Onaangewezen generaal kampioen C.C.G. 12 - Afdeling 7/Midden Nederland

Jos de Ridder, Asperen


Iedere man heeft een obsessie nodig om van het leven te genieten.

En als dat een constructieve obsessie is, des te beter.


(Louis de Bernières in ‘Captain Corelli’s Mandolin’)



Waarschijnlijk zult bij het lezen van deze regels een tikje de wenkbrauwen fronsen. Moet dat nu? Zulke zware regels in een blad dat onderdeel is van een hobby en dus ontspanning moet bieden? Nee, natuurlijk niet. Maar toch is het een aardige ouverture om iemand die niet alleen een groot kampioen is maar ook een geïnspireerd organisatieman, bij u te introduceren.

Het is op het eerste gezicht niet goed te begrijpen hoe een begrip als ‘obsessie’, dat toch een negatieve klank heeft, in relatie gebracht kan worden met ‘genieten van het leven’. Obsessie betekent volgens Kramers woordenboek zoveel als: ‘kwellende gedachte die men zich niet uit het hoofd kan zetten’. Daar wordt je niet vrolijk van. Totdat je De Bernières boek hebt gelezen. Dan begint het te dagen. In zijn boekwerk waarin hij magistraal en doeltreffend de waanzin van een oorlog beschrijft wordt duidelijk dat een mens een leidende inspiratie nodig heeft om zin aan het bestaan te kunnen geven, om plezier aan het leven te beleven.

Niet alleen zijn hoofdrolspelers hadden dat, ook De Bernières kent zo’n obsessie. Zijn obsessie is schrijven. Met een gigantische woordenschat, verrassende zinswendingen en een uitgekiende verhaallijn die ontzet en ontroert, laat lachen en huilen, verbindt hij  in ‘Captain Corelli’s Mandolin’ persoonlijke drama’s met fatale wendingen in de geschiedenis. Mocht u, naast dit Orgaan, ooit nog eens iets anders willen lezen dan is dit boek een aanrader.

De man waar deze reportage om draait kent geen obsessies. Althans dat zegt hij zelf. Laten we zijn drijfveer daarom maar een ‘leidende inspiratie’ noemen. Jos de Ridder (56) was ooit een gerespecteerd handelaar in groenten, fruit en bloemen. “Ik wilde altijd de beste groenteman van Utrecht zijn. Dat heb ik bij alles wat ik doe. Ik hou niet van half werk”, aldus Jos. Nu de kinderen de zakelijke beslommeringen hebben overgenomen richt Jos zich met dezelfde ambitie op zijn duivenhobby. Én op het organisatiewerk in de duivensport want Jos kan een ongeëvenaarde lijst aan functies overleggen: voorzitter van de p.v. ’De Eendracht’ te Leerdam, voorzitter fondclub Utrecht, voorzitter van de vervoersstichting Rivierenland, meldpost CCG/12/13, verenigingsafgevaardigde in de CCG12/13, bestuurslid afdeling 7/Midden Nederland, reserve kiesman afdeling 7, lossingscoördinator afdeling 7, keurmeester N.G.v.K. en N.P.O.-dopingcontroleur. En al deze jobs worden met overtuiging uitgevoerd. Geen moeite is hem daarbij te veel en wat ie doet, doet ie goed.



SEIZOEN IN VOGELVLUCHT

Jos de Ridder kende in 1999 een vliegende seizoenstart.  Zijn weduwnaars leken zonder schijnbare moeite de weg naar huis te vinden. De (kop)prijzen regen zich moeiteloos aaneen. Van meet af aan hadden zijn duiven de topvorm te pakken. Er mankeerde slechts één ding aan: de eerste prijzen bleven uit. Weken achtereen scoorde hij de tweede prijs in de CCG. De eerste erepalm werd pas op de midfond binnen gehaald en er zouden er nog twee volgen met de jonge duiven. Overigens waren die tweede prijzen in zijn club dikwijls wel goed voor een eerste prijs. In totaal ging hij daar in het afgelopen seizoen veertien keer met de eer strijken.

Ook op de dagfond ging het crescendo. Want wie op vijf geprogrammeerde vluchten met zijn eerst aankomende duif respectievelijk de 6e, 18e, 2e, 2e en 5e prijs tegen gemiddeld 865 duiven wint, heeft niets te klagen. Wel te klagen had Jos over zijn prestaties op de vijf overnachtvluchten. En dat is opmerkelijk want juist die discipline is van huis uit het sterkste onderdeel in het duivenspel van De Ridder. Met 13 prijzen op 83 ingezette duiven met amper een kopprijs viel dit onderdeel volledig in het water. Een echte verklaring voor deze zeperd heeft Jos niet. Of toch wel. ‘Omdat het op de dagvluchten zo goed ging heb ik, achteraf bezien, mijn aandacht vooral aan die duiven gegeven. Bovendien heb ik het spelsysteem van deze duiven gewijzigd. Al met al zijn de overnachtduiven daarmee waarschijnlijk te kort gekomen.’

Echt er over in zitten als het wat minder gaat doet Jos niet. In die zin is de duivensport geen kwellend keurslijf voor hem. ‘De duiven hebben in het verleden bewezen te kunnen presteren. Ik doe verder werkelijk alles voor mijn duiven. Als ze het dan niet doen, dan houdt het op. Dan kun je alleen nog maar wachten op betere tijden. Want die komen gegarandeerd.’

Dat bleek ook in het verder zo succesvolle seizoen 1999. Alleen op de laatste vlucht stootte Jos zijn neus nog een keer. Werd er op de vier voorgaande natoervluchten steeds een vroege duif geconstateerd, op de seizoensluiting liet het merendeel van de ingekorfde duiven het afweten. Dat kostte hun baas het kampioenschap op dit onderdeel maar had geen invloed op de rangschikking van het generale onaangewezen kampioenschap. Daarin bleef Jos de Ridder onveranderd 1e!



STAMOPBOUW

Jos de Ridder is, zoals hij zelf zegt, in een broedschotel geboren. Vandaar ook dat ronde hoofd. Vader De Ridder was al verslingerd aan de duivensport. In de kleine Jos had hij een uitstekend ‘krabber’. Later speelden zij meer op voet van gelijkheid in combinatie. Vanaf 1981 is Jos zelfstandig gaan vliegen. Hij deed dat eerst en vooral met het oude soort van zijn vader dat op zijn sterkst was als er kilometers gemaakt moesten worden. In 1993 is Jos vanaf zijn huidige adres Leerdamseweg gaan vliegen. Vanaf dat moment zijn ook de duiven van vader Theo en zoon Paul (†) Klinkhamer uit Utrecht op de hokken van de Asperense kampioen terecht gekomen. Klinkhamer & zoon behoorden, tot het onfortuinlijke overlijden van Paul, ongetwijfeld tot de sterkste spelers van Midden Nederland. Ter gelegenheid van hun generale titel van de Utrechtse Concours Kring in 1992 beschreef ik hun stamopbouw uitgebreid in dit Orgaan, nummer 3 van 1993. Zij smeedden een ijzersterke kolonie met grofweg de soorten van J.R. Wigmans, Hoorn, Albert van der Flaes, Ravels en Jan Pot, Utrecht. Deze lijnen herken je ook heden ten dage nog aan hun exterieur (respectievelijk bont, rode vossen en blauwbanders) op de hokken van Jos de Ridder. Maar niet alleen in de kleur, ook in de huidige paternosteruitslagen van Jos leeft de nagedachtenis van Paul Klinkhamer voort.

Als aanvulling op de Klinkhamerduiven haalde Jos versterking bij G.H. Schalkwijk uit IJsselstein, Combinatie De Jong uit Asperen en de Combinatie Reijerkerk-Posthumus uit Numansdorp. Voor de fond tenslotte, ging Jos nog aankloppen bij één van de beste fondspelers van Midden Nederland van de laatste jaren: de Combinatie Hardeman uit Breukelen.



SPELSYSTEEM

Op het Asperense kampioenenhok wordt op de vitesse/midfond zowel het weduwschap met doffers als met duivinnen gepraktizeerd. Van beiderlei kunne zijn hiervoor 24 exemplaren beschikbaar. Deze duiven gaan in beginsel wekelijks mee. Daarnaast brengt Jos ze zelf iedere week nog een keer voor een lapvluchtje naar Minderhout (ca. 60 km.). Jos: ‘Als je mee wilt draaien in de top dan is het nodig om de duiven tussendoor nog een keer weg te brengen. Laat je ze alleen rond het hok trainen dan vliegen ze in een laag tempo. Breng je ze weg dan maken ze snelheid. Een duif heeft het nodig.’ De ramen bij de vitesse/midfondduiven zijn met verpakkingsplastic afgeschermd. De luchtbelletjes in dit plastic hebben als bijkomend voordeel dat het isoleert.

Het komt bij dubbel weduwschap nogal eens voor dat de doffers het er na een paar weken bij laten zitten als zij regelmatig bij thuiskomst geen duivin treffen. Daarom heeft Jos een tiental duivinnen achter de hand om de mannelijke vrijgezellen bij thuiskomst op te vangen. Bij de duivinnen heb je daar veel minder last van. Die trainden zelfs zo hard dat het veelvuldig gebeurt is dat wanneer Jos ‘s avonds weg moest voor alweer een vergadering, de duivinnen nog buiten vlogen. Het hok werd dan pas ‘s avonds laat of ‘s nachts vroeg gesloten. Jos: ‘De duivinnen hebben het afgelopen jaar geweldig gepresteerd. Maar ik verbeeld mij dat wanneer ik er nog meer aandacht aan zou kunnen geven, zij nog harder gaan’.

Jos heeft een apart hok voor de dagfond. De eerste vluchten gaan deze doffers mee om kilometers te maken. Ze krijgen de eerste drie weken geen duivin te zien. Vanaf de eerste dagfondvlucht worden deze duiven om de veertien dagen gespeeld. In het weekend dat deze duiven thuis blijven lost Jos ze zelf in Minderhout. De duivinnen van deze weduwnaars worden allemaal in aparte hokjes op roosters gehouden. Voor een fondvlucht worden de duivinnen getoond. Jos brengt dan duivin voor duivin op het vlieghok. Vervolgens gaat de doffer die het eerst zijn duivin kreeg ook als eerste de mand in. Zodra alle doffers in de mand zitten gaan de duivinnen weer terug naar hun door-de-weekse verblijf. Op die manier wordt de felheid van de duivinnen optimaal gewaarborgd en worden er toch geen eieren gelegd. Het hele ritueel van tonen en  inkorven duurt op de wijze ruim een uur! De twintig dagfonddoffers worden, in tegenstelling tot de vitesse/midfondduiven, de gehele dag door verduisterd. Hoewel niet aardedonker is het toch niet mogelijk om op het hok de krant te lezen.

De overnachtduiven werden andere jaren altijd op nest gespeeld. Dit jaar heeft Jos zowel de doffers als de duivinnen op weduwschap gespeeld. Dat werd dus geen succes. Jos de Ridder daarover: ‘Er zat een wereld van verschil tussen de vitesse-midfondduiven en de overnachtduiven. Hun motivatie was volstrekt verschillend terwijl zij toch volgens hetzelfde systeem werden gespeeld. De vitesseduiven raakten bij thuiskomst nauwelijks de valplank en stormden werkelijk naar binnen. De overnachtduiven streken neer op de nok van het hok en gingen dan hun verenpak zitten poetsen’.

De ruim zestig jonge duiven die jaarlijks gekweekt worden, worden tot aan de langste dag verduisterd. Dit gebeurt van 19.00 tot 08.00 uur. De jonge duiven worden veelvuldig opgeleerd. Ook tijdens de vluchten lapt Jos ze nog 3 à 4 keer per week vanuit Minderhout. Voordat de vluchten aanvangen heeft Jos zijn junioren geleerd om in de mand te drinken. Daartoe brengen zij een aantal dagen door in de mand. Maar ook bij ieder lapvluchtje verschijnen er waterbakken aan de mand. In 1999 werden de geslachten na de vierde vlucht gescheiden en vervolgens werden de junioren op de deur gespeeld. Dat had Jos nog nooit eerder gedaan. Of dit experiment volgend jaar een vervolg krijgt valt nog te bezien. Op de eerste jonge duivenvluchten werden prima resultaten geboekt. Ook na het scheiden bleef Jos ‘onder de melkers’ maar toch waren de uitslagen niet meer zoals daarvoor. Het prijspercentage daalde aanmerkelijk. Op de navluchten heeft Jos de hele bende weer samen laten lopen en toen werden de prestaties weer beter. Met uitzondering van de laatste vlucht dus…



VERZORGING

De duiven worden direct na het vliegseizoen gescheiden. De 24 koppels kweekduiven werden in het afgelopen seizoen in november reeds gekoppeld. De vliegduiven volgden begin januari. De vitesse/midfondduiven mogen één ronde jongen groot brengen. Van zodra de jongen veertien dagen oud zijn, worden de duivinnen weggenomen. Vanaf dat moment zijn deze doffers en duivinnen feitelijk weduwnaar en weduwe. Zij worden voor de aanvang van het vliegseizoen niet meer herkoppeld.

De dagfondduiven worden wel herkoppeld en wel in de maand maart. Zij mogen nog voor een tweede keer op eieren komen. Als dit broedsel ca. tien dagen oud is gaan ook deze duiven op weduwschap. Zodra de laatste oude duivenvlucht erop zit worden de duiven weer herkoppeld. Op de natoer wordt er met oude duiven niet of nauwelijks gespeeld. Jos: ‘Het heeft tegenwoordig geen zin meer om met oude duiven op de nalijn te spelen. Die duiven kunnen toch niet op tegen al die verduisterde jongen. Dat is al met al een slechte ontwikkeling voor de duivensport. Met name de kleine liefhebber is de dupe van deze ontwikkeling.’

De oude duiven krijgen bij Jos het gehele jaar door twee keer per dag volle bak vliegmengeling. Ze mogen eten wat van hun gading is. Na afloop van de maaltijd wordt het voer wat overschiet van het hok verwijderd. Bij vluchten met één nacht mand krijgen de duiven op de dag van inkorving geen eten meer. Jos: ‘Met die handelwijze zorg ik ervoor dat een duif bij het inkorven niets in zijn krop heeft. Daar heeft hij onderweg alleen maar last van. Bovendien zijn alle reserves van de duif door mijn systeem van voeren optimaal aangevuld. Voller als vol krijg je ze toch niet’.

Op de dag van thuiskomst en de ochtend nadien krijgen de duiven in plaats van vliegmengeling een kunstkorrel. ‘Dat verteerd makkelijk, alle voedingsstoffen zitten er in en het is voorzien van een supplement vitamines. Kortom, prima voeding voor sportduiven die moeten recupereren’, aldus Jos de Ridder.

Verder krijgen de duiven het gehele jaar door op maandag en woensdag een elixer, bestaande uit kruiden getrokken op organische zuren, in het drinkwater. Dit goedje zou volgens het etiket het weerstandsvermogen verhogen. Of het door dit middeltje komt of niet, Jos stelt vast dat hij eigenlijk nooit zieke duiven heeft.

Uiteraard krijgen de duiven de verplichte enting tegen paramixo en daarenboven nog een tegen paratyphus. Op het eerste legsel van het nieuwe seizoen wordt er een preventieve kuur tegen het geel verstrekt. Tijdens het vliegseizoen worden de duiven om de 3 à 4 weken preventief behandeld tegen tricomoniasis en ornithose. Jos: ‘Ik let daarbij voortdurend op de ogen van de duiven. Ze moeten strak blijven en niet nat worden. Miszie ik er in dat opzicht iets aan dan kuur ik.’

Een gritbak zul je tevergeefs zoeken op de hokken van Jos de Ridder. Twee keer in de week strooit Jos in ieder hok een handje grit. Zijn ervaring is dat de duiven er dan meer van eten dan weer zij het voortdurend in een potje ter beschikking hebben. ‘Doe je het vers in een potje dan eten ze ervan. Na een paar dagen zit het vol stof en kijkt geen duif er meer naar om’.

In de ruitijd krijgen de duiven als voedingssupplement wat biergist. Dit wordt verstrekt middels het met knoflokolie bevochtigde voer. Verder hebben zij in deze tijd drie keer in de week de gelegenheid om te badderen.

Ook hygiëne is een belangrijk thema in de verzorging van Jos’ duiven. Bij aanvang van het vliegseizoen wordt iedere duif individueel behandeld tegen ongedierte. Verder wordt er twee keer per dag gepoetst en regelmatig komen de stofzuiger en de brander er aan te pas om het hok van stof en andere ongerechtigheden te ontdoen. En wie de omvang van de hokaccomodatie van Jos beziet, begrijpt dat je wel een bijzonder bevlogen liefhebber moet zijn om zo secuur alles schoon te houden!



HUISVESTING

Jos de Ridder beschikt over twee hokken. Een tuinhok en een hok boven de garage. Het tuinhok is opgetrokken uit hout en heeft een lengte van 24 meter en een diepte van drie meter. Het bestaat uit tien afdelingen en voor deze afdelingen loopt een gangpad van 80 centimeter breed. Op dit hok wonen de kwekers, de vitesse/midfondduiven, de overnachtduiven en de jongen. Het tuinhok is voorzien van een met dakpannen gedekte, gebroken kap. Bij de afdelingen voor de jonge duiven is een mechanisch ventilatiesysteem aangebracht. De overige afdelingen moeten het doen met de gebruikelijke ventilatiestrook in de voorzijde van het plafond. Deze strook is voorzien van schuiven. Jos: ‘Tijdens het vliegseizoen heb ik deze schuiven pot en potdicht. Ik doe dit om zoveel mogelijk de warmte vast te houden. Aan zuurstof heb ik geen gebrek omdat er relatief weinig duiven op het hok zitten.’ Het hok is voorzien van vloerverwarming die nooit uit gaat. Zelfs al is het buiten 30° C.!

Het hok boven de garage zit direct onder de kap en meet 4,5 bij 3 meter. Het dak van de garage is volledig beschoten. Ook hier is vloerverwarming aangebracht en wordt alles in het werk gesteld om de nachttemperatuur gelijk aan de dagtemperatuur te houden. Op dit hok zijn de weduwnaars voor de dagfond gehuisvest.

De enige hokken die niet verwarmd worden zijn die van de jonge duiven. Dat heeft ook weinig zin want de junioren bivakkeren overdag toch doorgaans in de voor hun hok aangebrachte ren.



EPILOOG
'‘Goede duiven, een goed hok, goede verzorging en goed omgaan met de duiven, dat zijn de enige geheimen die ik heb’, zo vat Jos de Ridder zijn succes samen. Die stelling heb ik al bij meer kampioenen gehoord dus dat zal ongetwijfeld wel het evangelie voor succes in de duivensport zijn. De mate waarin men goede duiven of een goed hok heeft, kan nogal verschillen. Daar zijn geen vaste standaards voor en dat maakt de duivensport ook zo lastig en tegelijkertijd zo boeiend. Dat geldt evenzeer voor de verzorging en de omgang met de duiven. Misschien zijn die elementen zelfs wel doorslaggevend voor de vraag of wel of geen kampioen bent. ‘Je krijgt het niet voor niks’ verzucht Jos de Ridder en zo is het. Je moet wel een bijzondere passie voor de duivensport hebben als je zo nauwgezet als hij zo’n grote kolonie zo punctueel verzorgd. En je moet wel een grote gedrevenheid hebben om zoveel functies in de duivensportorganisatie zo nauwgezet uit te oefenen. En dat met zoveel plezier. Je zou bijna zeggen: die Jos, die heeft een obsessie…



* * * * *



Bourges afdeling 7/Midden Nederland

A. de Ridder, Asperen


De toekomst is een casino.

Iedereen gokt en iedereen verwacht te winnen.


(Salman Rushdie in ‘Woede’)



EEUWIGE ROEM

Zo gaat het bij iedere inkorving en speciaal die voor de vluchten waarop ‘eeuwige roem’ te verdienen valt. Iedere liefhebber neemt deel aan de toekomst met maar één doel: de eerste winnen. Op die manier werden op donderdag 21 juni 2001maar liefst …… duiven voor het N.P.O.-concours van afdeling 7/Midden Nederland vanuit Bourges ingekorfd. Veel liefhebbers gokten maar alleen die liefhebbers waar de som van de kwaliteit van de duiven, de verzorging, het hok en de weersomstandigheden meer was dan het geheel der delen, mochten ook een overwinning verwachten.

Over het weer hadden we niet te klagen. Météo France, de Franse KNMI, meldt zaterdagochtend al vroeg: ‘Des nuages élevés venus d'Atlantique traverseront le pays d'ouest en est dans la journée. Ils voileront par moment le soleil, sans pour autant gâcher l'impression de beau temps. Le quart nord-ouest du pays passera derrière cet zone nuageuse et retrouvera un soleil radieux pour cet après-midi, alors que le nord-est, après une belle matinée, verra son ciel se voiler passé la mi-journée. Les températures maximales: 29 à 33 à l'est du Rhône , autour du golfe du Lion et en Corse, 21 à 26 degrés au nord de la Loire, 27 à 30 ailleurs’. Of kortweg gezegd: de boven Frankrijk aanwezige bewolking trekt weg, het wordt een schitterende dag met comfortabele temperaturen. Voor de lage landen gold ongeveer hetzelfde. Het KNMI sprak als verwachting uit: wolkenvelden waar de zon in de loop van de dag steeds meer tussendoor breekt. Boven het koudere IJsselmeerwater is de hele dag nauwelijks bewolking te vinden. Bij weinig wind, kracht 3 of minder overwegend uit richting tussen noord en oost, wordt het in de middag ongeveer 19 à 20 graden.

Aan het weer konden dit keer dus geen excuses worden ontleend. De duiven waren geheel op hun eigen kracht en oriëntatievermogen aangewezen. Hun klasse en de wijze waarop ze waren voorbereid op deze krachtmeting gaf dit keer de doorslag. Geen wonder dus dat tal van kopstukken die bovendien de voorafgaande weken al hadden bewezen hun vogels in vorm te hebben, zich meldden in de kop van het klassement. In een ware nek-aan-nek race was het uiteindelijk Jos de Ridder (58) uit Asperen die met de hoofdprijs ging lopen. Maar het was allerminst casino-geluk. Of misschien toch een beetje?



VALSE START

Jos de Ridder is bepaald niet aan zijn proefstuk toe. In nummer 46 van 1999 van dit Orgaan kon u lezen hoe hij in dat jaar onaangewezen generaal kampioen van het concoursgebied 12 van Afdeling Midden Nederland werd. In 2000 liet hij andermaal van zich horen met puike prestaties. Zo was hij de sterkste in de afdeling op de fondvluchten voor jonge duiven en won hij dat jaar in diezelfde afdeling de autoprijs. Ook voor 2001 waren de verwachtingen weer hoog gespannen. Toch was de start niet geheel zonder problemen.

Als voorbereiding op het nieuwe seizoen liet Jos zijn duiven half december enten tegen paramixo, mycoplasmosa en pokken. Een proef want Jos had een dergelijke drie in één enting nog nooit uitgeprobeerd. De duiven leden er ogenschijnlijk niets van en in prima conditie werden zij op 7 januari gekoppeld. Met een dag of tien lagen er in alle nestschotels eieren en niets leek een voorbeeldige kweek in de weg te staan. Toch werd het een tegenvaller want alle eieren bleken onbevrucht. Na het raadplegen van de dierenarts werden de nesten geruimd en kwamen de duiven opnieuw op eieren. Dit keer waren de eieren gelukkig wel bevrucht.

Nadat de duiven een ronde jongen had groot gebracht gingen de vliegduiven op weduwschap. Veertien dagen later, juist voor de start van het vliegseizoen, gooide de MKZ-crisis roet in het eten. In die periode heeft Jos zijn doffers zo rustig mogelijk gehouden. Dat wil zeggen: één keer per dag los en gedurende al die weken geen duivin tonen.

Vanaf het moment dat het spel toch op de wagen kwam oefende Jos het weduwschapspel uit op de wijze zoals hij dat al jaren doet. De doffers zitten de gehele dag in het schemer en de vloerverwarming brandt gedurende de gehele weduwschapsperiode dag en nacht. Wordt het al te warm dan wordt er een raampje open gezet maar de verwarming blijft branden. Een kurkdroog hok is het vanzelfsprekende resultaat. Zowel ‘s ochtends als ‘s avonds trainen de doffers een uur rond het hok maar bij regen of koude worden zij binnen gehouden.

Bij iedere voederbeurt wordt er per twaalf duiven een literblik vliegvoer verstrekt. Na twintig minuten worden de restanten verwijderd. Bij thuiskomst van een vlucht en de ochtend van de daarop volgende dag krijgen de duiven alleen een kunstkorrel verstrekt. Op dinsdag en woensdag krijgen de duiven een kruidenelixer getrokken op organische zuren in het drinkwater. Veertien dagen voor Bourges kregen de duiven een preventieve kuur van twee dagen in het drinkwater tegen ornithose en het geel. De duiven hebben daar een hekel aan. Om die reden worden zij dan niet los gelaten zodat ze wel gedwongen worden om van dit goedje te drinken.

Bij een koude natte vlucht getroost Jos zich de moeite om al zijn 58 weduwnaars stuk voor stuk in een lauw bad te dompelen en te masseren. Een karweitje dat al snel vele uren vergt!



Stijgende bloeddruk

Aldus voorbereid had Jos 25 duiven ingekorfd voor deze 564 kilometer lange Bourges-vlucht. Aanvankelijk was hij van plan om niet meer dan 18 duiven in te korven maar toen hij de weerberichten hoorde, wijzigde hij zijn plan. Jos: ‘Dagfondduiven kun je nergens halen, die moet je zelf maken. Duiven die uitblinken op de midfond kunnen ook de dagfond aan. Maar je moet het ze wel leren. De duiven moeten leren hun krachten over zo’n grote afstand te verdelen. Als het weer goed is dan kan dat vrijwel zonder risico. En dus korfde ik voor deze Bourges zeven duiven in die nog nooit op de eendaagse fond waren gezet. En van deze zeven ‘leerlingen’ vlogen er zelfs nog drie prijs!’

Jos was, samen met zijn meest trouwe supporter en helper Kees Kruys (79), al bijtijds op zijn post om de te 07.00 uur in midden Frankrijk geloste duiven op te wachten. De hele week hadden de weduwnaars hun vorm al gepresenteerd zodat zij beiden goede hoop hadden. Toch nog onverwacht - om 14.36 uur - kegelde hun eerste duif, na ruim 7½ uur vliegen precies uit de goede hoek, tussen de bomen en de bebouwing door in de richting van het hok. Met een korte draai viel hij in één keer op de valplank en werd op hetzelfde moment door het electronisch constateersysteem geregistreerd.

Kees Kruys: ‘We zagen de duif samen vallen. Het was een prachtig gezicht en we wisten direct dat het een vroege moest zijn. Toch bleef Jos heel kalm.’ De bloeddruk van Jos begon pas later te stijgen. Eerst ging zijn aandacht uit naar de overige thuiskomers uit. De tweede duif liet een kwartier op zich wachten maar daarna volgenden de aankomsten elkaar vlot op.

Al snel werd duidelijk dat Jos in eigen omgeving ver vooruit vloog. Langzaam maar zeker druppelde ook informatie uit andere delen van de afdeling binnen. Van IJsselstein en omgeving bleek hij eveneens niets te duchten te hebben. In het Utrechtse kwam men dichtbij maar niet dicht genoeg. Ook met Hilversum scheelde het een haar maar hield hij juist genoeg over. Vervolgens was het lange wachten op de aankomsten in Amersfoort, Baarn en nog verder weg. Ondertussen mompelde Jos tegen zijn vrouw: ‘Ik heb al vaak zo dicht bij een N.P.O.-overwinning gezeten. Als ik nu weer de tweede speel dan ben ik eigenlijk teleurgesteld.’ Zo ver kwam het gelukkig niet want ook in de overvlucht bleek uiteindelijk niemand de snelheid van 1236 meter per minuut te overtreffen.

In zijn club maakt Jos tegen 194 duiven de volgende uitslag: 1, 3 (1196 m.), 13 (1185 m.), 17 (1182 m.), 25 (1171 m.), 28 (1169 m.), 36 (1156 m.), 38 (1155 m.) en 48 (1143 m.).



SLECHTE PEN

De duif die als eerste werd afgevlagd is een blauwband weduwnaar, de NL98-5810036. Deze doffer, waarvan de ouders afkomstig zijn van Theo Klinkhamer en diens overleden zoon Paul uit Utrecht, was bepaald niet aan zijn proefstuk toe. In 1999 werd hij als jaarling duifkampioen midfond in de C.C.G. 12 met onder andere 1e Breteuil tegen 1.257 duiven. In 2000 stond hij op het N.P.O.-concours Bourges als negende op teletekst tegen 10.500 duiven. In 2001 ziet zijn palmares er als volgt uit:

Datum station            prijs            aantal

21/4     Duffel               18            4.567 d.
28/4     Strombeek 1173            5.257 d.
05/5     Houdeng       235            5.144 d.
12/5     Houdeng       239            5.340 d.
19/5     Chimay          300           5.054 d.
26/5     St. Ghislain   124            5.005 d.
02/6           rust
09/6     Orleans            11           2.163 d.
16/6           rust
23/6     Bourges             1


Eigenlijk had Jos de ‘036’ al op Orleans vroeg verwacht. Nu zou menige liefhebber tekenen voor een 11e prijs tegen ruim tweeduizend duiven maar Jos had met de typering ‘vroeg’ toch iets anders in gedachte. In de week voor Bourges toonde de ‘036’ onophoudelijk zijn vorm. Hij voerde steeds klapwiekend de koppel aan die breed uitwaaierend over de rivier de Linge wegtrok om vervolgens enige tijd later uit de tegenovergestelde richting weer boven het hok te verschijnen. En dat terwijl deze doffer juist op het hok erg rustig is. Hij laat zich daar zo ‘oprapen’. Bij de inkorving voelde hij volledig rond aan en ‘zweette’ hij zelfs. Ondanks dat de ‘036’ - vermoedelijk als gevolg van een eerder verblijf in de reismand - een beschadigde pen in zijn linker vleugel had, twijfelde Jos geen moment. De ‘036’ werd als eerstgetekende ingekorfd en, als ware hij in een casino, door zijn baas voor iedere mogelijke poule gezet in de verwachting dat hij die zou winnen. Het resultaat kent u inmiddels…..



GELUK

Er zijn maar weinig mensen die zo veel voor hun hobby over hebben als Jos de Ridder. Niet alleen in bestuurlijk opzicht is geen moeite hem te veel. Ook met zijn eigen duiven is hij vele uren per dag in de weer. Op dat punt is deze overwinning hem niet alleen van harte gegund, hij is ook in alle opzichten verdiend. Liefhebber, hok, duif en verzorging, het is allemaal dik voor elkaar. De deelname van Jos aan deze Bourges was daarom geen gok en de overwinning geen geluk. Toch speelde ook in dit geval het rad van Fortuin een rol van betekenis.

Afgelopen winter verkocht Jos de topduiven van zijn hok naar een vermogende liefhebber in het Verre Oosten. De betrokkene kwam de duiven zelf bij Jos van het hok halen. Hij was bijzonder gecharmeerd van de duiven van Jos. Met uitzondering van de ‘036’. Die werd gewogen en te licht gevonden: hij wilde hem ondanks zijn toen al indrukwekkende palmares, niet hebben. Daarmee zette hij onwillekeurig een stempel op de toekomst. ‘En ik ben daar nu heel blij om,’ aldus Jos. ‘Dat is wat je noemt nog eens een gelukje!’

Publicatie
november 1999

Publicatie
juni 2001

Jos de Ridder
This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!