietveld en zijn vrouw op hun vakantieadres aan de Franse Middellandse-zeekust in de auto stappen om naar huis te gaan. Een pracht van een vakantie zit er weer op. Aanvankelijk was het plan om eerder die dag al de thuisreis aan te vangen en onderweg bij de lossing van de Brive-duiven te gaan kijken. Zo’n lossing is altijd weer een imposant gezicht. Zeker omdat Marius’zoon voor die vlucht ook een paar duifjes had ingekorfd. Dat uitstapje kon dan gecombineerd worden met het bekijken van de omgeving waar Marius zo’n 35 jaar geleden in militaire dienst had gelegen. Het warme weer deed hen van gedachte veranderen. De temperatuur liep die vrijdag op tot boven de 30 graden. Geen weer om in de auto te zitten en Marius besloot om onder de parasol te blijven en pas ’s nachts naar huis te rijden. Bovendien: onder die weersomstandigheden zouden de duiven niet vroeg arriveren zodat hij ruimschoots op tijd thuis zou zijn. Dat gevoel werd op de autobaan nog eens versterkt. Tot aan Dyon waaide er een fikse noorderstorm. Met twee handen aan het stuur moest hij de windvlagen opvangen. In Noord-Frankrijk werd de wind weliswaar wat minder straf maar in de Ardennen betrok de lucht en begon het te regenen. Neen, geen weer voor nachtvliegers. In België maakte Marius’ vrouw hem attent op een paar duiven die hier en daar op de lichtmasten van de autobaan zaten te slapen. Kennelijk duiven van een overnachtconcours, San Sebastiaan of misschien wel Brive. Tegen het ochtendgloren besloot Marius op een parkeerplaats nog even een uurtje slaap te pakken. In dit tempo doorrijdend zou hij om 06.30 uur thuis zijn maar dan kwam er van slapen ook niets meer. Bagage uitpakken, de wetenswaardigheden van de vakantie vertellen en vervolgens op de duiven wachten. Neen, het was maar beter om onderweg nog even een uiltje te knappen. Nog even terugdenkend aan de toch weinig comfortabele slaapplaats van die duiven op de lichtmasten, soesde hij weg. NOG NIETS GEMELD Ongeveer tegelijkertijd staat in het Zuid Hollandse Lekdorp Lexmond zoon Mari op. Normaliter doet ie dat op zaterdag pas rond een uur of acht. Maar vandaag wil hij de duiven verzorgd hebben voordat z’n vader en moeder thuis komen. Vorig jaar misten ze in de opwinding van hun thuiskomst bijna een vroege prijs en dat wil hij nu voorkomen. Gewoontegetrouw trekt hij de klep van de thuisgebleven weduwnaars open. Zij moeten binnenkort mee naar Dax en Montlucon. Even kijkt hij de met veel kabaal klapwiekende doffers tegen de halfbewolkte hemel na. Een moment trekken ze weg om vervolgens uit een andere richting weer terug te komen. Mari loopt het hok in. Het drinkwater wordt ververst. Vervolgens verplaatst hij zich op zijn hurken door het hok om het te kuisen. Inmiddels komen de weduwnaars weer naar binnen. Er duikelt er één op zijn rug die vervolgens via zijn hoofd in zijn broedhok springt. Een andere vliegt al koerend op zijn schouder. Een derde stuift op de grond. Vanuit zijn ooghoek ziet Mari dat het de ‘109’ is. Zijn hand met het schrapmes doet nog een haal maar stokt halverwege. Vervolgens begint diezelfde hand te trillen en valt het mes op de grond. De ‘109’? Dat kan niet, die is mee op Brive!. Als versteend zit Mari naar de koerende doffer te kijken. Dan vermant hij zich. Met trillende handen grijpt hij naar deze witpen die zich makkelijk laat opbeuren. Mari kijkt nog eens goed: ‘potverd… het is hem echt! Dat moet een vroege zijn!’ Dan krijgt hij plots haast. De gummi wordt van de poot getrokken en in een oogwenk staat de constateertijd op de display: 06.46 uur. ‘Dat moet een vroege zijn’, stamelt hij nog een aantal keren voor zich uit.. Dan vermant hij zich nog eens. ‘Welnee joh, als er bij hem één is dan zijn er elders misschien wel tien, twintig duiven. Aan de andere kant: specialisten als Ben Kooiman uit Vianen en Cor van Dijk uit Hagestijn hadden hem die avond ervoor nog verzekerd dat zij de eerste duiven pas rond 10 uur verwachten!’ Met trillende handen draait Mari vervolgens het telefoonnummer van de meldpost. Aan de andere kant van de lijn is Jan Zondag één en al ongeloof: ‘Dat kan niet, het is nog veel te vroeg. Er is nog geen duif gemeld!’ ‘Toch heb ik er één’, repliceert Mari maar hij moet het hok in lopen om zichzelf te geloven. Dan noteert Jan Zondag de nodige gegevens maar hij is er zo nerveus onder dat hij een paar minuten later nog eens terug belt om diezelfde gegevens nòg een keer te noteren. Als korte tijd later de duif en klok gecontroleerd worden, begint het écht bij Mari te dagen. ‘We winnen de eerste. En dat juist nu. Nu Pa niet thuis is.’ ZIJDEN DRAADJE De winnaar is een tweejarige, donkere kraswitpen. Zijn vader werd gekweekt uit duiven van sportvriend Hiemstra uit Vianen en Joost ‘”t Zijn de kleine dingen’ de Jong uit Willigen-Langerak. De moeder is afkomstig van clubgenoot de Wildt. Er stroomt nogal wat bloed in van de Duitse kanonnen Hermes und Neuhoff. Diverse winnaars op de grote fond staan er in de pedigree. Maar belangrijker dan een fantastische afstamming vinden Marius en Mari de prestaties. Het had maar heel weinig gescheeld of de ‘109’ had niet mee gekund naar Brive. Net als de andere weduwnaars was hij begin februari gekoppeld. Nadat hij één jong had grootgebracht werd hij midden april op weduwschap gezet. Omdat hij, juist vanwege zijn afstamming, voorbestemd was voor de overnachtfond, deed hij drie à vier voorbereidende vitesse/midfondvluchten. Op 26 mei stond zijn eerste overnachtvlucht van dit seizoen op het programma. Vanuit Ruffec won hij die dag de 176e van 1.340 duiven. Zijn volgende krachtproef zou Brive zijn en als voorbereiding daarop vloog hij op 11 juni nog een keer vanuit Creil (352 km.). De schrik sloeg de vader en zooncombinatie om het hart toen hun overnachttroef als laatste van dat concours arriveerde. Hij bleek een verwonding boven het oog te hebben. Vermoedelijk opgelopen bij een vechtpartijtje in de mand. Met zorg werd ver verwonding dag na dag behandeld. Juist op tijd voor Brive was de verwonding genezen. Alleen een paar uitstekende veertjes verraadden nog het eerder opgelopen letsel. Een lauw bad verhielp ook dat laatste euvel en vol vertrouwen werd hij ingekorfd voor Brive….. WELKOM THUIS Het is 8.15 uur als Marius Rietveld die zaterdagmorgen nietsvermoedend zijn auto bij zijn woning parkeert. Het weer is thuis beter dan in de Ardennen maar er staat nog steeds een flinke noordenwind. Terwijl hij gewoontegetrouw de horizon aftuurt hoort hij Mari bezig in het duivenhok. Eerst maar even de bagage uitpakken. Dan hebben we dat gehad. Dan komt Mari om het huis heen lopen. Nadat de duif was gecontroleerd had hij al een paar keer gekeken of zijn ouders al thuis waren. Tevergeefs overigens, tot dit moment. Terwijl hij naar zijn ouders loopt voelt Mari het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Lijkbleek ziet ie zijn ouders en met trillende handen moet hij zich vast houden. Geschrokken kijkt Marius hem aan. En dan, terwijl de tranen in Mari’s ogen schieten, stamelt hij: ‘Pa, we winnen de eerste van Brive!’ * * * * * Ongenaakbaar op hun specialiteit: de midfond Vader en zoon Rietveld, Lexmond Krachtig als Shiva, de hindoegod van de vernietiging, en Nemesis, de Griekse wraakgodin, samen. Mooi als de verzen van Sapfo, de dichteres uit Mytilene in de zesde eeuw. Onverzettelijk als de som van de Egyptische farao’s Nekoos en Sesostris. Om tegen op te zien als tegen de gestapelde Mount Everest en Mount McKinnley. Overdrijven is een kunst. Maar soms schieten superlatieven inderdaad te kort om de prestaties van een sportvriend te typeren. De echte midfondspelers in C.C.G.13/afdeling Midden Nederland zullen het beamen: de prestaties van Marius (61) en Mari (33) Rietveld uit Lexmond zijn op de middenafstand van eenzame klasse! STATISTIEK Veelvuldig deden deze M&M’s de verzamelde concurrentie naar adem snakken. Zagen de mannen die doorgaans om de grote brokken plegen te spelen hun eerste duif arriveren, dan was het niet zelden zo dat de beiden Rietvelden al een handvol of nog meer duiven aan hun constateersysteem voorbij zagen trekken. Geen wonder dus dat uw Orgaan niet draalde toen deze beide liefhebbers zich opgaven voor de rubriek ‘Specialisten gezocht’. In deze reportage wordt de vader/zoon combinatie aan de lezers voorgesteld. In 1998, 1999 en 2000 namen Marius en Mari, in het dagelijks leven fruithandelaren, deel aan 21 driehonderd kilometervluchten. Daarop korfden zij in totaal 554 duiven in waarvan er 278 (=50%) prijs vlogen bij een prijsverhouding van 1:5. Leggen we de lat iets hoger (prijsverhouding 1:10) dan scoren zij nog altijd een percentage 34 (=189 prijzen). Bij een verhouding van 1:100 wonnen zij 36 prijzen wat neer komt 6%. Op deze 21 vluchten wonnen zij 5x 1e, 1x 2e, 7x 3e, 5x 4e, 4x 5e, 5x 6e, 3x 7e, 1x 8e, 2x 9e en 2x 10e tegen gemiddeld 1.136 duiven. Dat zijn cijfers die tellen! Leg uw eigen statistiek ernaast, val niet van uw stoel en probeer daarna rustig weer op adem te komen. SUCCESSTORY De succes-story van vader en zoon Rietveld begint in feite met de NL88-2010312. Een duif krachtig als Shiva en Nemesis. Deze doffer won als jonge duif bij de Combinatie Hemert-Ouwerkerk in Nieuwendijk op nationaal Orleans de 9e….. Dit was in de Gouden Jaren van deze sympathieke combinatie en jonge duiven zoals de ‘312’ hadden ze bij bosjes. Dachten ze. En dus mocht hij verkocht worden aan de Rietvelden. Die wenden de jongeling over, gingen ermee spelen en hadden er een crack aan die zijn vorige bazen van kleur deden verschieten. Maar liefst vijftien eerste prijzen klepperde hij bij elkaar en hij maakte in die tijd in zijn eentje z’n nieuwe bazen aangewezen generaal kampioen in de toenmalige Kring Rivierenland. Zijn meest in het oog springende prestatie was in 1990 de eerste prijs in de Fondclub Utrecht op een lastige Etampes (432 km.) tegen 3.515 duiven. Zijn mega-prestaties ontgingen ook lieden met minder nobele bedoelingen niet. Hij werd uiteindelijk van het hok ontvreemd. De ‘312’ bleek niet alleen als vlieger zijn gewicht in goud waard. Ook als kweker mocht hij er zijn. Zijn genen zijn te vinden in bijna alle huidige toppers op het hok van Marius en Mari Rietveld. Zo werd de ‘312’ o.a. gekoppeld aan een duivin van Teun Versteeg uit Nieuwendijk. Een broer van deze duivin, de ‘074/94’, werd bij Versteeg o.a. duifkampioen op de vitesse en op de dagfond. In 1996 haalde hij teletekst met een 6e prijs op Chateauroux tegen 7.108 duiven. Uit deze koppeling werd de NL97-1565329 geboren. Deze kloeke donkerkras doffer won tot nu toe in de vereniging 5 eerste prijzen. In 1999 werd hij in de C.C.G. 13 1e duifkampioen midfond (met 6 prijzen op 7 vluchten) en in 2000 nog eens 6e duifkampioen midfond (met 7 op 7). Zijn mooiste prijzen in deze jaren: Station prijs aantal duiven Morlincourt 1 1345 d. Breteuil 1 883 d. St.Ghislain 4 2724 d. Niergnies 4 2883 d. Niergnies 7 1502 d. Niergnies 11 2609 d. Pnt.St.Max. 11 2150 d. Morlincourt 11 1182 d. Creil 12 814 d. Breteuil 21 1027 d. Uit de ‘312’ werd voorts met een kleindochter van de ‘Treuzelaar’ van de Combinatie Hemert-Ouwerkerk de NL91-2258498 gekweekt. Deze ‘498/91’ is op dit moment de vaandeldrager op het kweekhok van de Combinatie Rietveld. Met een dochter van de beroemde ‘Mickey’ (NL86-624700) van de Combinatie Hemert-Ouwerkerk werd de NL94-1470419 gekweekt. Deze ‘419/94’ is, zoals u verderop kunt lezen, de absolute favoriet van Marius en Mari Rietveld. Hij werd in 2000 op zesjarige leeftijd in de C.C.G. 13 nog 2e duifkampioen vitesse (6 van 7) en 3e duifkampioen midfond (6 van 7). Zijn meest indrukwekkende prijzen in de afgelopen twee jaar: Station prijs aantal duiven Pont St.Max. 3 2150 d. St. Quentin 4 1356 d. Niergnies 5 1502 d. Niergnies 6 2883 d. Morlincourt 6 1345 d. Breteuil 7 883 d. Niergnies 8 2609 d. Pont St.Max. 10 836 d. St. Quentin 12 2396 d. St.Ghislain 13 2724 d. Deze prachtige blauwe doffer gaf als nazaten onder meer de doffers NL97-1565398 en de NL99-2400518. De ‘398/97’ werd in 2000 4e duifkampioen vitesse (6 van 7) in de C.C.G. 13. Zijn mooiste prestaties in de afgelopen twee jaar: Station prijs aantal duiven Creil 1 814 d. Niergnies 2 2883 d. Chantilly 15 1042 d. De ‘518/99’ is wat je noemt een belofte voor de komende jaren. Hij zette in 2000 nadrukkelijk de toon. Zijn mooiste prestaties in 2000: Station prijs aantal duiven Chantilly 1 637 d. Pont St.Max. 5 2150 d. Chantilly 10 779 d. Morlincourt 12 998 d. Een zus van de ‘419/94’ is de NL97-1565396. Zij won o.a. een 1e prijs vanuit St. Ghislain (190 km.) tegen 5.130 duiven. Met een doffer (NL97-1565306; 1e prijs Laon 5.661 duiven) gekweekt uit duiven van alweer T. Versteeg uit Nieuwendijk werd zij moeder van het donkerkras doffertje NL98-1253141. Dit is dus inmiddels een achterkleinzoon van de ‘312/88’. Hij werd in 2000 5e duifkampioen midfond (met 7 van 7) in de C.C.G. 13. Zijn mooiste prestatie in 1999 en 2000 zagen er als volgt uit: Station prijs aantal duiven St. Quentin 1 1356 d. Morlincourt 3 998 d. Creil 3 814 d. Breteuil 9 883 d. Morlincourt 10 1345 d. Niergnies 11 1502 d. SYSTEEM Wanneer u, beste lezer, in bovenstaand stukje de draad niet bent kwijt geraakt heeft u welgeteld vier opeenvolgende generaties met uitstekende duiven genoteerd. Natuurlijk is het zo dat bij de jongste generatie duiven het erfelijk materiaal van de ‘312/88’ nog maar beperkt mee weegt. Want wie de complete pedigrees van deze duiven bestudeerd komt naast de ‘312/88’ nog andere puike duiven tegen die ook hun bijdrage aan de erfelijkse samenstelling van de huidige kolonie Rietveld hebben geleverd. Zo las u al de ‘Mickey’ (o.a. duifkampioen generaal kring Rivierenland) uit het ‘Wonderkoppel’ (NL81-106518 x NL81-106528) van de Combinatie Hemert-Ouwerkerk uit Nieuwendijk. Maar ook het kweekkoppel (NL90-5108330 x NL91-2471617) van Teun Versteeg uit Nieuwendijk dat maar liefst zestien 1e prijswinnaars heeft voortgebracht, telt mee. Niettemin vormde de ‘312/88’ toch het schisma tussen het kwakkelende verleden en de huidige kampioenenstatus van het hok Rietveld. Maar er is meer. De Combinatie Rietveld & zoon haalde eerder twee in het oog springende resultaten. U las reeds dat zij al eens aangewezen generaal kampioen van de toenmalige Kring Rivierenland waren. En in 1995 wonnen zij met voorsprong de overnachtvlucht Brive in rayon 5/Centrum. Maar zo hard als de duiven de afgelopen jaren kwamen, neen, zo hard kwamen ze nog nooit eerder. De oorzaak? Zelf houden Marius en Mari het op hun ‘systeem’. Mari: ‘Wij hebben een systeem van voeren ontwikkeld waarmee we kans zien om onze duiven het gehele jaar door op gewicht en in conditie te houden. Het heeft heel wat denkwerk gekost voordat we zover waren. We hebben heel wat afgeplust en gemind. Zo zijn wij tot een systeem van voeren gekomen waar wij in geloven, waar we aan vast houden ook als het eens wat minder gaat en mede op basis waarvan we de duiven selecteren. Dat systeem willen wij graag voor ons zelf houden. Niet omdat het zo wereldschokkend is maar wel omdat het ons, zo denken wij, een stapje voor op de concurrentie heeft gebracht. Wij weten dat die concurrentie maar wat graag ons systeem zou kopiëren. Dat willen wij niet en dus hebben wij ons voorgenomen om er nooit iets over te zeggen.’ Niets vertellen over het ‘systeem’? Daarvoor heb ik de hele reis naar het landelijke Lexmond natuurlijk niet gemaakt. Ik dring nadrukkelijk aan. Het geeft geen pas om de lezer in een artikel als dit deze informatie te onthouden. Maar Mari houdt voet bij stuk. Zelfs off-the-record wil hij zijn ‘geheim’ niet prijs geven. Even steekt er een ijzige wind op in mijn hoofd. Het is een storm van een kilte zoals de Mount Everest en de Mount McKinnley samen niet kennen. Wat heeft het voor zin om tijd te steken in een interview als de geïnterviewden niet tot de kern van de zaak willen komen? Ik sla mijn blocnote dicht en steek de ballpoint in de binnenzak. Maar zo snel als de ijzige storm in mijn hoofd opstak, zo snel maakt hij plaats voor een milde zomeravondbries. Ik blijk niet zo onverzettelijk als de Egyptische farao’s Nekoos en Sesostris. Het kan niet waar zijn, zo overtuig ik mijzelf. Het ‘systeem’ kan niet het verschil uitmaken. Het kan hooguit bijdragen aan de successen van dit vader & zoon koppel maar is er nooit louter en alleen verantwoordelijk voor. Marius en Mari Rietveld doen zichzelf tekort door zich te verschuilen achter hun ‘systeem’. PASSIE Als verslaggever kom ik al vele jaren bij tal van kampioenen over de vloer. Bij kampioenen van het moment maar ook bij kampioenen die al decennia lang aan de top staan. Of we het nu hebben over Jos van Limpt-de Klak, Lucie en Antoon van der Wegen of Steven van Breemen, zij staan in hun discipline al zins mensenheugenis aan de top. En ze houden er ieder hun eigen ‘systeem’ op na dat onderling net zo veel verschilt als de Koning van Lombardije met het paard van de schillenboer. Daar kan het in onze sport dus niet in zitten. Maar wat deze grootheden wel allemaal gemeen hebben is een enorme passie voor de duif en de duivensport. Een passie zoals Romeo voor zijn Julia, Johann Strauss voor de wals en Piet Kleine voor zijn schaatsen. Grote kampioenen denken in duiven, doen in duiven, ze zijn zelf een beetje duif. Ze staan er zogezegd mee op en gaan er mee naar bed. En het zou wel eens zo kunnen zijn dat die passie voor de duiven het verschil maakt tussen de kampioenen van altijd en het leger van goedwillenden die er nooit zullen komen. Ook bij de combinatie Rietveld zag en hoorde ik die passie. Dat is, in mijn ogen, veel belangrijker dan hun geheimzinnige systeem. Marius: ‘De laatste paar jaar maken wij meer werk van onze duiven. We steken er meer tijd in. Daarvoor gunden wij ons die tijd niet. Toen was het altijd werken en nog eens werken. De duiven schoten er nog wel eens bij in. Zo onder het mom van: het zal wel meevallen zaterdag. We vliegen even ons prijsje wel. Die houding hebben wij afgezworen. En we mogen niet verslappen want we zijn er nog niet. Als we nu verslappen zullen de prestaties weer terug uit gaan. Je moet in jezelf, de duiven en je systeem blijven geloven. Ook als het eens een weekje minder gaat. Dan kom je er wel!’ Mari vult hem aan. ‘Wij kochten duiven bij de Combinatie Hemert-Ouwerkerk en later bij Teun Versteeg uit Nieuwendijk. Daar kweekten wij van en dachten: ‘nu zijn we er’. Maar de prestaties gingen helemaal niet omhoog, ook deze duiven hielpen ons niet uit de middelmaat. Teun Versteeg leerde ons toen eigenlijk dat je meer aan duiven moet doen dan de manier waarop wij er mee bezig waren. Je moet er echt intens mee bezig zijn. In de winter komen bijvoorbeeld onze duiven niet los maar als de zon doorbreekt dan gaan de ramen open. Raakt het na een uur weer bewolkt dan loop ik naar achteren en gaan de ramen weer dicht. Ik neem tijdens het werk nooit koffiepauze. In plaats daarvan ga ik even bij de weduwnaars kijken. Dat kunnen wij doen omdat we ons werk aan huis hebben. Dat is gunstig in vergelijking tot iemand die van acht tot vijf op kantoor zit. Maar je moet het wel op kunnen brengen. Geen moment van de dag zijn de duiven uit mijn gedachten. Zelfs als ik aan het tuinieren ben of naar het toilet ga ben ik er mee bezig. Ieder detail probeer ik te doorgronden. Wat voor invloed heeft het op de prestaties? Daarmee zeg ik niet dat wij de wijsheid in pacht hebben. Integendeel, daar zijn wij de mensen niet naar. Maar de duivensport heeft voor mij de afgelopen jaren wel een extra dimensie gekregen door er zo intensief mee bezig te zijn.’ EISEN Aan welke eisen moet een goede duif voldoen? Marius Rietveld wrijft zich bedachtzaam over het aangezicht. ‘Tja, dat is moeilijk. De duif is een complex geheel. Belangrijk zijn de bouw, de vleugel, de spieren, het kompas. Het is allemaal belangrijk. Zonder een goed kompas zal een goed gebouwde duif geen eerste vliegen. Of het moet bij toeval op een honderd kilometervluchtje zijn. En een duif met een goed kompas wordt geen crack als hij niet de fysieke eigenschappen heeft om lang en snel te vliegen.’ Mari vult zijn vader aan. Bijna lyrisch, als de dichters Sapfo uit Mytilene: ‘Misschien is een goede natuurlijke gezondheid wel de belangrijkste eigenschap van een duif. Dat is met mensen net zo. Ben je gezond dan heb je een goede geest en een goede moraal. Voel je je niet lekker dan is dat allemaal minder. Het is een wisselwerking. Ben je slecht gehumeurd, zie het even niet zitten, heb je last van stress, dan slaat dat terug op het lichaam. Bij een duif is dat niet anders. Het ene soort duiven is gemakkelijker gezond te houden dan de andere. De kunst is om duiven met een goede gezondheid te ondersteunen met een goed systeem van verzorging. Wij hebben het geluk een stam duiven te bezitten die gemakkelijk gezond blijven. Maar die zijn ons niet aan komen waaien. Daar hebben we wel iets voor moeten doen. Wij hanteren nu een aantal jaren hetzelfde systeem van verzorging. Door vervolgens veel te kweken en streng te selecteren krijg je een stam duiven die voldoen aan onze eisen. Maar dat betekent wel dat wij iedere dag van het jaar bezig zijn met de selectie.’ Marius: ‘Wij willen dat onze kolonie duiven een eenheid is. Wanneer een duif daar niet in past, door zijn gedrag in negatieve zin opvalt, dan wordt hij uitgeselecteerd. Het kan gebeuren bij het inkorven dat wij besluiten om een duif in plaats van in te korven uit te selecteren. Duiven die bijvoorbeeld niet trainen moeten de kolonie verlaten. Een duif die niet strak zit evenzo. Ik moet geen ergernis aan een duif hebben. Vroeger was dat anders en hadden wij respijt met iedere duif. We keken dan naar de afstamming die natuurlijk altijd prachtig was, en dan lieten zo een weer lopen. Om na verloop van tijd toch weer teleurgesteld te raken door zo’n duif. Natuurlijk zie ik van een duif wel graag afwijkend gedrag in positieve zin. Duiven die spelen in de lucht zie ik graag.’ De Rietveldduiven moeten in hun geboortejaar al heel veel en verplicht trainen. Bij iedere vliegbeurt moet er minimaal een uur gevlogen worden. Niet omdat hun bazen aspiraties hebben op de jonge duivenvluchten maar omdat het langdurig trainen op die manier geïnternaliseerd wordt. Dat levert nogal wat afvallers op bij de junioren maar als oude duif weten zij niet beter of er moet getraind worden. De spierontwikkeling is volgens Mari Rietveld navenant. ‘Kijk naar atleten. Een goede spierontwikkeling is essentieel om te kunnen presteren. Die wordt alleen verkregen als er van jongs af aan getraind wordt. Zowel de oude als de jonge duiven worden voor de aanvang van de vluchten regelmatig ‘gelapt’. Mari: ‘Duiven komen altijd zoveel mogelijk in een koppel naar huis. Een koppel houdt altijd een ‘gemiddelde’ koers aan: ze zullen ongeveer in het midden van het gebied waar de duiven thuis horen arriveren. Omdat wij aan de rand van ons samenspel en de afdeling wonen hebben wij daar dus altijd een nadeel aan. Door de duiven te lappen hopen we ze te leren de koppel vroegtijdig te verlaten en de laatste 25 kilometer alleen af te leggen.’ In de winterdag blijven de duiven overigens hier opgesloten. Pas eind februari/begin maart mogen de duiven weer het luchtruim kiezen. De eerste week is het vrijheid blijheid, daarna gaat ‘de zweep’ erover. Dan staat de verplichte training weer op het programma. PERFECTIE De ideale duif? Mari krabt eens op zijn achterhoofd. ‘Dat is eigenlijk onze ‘419/94’. Die duif benaderd wat mij betreft de perfectie. We hebben inmiddels aardig wat goede duiven op ons hok zitten maar zoals de ‘419’ hebben we er maar één! Neem nou onze ‘329/97’ (PG: zie hierboven). Een fantastische doffer. Maar als hij bij een zuidwesten wind als eerste op ons hok arriveert dan weten wij dat we die dag geen eerste in de CCG of afdeling zullen spelen. Deze doffer heeft namelijk in verhouding een te brede broekvleugel waardoor hij net dat beetje extra snelheid mist om bij die omstandigheden een eerste te winnen. Bij een noordoosten wind heeft die duif daar geen hinder van en dan is hij ook een klasse apart. Dankzij sportvriend Martin van Zon die ons doordrong van het belang ervan, hebben wij inmiddels geleerd om bewuster met de kweek van onze beste duiven om te gaan. We proberen nu de mankementen die aan onze toppers zitten in de kweek er uit te krijgen zodat hun nakomelingen nog betere sportduiven worden. Aan de ‘329/97’ zullen wij dus alleen maar duivinnen koppelen die een zeer korte broekvleugel hebben. Zo proberen wij dat voor het nageslacht te compenseren. De ‘419’ daarentegen is in alle opzichten perfect. Die duif kent geen begrenzingen. Hij vliegt kop van 100 kilometer maar ook van 700 kilometer. Hij wringt in de hand, is middelmatig van grootte, peervormig en ietwat lang van model. Verder heeft hij een ideale vleugel, dat wil zeggen: lang van model met een korte broekvleugel. Door zijn model heeft hij een minimale hoeveelheid luchtweerstand tijdens het vliegen. Het lange type zorgt ervoor dat hij lange spieren heeft hetgeen bijdraagt aan een groter uithoudingsvermogen. Verder heeft hij ondanks zijn leeftijd nog steeds gladde neusdoppen waardoor hij bij vechtpartijtjes tijdens het transport naar de losplaats minder snel verwondingen oploopt. Zo’n duif is, mits goed verzorgd, tot veel in staat. Veel liefhebbers versleten ons voor gek dat we zo’n kanjer in 2000 op 6-jarige leeftijd nog gewoon speelden. Maar wij weten dat deze duif nog geen enkel teken van slijtage vertoond. Hij gedraagt zich nog als een jaarling. Daar kon niks mee. Als je de eigenschappen zoals van de ‘419/94’ in de kweek vast weet te houden moet dat leiden tot succes. Wij bewijzen dat onder meer met de ‘518/99’ (PG: NL99-2400518; zie hierboven). Deze zoon van de ‘419/94’ was als jaarling nog wat onregelmatig maar wij verwachten dat dat wel zal slijten op latere leeftijd. Maar hij vloog wel onvoorstelbaar veel kop. Bij aanvang van het seizoen bleef zijn vader hem ruimschoots voor. Op de laatste midfondvluchten was hij echter zijn vader te vlug af. Dat belooft dus nog wat voor de toekomst.’ Overigens wordt er door Marius en Mari veel gekweekt. De kweekduiven worden meerdere keren per jaar omgekoppeld en gedurende de gehele zomer worden er jongen geringd. Zij schatten dat ze het afgelopen jaar circa 250 jongen hebben gekweekt. Toch zullen ze zelden met meer dan 60 jonge duiven vliegen. Kwestie van veel en streng selecteren. Duiven die gebreken vertonen, niet in de groep passen of ziek worden, worden zonder meer verwijderd. KUREN Zoals hierboven al aangegeven, de Rietveldduiven komen in de winterdag niet los. Toch waken zij ervoor dat hun duiven te vet worden. ‘Onze duiven dragen ook in de winter geen grammetje nodeloos vet met zich mee. Dat was vroeger wel anders maar tegenwoordig hebben wij dat goed onder de knie. Mogen ze in het voorjaar weer los dan zijn een paar gedwongen vliegbeurten voldoende om ze per vliegbeurt weer minimaal een uur te laten trainen. Kwestie van jong geleerd is oud gedaan. We zitten dan wel al vlak voor het vliegseizoen en het duurt dan nog even voordat de echte vorm er is. De eerste drie, vier vluchten zijn dan ook doorgaans niet onze beste vluchten. Maar wij hebben steeds het vertrouwen dat het wel goed komt’. Aldus Mari. Er komt dan ook bepaald niet iedere week een kuurtje in het water. Tijdens het vliegseizoen staat er eens in de vier, vijf weken een ontsmettingsmiddel op het menu. Moeten de duiven al eens een extra nachtje overblijven in de mand dan wordt dit iets geïntensiveerd. Mari: ‘Wij proberen het verstrekken van medicijnen zoveel mogelijk te beperken. Een sterke, gezonde duif kan veel hebben. Hij vertelt je zelf wanneer hij iets nodig heeft. Maar daarvoor moet je hem wel nauwgezet iedere dag volgen. Overigens wordt een ornithosekuur altijd via het drinkwater gegeven, het middeltje tegen trichomoniasis over het voer.’ Natuurlijk staat bij de Combinatie Rietveld en zoon jaarlijks de verplichte enting tegen paramixo op het program. Tot voor een paar jaar werden de duiven ook nog eens geënt tegen pokken maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer en tot op heden zonder schadelijke gevolgen. Wel wordt er hedendaags in de winterdag preventief en langdurig gekuurd tegen paratyfus. Verder wordt er ‘s winters veelvuldig thee verstrekt. Mari: ‘Onze drinkbakken zijn helemaal bruin uitgeslagen van de thee’. HOK Vader en zoon Rietveld beschikken over een fabriekshok dat in een L-vorm achter hun bedrijfsgebouwen in een appelboomgaard en met een wijds uitzicht is gebouwd. Het staat circa 50 centimeter van de grond op een fundering. Het hok is 2,50 meter diep en verdeeld in verschillende afdelingen. Voor iedere afdeling loopt een gang. Het front van de vleugel voor de weduwnaars is gericht op het zuidoosten, die van de jonge duiven en een klein deel weduwnaars op het zuidwesten. Een deel van het plafond is open ten behoeve van de verluchting. Bovendien zijn er in het met pannen gedekte dak een forse rij glazendakpannen opgenomen zodat de zon ook langs die weg binnen kan komen. Voor het jonge duivenhok is een bouwsel aangebracht dat het midden houdt tussen een uit de kluiten gewassen spoetnik en een kleine ren. Essentie is dat de junioren kunnen genieten van een overmaat aan zuurstof. In de hoek van het duivenhok zijn de kweekduiven ondergebracht. Zij hebben aan de achterzijde van het hok een op het noordwesten gerichte ren waarin zij overdag kunnen vertoeven. Onder het hok zijn in de fundering enkele ontluchtingskokertjes aangebracht. Voor het overige zijn er geen maatregelen getroffen om het hok droog te houden. Er is dus geen verwarming aangebracht. Mari: ‘Wij kunnen het dus heus wel op het hok merken als het enkele dagen achter elkaar vochtig weer is. De mest van de duiven is dan bepaald platter dan wij graag zouden willen zien. Zolang wij echter de relatie met het vochtige weer kunnen leggen, maken wij ons daarover geen zorgen. Overigens zou vloerverwarming op de hokken helemaal niet slecht zijn. Je hoeft het er niet mee warm te stoken, liefst niet zelfs. Maar je vangt er wel de grootste temperatuurschommelingen ‘s nachts mee op en het hok blijft natuurlijk veel droger. Daar heb je op de eerste vitessevluchten in het vroege voorjaar ongetwijfeld voordeel van.’ SLOT Het mooiste van de duivensport? Mari is er uitgesproken over en zijn vader beaamt zijn stelling. ‘Natuurlijk is het contact met sportvrienden belangrijk. Hoewel het wederzijds helaas niet altijd gebeurd zullen wij een sportvriend die een eerste prijs voor onze neus wegkaapt altijd van harte gelukwensen. Simpelweg omdat wij iedereen succes gunnen. Maar we halen er tegelijkertijd de motivatie uit om de week erop weer de vroegste te zijn. Want daar putten wij toch het meeste plezier uit: de duiven die dingen te laten doen die je graag ziet: hard vliegen. Natuurlijk zijn het geen computers, er zijn grenzen aan wat duiven kunnen. Maar het is fantastisch als het lukt om het maximale uit een duif te halen zonder dat het diertje eronder leidt. Dat is voor ons de échte duivensport.’ Met die passie, beste lezers, krijg je prestaties die krachtig zijn als Shiva en Nemesis samen; mooi als de verzen van Sapfo; onverzettelijk als de som van Nekoos en Sesostris, en om tegen op te zien als tegen de gestapelde Mount Everest en Mount McKinnley. |