Kattenbrokjes als duivenvoer!




Er leiden vele wegen naar Rome. Als er één bevolkingsgroep is die daarover weet mee te praten dan zijn het wel de duivenliefhebbers. Op velerlei wijzen verzorgd weten vele topliefhebbers hun duiven tot grootse prestaties te brengen. Wat de één als methodiek verheerlijkt wordt door de ander verafschuwd. Eenvoud lijkt niettemin de zekerste weg en is ongetwijfeld het goedkoopst. Wie er ook nog een scheutje ‘boerenverstand’ aan toevoegt heeft de ingrediënten in huis om het als kampioen lang vol te houden. Dat althans wordt bewezen door Peter (69) en zoon Peter (36) van Vliet uit Utrecht. Zij staan al tientallen jaren aan de top van de Nederlandse duivensport en werden in 2000 nog maar weer eens keizerkampioen van de grote afdeling Midden Nederland (3000 leden). Zij verzorgen hun succesvolle kolonie uiterst eenvoudig, zij het met een aantal pikante details. Reden voor Brieftaubensport International om deze kampioenen aan u voor te stellen.


GROTE STAD
In de vierde stad van Nederland, Utrecht,midden tussen de torenflats, jachtende mensen, zwervers met een uitzichtloos bestaan, het dagelijkse verkeersinfarct, verpauperende woonwijken, junks en geweld wordt duivensport bedreven. Tussen teveel mensen, teveel stank, teveel lawaai, te weinig ruimte, zijn er enkele honderden mensen die, ondanks de weinig ideale omstandigheden, duivensport op hoog niveau proberen te bedrijven. De vader en zoon combinatie Van Vliet is één van hen. En ondanks de nadelen van de grote stad lukt het hen al decennia lang om in het oog springende resultaten neer te zetten. Uiteraard met ‘ups’ en ‘downs’ maar welk mens kan zeggen dat hij daardoor niet geplaagd wordt? In ieder geval gaat het de laatste jaren met de duiven crescendo. Ondanks het feit er een druk beklant vloerenbedrijf uitgebaat wordt zijn de prestaties van de duiven zonder meer indrukwekkend. In de jaren ’94 - ’00 werden zij respectievelijk 3e, 3e, 5e, 4e, 4e, 1e en 1e generaal kampioen van het Concours Gebied 8 (Kreis).Bovendien werd de combinatie in 1999 4e keizerkampioen van de gehele afdeling Midden Nederland. In 2000 deden zij er nog een schepje bovenop en werden zij, zoals gezegd, 1e keizerkampioen van deze afdeling. 



EIGEN SOORT

De combinatie Van Vliet houdt ca. 140 oude duiven de winter door. Daarvan worden er 45 op weduwschap gespeeld en 12 koppel op nest. In de zomer komen daar nog eens ongeveer honderd jonge duiven bij. Het soort duiven dat op de hokken vertoeft draagt nadrukkelijk het stempel ‘Van Vliet’. Regelmatig worden duiven van andere liefhebbers uitgeprobeerd. Voldoen ze dan wordt eruit gekweekt en is de stam Van Vliet een loot rijker. Voldoen ze niet dan is men hooguit een illusie armer. Op die manier gaan zij al decennia lang te werk en hebben zij een stammetje duiven geteeld dat zowel op de kortere als de langere afstanden haar mannetje staan.

De beste duif die de combinatie Van Vliet ooit bezat was hun ‘Vette’ (NL80-2009995). In vrijwel al hun huidige duiven stroomt het bloed van deze doffer. Vooral op de eendaagse vluchten staan deze duiven hun mannetje. Peter sr.: ‘In ’81 heb ik de ‘Vette’ een keer gespeeld op Bergerac. Hij kwam toen een jaar later thuis met aan beide vleugels zes oude pennen. Normaal heb ik het niet zo voorzien op die zwervers maar de ‘Vette’ is blijven lopen. Op de eerste volgende vlucht korfde ik hem in en hij won direct de eerste prijs van heel Utrecht tegen 8000 duiven. Daarna is hij het altijd geweldig blijven doen. Ik heb nooit meer een betere duif gehad.’

Dat er met de smeltkroes van de beide Peters goed gepresteerd wordt, bewijzen niet alleen de behaalde kampioenschappen

Minderhout (77 km.)          5.500 d.           1, 2, 5, 14, 18, 21, usw. (65 mee, 33 prijzen);

Morlincourt 314 km.)         4.391 d.           16, 51, 76, 117, 120, 169, 180, usw. (16 mee, 12 prijzen);

Chantilly (369 km.)            3.170 d.           3, 17, 23, 40, 71, 82, 93, 106, usw. (16 mee, 10 prijzen);

Orleans (514 km.)             6.602 d.           23, 56, 74, 347, 348, 351, 612, usw. (45 mee, 26 prijzen);

Bordeaux (902 km.)          4.776 d.           5, 313 (8 mee, 2 prijzen);

Limoges (748 km.)            1.366 d.           31, 41, 114, 254, 305, usw. (12 mee, 5 prijzen)

Valenciennes (224 km.)    6.424 d.           9, 10, 11, 21, 64, 71, 78, usw. (92 mee, 37 prijzen)

Pnt.St.Max. (355 km.)        3.731 d.           9, 18, 20, 25, 28, 43, 73, 92, 93, 108, 117, 118, usw. (66 mee, 21 prijzen);



VLOERVERWARMING

Zo’n 20 afdelingen verdeeld over vier hokken telde ik op het immense dakterras boven op het bedrijfspand van de familie Van Vliet. De zolderverdieping van het vloerenbedrijf is verbouwd tot een indrukwekkende hokaccomodatie die van alle gemakken voorzien is. De hokken op deze verdieping zijn maar liefst 2,80 meter diep. De afdelingen kunnen met gazen deuren zodanig worden afgesloten dat voor de hokken een meter brede loopgang ontstaat. Hierdoor blijven de duiven toch handzaam. Het hok heeft een granietenvloer waarin vloerverwarming is aangebracht.

Verspreidt over het dakterras staan er nog drie houten tuinhokken die op het oosten gericht zijn. Één van deze hokken is al zo’n dertig jaar oud. Peter sr. speelde er al in kampioensstijl op zijn vorige woonadres. Toen hij in 1974 verhuisde naar zijn huidige adres verkaste het hok mee. En tot op de dag van vandaag presteren de duiven buitengewoon op dit hok.

Overigens beschikken alle hokken over vloerverwarming. Daar heeft de combinatie naar hun eigen zeggen met name in het voorjaar veel voordeel aan. Peter jr.: ‘In het begin van het seizoen maken wij nog wel eens een geweldige klapper doordat wij vloerverwarming hebben. Het is dan dikwijls vochtig en koud buiten. In onze hokken is het dankzij de vloerverwarming droog en beter van temperatuur. Daardoor zijn de duiven conditioneel beter dan bij menige andere liefhebber.’



LUCHTWEGPROBLEMEN?

Voor het spel een aanvang neemt krijgen de duiven op hun eerste broed een geelkuur. Ook wordt dan met een giftig goedje de veestapel ongedierte vrij gemaakt. De dag na thuiskomst krijgen de vliegduiven een keelontsmettingstabletje in het drinkwater. Dit als preventie tegen luchtwegaandoeningen. Dit middel, Superol genaamd en dat stamt uit grootmoederstijd, is voor een paar gulden te koop bij de drogist om de hoek. Het bevat als werkzame stof Oxychinolini Sulfas en is bestemd voor menselijk gebruik. Peter sr.: ‘Als ik zelf keelpijn heb, ben ik het de volgende dag kwijt als ik zo’n pilletje neem. Ik ben het gebruik ervan nog in geen enkel duivenboek tegen gekomen. Maar als het goed is voor mij dan zal het voor de duiven toch ook wel goed zijn zeker? In ieder geval kennen wij bij onze duiven geen problemen met de luchtwegen en dat zal mede dankzij het Superol-tabletje zijn.’

De mengeling die de duiven voorgeschoteld krijgen bestaat uit vier verschillende merken die onderling gemengd worden. Het voer wordt aangevuld met …… jawel, kattenbrokjes! Iedere dag krijgen de duiven een toemaatje dat bestaat uit snoepzaad, kunstkorrel en gemalen kattenbrokjes. Peter sr.: ‘Lang geleden, ik woonde nog bij mijn ouders thuis, gingen de duiven de gehele dag los. Ze vlogen direct naar de nabij gelegen tuinderij. Als de duiven weer thuis kwamen zaten hun koppen onder de slakjes. Maar na een half uurtje was er geen slak meer te bekennen. De duiven aten ze allemaal op en vaarden er wel bij. Op hun buik waren ze altijd prachtig blank. Je kon ieder adertje zien lopen! Nadat ik verhuisd was en midden in de grote stad kwam te wonen hebben de duiven er nooit meer zo blank uitgezien. Dat zette mij aan het denken. De dierlijke eiwitten die ze via de slakken binnen kregen waren een weldaad voor de duiven. Daarom geef ik de duiven sinds een aantal jaren kattenbrokjes.’

Dierlijke eiwitten bieden, meer nog dan plantaardige eiwitten, een uitgebreide variatie aan bouwstenen voor het lichaam. Het duivenvoer bestaat alleen uit plantaardige eiwitten. In beginsel hoeven we duiven geen dierlijke eiwitten voor te schotelen want zij kunnen met behulp van aminozuren uit de plantaardige stoffen zelf dierlijke eiwitten maken. Voorwaarde is wel dat het duivenvoer voldoende variatie kent. Dierlijke eiwitten zijn nodig voor de opbouw en in stand houden van het lichaam. De kropmelk die ouderduiven aan hun kroost voeren bestaat bijvoorbeeld voor ca. 12,5 % uit dierlijke eiwitten. Hoewel in principe dus niet nodig is het verstrekken van dierlijke eiwitten in de vorm van bijvoorbeeld kattenbrokjes uit oogpunt van menuvariatie niet slecht voor de duiven. Variatie in het voer bevordert sowieso de conditie van de duiven.

Terwijl ik dit type realiseer ik mij plots dat ook rundveehouders ooit zo gedacht moeten hebben. Tenslotte verrichten koeien (ook herbivoren) ieder dag een prachtprestatie door groen gras om te zetten in dierlijk eiwitrijke melk. Melkveehouders zagen er ooit (economisch) voordeel in om hun runderen voer voor te schotelen met daarin dierlijk eiwit. Ze zitten als gevolg daarvan nu opgezadeld met een enge aandoening als de ‘Gekke koeienziekte’ (BSE). Van een ‘Gekke duivenziekte’ heb ik nog nooit gehoord maar tegelijkertijd weten we natuurlijk bitter weinig over de effecten van de aanpassing van de voederregimes op het duivenlichaam. Voer (figuurlijk gesproken uiteraard…) voor wetenschappers dus!



EPILOOG

Peter & Peter van Vliet spelen al jaren in grote stijl. Benieuwd naar zijn opinie vraag  ik Peter sr. naar wat volgens hem de belangrijkste succesfactor is, liefhebber, duif of  hok. Zonder aarzelen meent hij dat de factor ‘liefhebber’ in de succesketen de grootste rol speelt. ‘Een liefhebber moet fiducie in zijn duiven hebben, hij moet geduld hebben, zien wat er op het hok gebeurd en hij moet niet te beroerd zijn om de handen uit de mouwen te steken. Want zonder werken kom je er niet.’

This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!
Publicatie
juli 2001

Peter van Vliet & zoon