FONDDUIVEN OPLEIDEN Een aansprekende overwinning op een nationale overnachtvlucht, dat is waar iedere fondliefhebber van droomt. Maar waar velen geroepen zijn, zijn slechts enkelen uitverkoren. Laat staan dat het je overkomt dat je twee van dergelijke overwinningen op je naam weet te schrijven. Het echtpaar Luci en Antoon van der Wegen uit het Nederlandse Steenbergen lijken ogenschijnlijk hun hand niet om te draaien voor een nationaal succes. Ogenschijnlijk want ook bij hen komt het succes niet vanzelf. Ze moeten er heel wat voor doen en niets is vanzelfsprekend. De opleiding van hun duiven is een belangrijke succesfactor. Om u deelgenoot te maken van hun methode toog Brieftaubensport International naar zuidwest Nederland. FAMILIE Er wordt wel eens beweerd dat op de snelheidsvluchten de liefhebber de doorslaggevende succesfactor is terwijl op de overnachtfond de duif het moet doen. In die stelling zit wellicht een kern van waarheid maar daarmee wordt tegelijkertijd te weinig recht gedaan aan die liefhebbers die al vele jaren hoge toppen scheren op de marathonvluchten. Luci en Antoon van der Wegen zijn zulke liefhebbers. Al vanaf 1982 behoren zij tot de fondelite van West Europa. Zij scoorden in Nederland al nationale overwinningen uit Pau (1988), Marseille (1988) en Dax (1999). In 1990 en 1999 misten zij op een haar de nationale overwinning op Perpignan: beide keren werden zij 2e. Ieder jaar zijn zij goed voor een aantal knaluitslagen op de 1000 kilomtervluchten. Dax 1999 (965 km.) was één van de betere. Nationaal scoorden zij tegen 4.108 duiven: 1, 5, 15, 57, 156, 211, 214, 251, 700, 711en 760. Ofwel 11 van de 20. Deze prachtprestaties zijn de resultante van een leerschool die Antoon bij zijn vader Janus kreeg. Thuis werden onder meer nationale overwinningen geboekt op Dax (1964) en Barcelona (1973). Luci en Antoon borduren nog steeds voort op de stam duiven die vroeger op het ouderlijk huis de hokken bevolkten. Alle duiven zijn dus familie van elkaar. De kracht van het hok Van der Wegen zit waarschijnlijk in het feit dat bewezen vliegers nimmer verkocht werden. Na hun vliegcarrière verkassen zij naar het kweekhok. Antoon: ‘Het is belangrijk om te werken met een goede stam. Daar zit de kracht van een goed hok. Wat er niet in zit kan er immers ook niet uit komen. Sommige liefhebbers hebben één topper. Ga je daar een jong van halen dan heb je maar 50% van die topper. Vaak kopen mensen zo’n jong om mee te kweken. Dan gaat er dus weer 50% vanaf. Voor het vliegen wordt dat dus meestal een tegenvaller. Met een stam duiven waar meerdere goede duiven in zitten zul je bij de nakweek dus meer kans op succes hebben.’ GEZONDHEID Wanneer is een duif een goede duif? Antoon van der Wegen is stellig in zijn antwoord. ‘Een goede duif is pas een goede duif als zijn vliegcarrière erop zit. Een goede duif laat zich meerdere keren in de kop van een uitslag zien. Laat hij het er in de paar jaar dat hij moet vliegen om wat voor reden dan ook bij zitten, dan is het dus geen goede.’ Om duiven de gelegenheid te geven om uit te groeien tot een goede postduif zijn volgens Luci en Antoon een paar dingen belangrijk. Natuurlijk is daar de afstamming. U las hierboven Antoon’s opinie daarover. Verder zijn opleiding, gezondheid en het vermijden van stress enorm belangrijk. Over die factoren is in Steenbergen nagedacht en wordt er een consequente gedragslijn gehanteerd. Het bevorderen van de gezondheid bestaat voornamelijk uit de zorg voor een goed klimaat op de hokken. De kurkdroge hokken worden éénmaal per dag gereinigd. Licht en lucht op het hok is een ander aspect. De ramen van de hokken van Luci en Antoon staan tijdens het stille seizoen veelvuldig open. De zuurstoftoevoer op de hokken tijdens het vliegseizoen is sowieso geen probleem doordat vanwege de toegepaste weduwschaps-methode de hoeveelheid duiven per afdeling gehalveerd is. Licht kan er onder meer via de glazen dakpannen op het hok komen. Tijdens het weduwschap worden de ramen afgeschermd met doorzichtig plastic. Dit plastic laat wel het licht door maar ontneemt de duiven het uitzicht naar buiten. Bovendien werken de luchtkamertjes in dit plastic isolerend. Vlak voor de eerste fondvlucht wordt éénmalig een preventieve medicinale kuur tegen het ‘geel’ en het ‘snot’ gegeven. Verdere preventieve kuren blijven achterwege. Antoon: ‘Hoe vaker je kuurt hoe minder effect heeft het. Bij een minimaal gebruik van medicijnen is het rendement maximaal.’ OPLEIDING De opleiding van de duiven tot volwaardige fondvliegers heeft op het hok Van der Wegen een vast stramien. Voor die opleiding wordt de tijd genomen. De Van der Wegen zijn laat rijp maar gaan ook lang mee. Op hun vijfde levensjaar vliegen zij nog moeiteloos hun 1000-kilometer vluchten. Een duif kent enorm veel stress wanneer zij in omstandigheden wordt gebracht die zij niet kent. Het in de mand zitten en het op een onbekende plaats los gelaten worden en zelfstandig de weg naar huis moeten zoeken zijn zulke omstandigheden. Vandaar dat de jonge duiven van Luci en Antoon in hun geboortejaar veelvuldig in de mand worden gestoken voor leervluchten. Zij worden 7 à 8 keer gelost in Quievrain (± 140 km.) samen met enkele duizenden Belgische soortgenoten. Die gaan uiteraard niet veel verder dan de Belgisch-Nederlandse grens zodat de Van der Wegen-junioren de laatste kilometers geheel op eigen kracht de weg naar huis moeten zoeken. ‘Het is voor de leerschool van de jonge duiven niet belangrijk of ze een vlucht van 100 of 300 kilometer doen. Wel belangrijk is het aantal keren dat ze in de mand zitten. Ik geef ze daarom liever 7x mee voor een 100 kilometer vlucht dan 3x voor een 300 kilometer vlucht. De jaarlingen maken ook weer een handvol Quievrain-vluchten en gaan vervolgens nog naar Etampes (400 km.?) en Orleans (450 km.?). Zij sluiten het vliegseizoen af met een vlucht vanuit Bordeaux (837 km.?) met middaglossing. Een dergelijke overnachting is belangrijk voor de opleiding. Antoon: ‘Een duif moet leren overnachten. Ze moeten leren om omstandigheden die ze niet kent het hoofd te bieden en er oplossingen voor te zoeken.’ Vanaf tweejarige leeftijd moeten de duiven laten zien dat zij volwaardige fondduiven zijn. De Van der Wegenduiven bezoeken dan losplaatsen als St. Vincent, Dax, Barcelona, Perpignan, Marseille, Pau, Bordeaux en Soustons. Per seizoen doen zij twee van deze overnachtvluchten. Daar wordt alleen vanaf geweken als de overnachtvluchten erg makkelijk uitvallen. Dan wil er in een enkel geval nog wel eens een derde overnachtvlucht volgen. Angst voor het kwijtraken van duiven op deze monstervluchten hebben Antoon en Luci niet. ‘Wij raken heel weinig duiven kwijt. Maar als je er één kwijt raakt dan is het vaak een waardevolle duif. Die duiven hebben het karakter om, ook als het tegen zit, maar door te blijven duwen. Tot ze er letterlijk dood bij neer vallen.’ VOORKOMEN STRESS De hele manier waarop Luci en Antoon hun duiven houden ademt rust en kalmte. Alles staat in het teken van het voorkomen van stress. Bij alles wat zij doen wordt nagedacht of het bevorderend werkt op de rust van de duiven. Het begint al met een ijzeren regelmaat in de verzorging. De dagelijkse vliegbeurt, het schoonmaken en het voeren, alles gebeurt steeds in dezelfde volgorde en op dezelfde manier. Bij het inkorven wordt aan de weduwmannen nooit de duivin getoond of de broedschotel omgedraaid. Nooit zullen de duiven voor een verrassing worden geplaatst. Zo wordt het bad altijd in het hok gegeven. ‘Buiten zullen de duiven ook baden maar dan gaat het er veel hectischer aan toe. Dan is er geen rust.’ Aldus Antoon. Ook wanneer de duiven thuis moeten komen van een vlucht zal er nooit een concessie aan de regelmaat in de verzorging worden gedaan. De duiven die thuis zijn gaan altijd voor de duiven die thuis komen is hier de gouden stelregel. De dagelijkse trainingsrondjes van de weduwnaars zullen dus nooit worden uitgesteld of afgelast omdat er duiven van één of andere marathonvlucht thuis kunnen komen. Antoon: ‘Aan het resultaat van de vlucht waarvan de duiven op reis zijn kan ik niets meer doen. Aan het resultaat van de vlucht die nog moet komen wel.’ En Luci vult hem aan: ‘Het is al zo vaak voor gekomen dat wanneer de weduwmannen hun trainingrondjes trokken, er een duif van een vlucht tussen zat. Ik voel mij dan eigenlijk een beetje schuldig ten opzichte van die duif die, nadat hij al 1000 kilometer heeft gevlogen, thuis gewoon weer mee moet vliegen.’ Ook de inrichting van het hok is erop gericht om zo weinig mogelijk stress te veroorzaken. Zo zitten er in de wanden tussen de verschillende afdelingen van het meter lange hok luikjes waardoor de weduwnaars van de ene afdeling naar de andere afdeling kunnen wandelen. Het gevolg daarvan is dat zo’n afdeling niet gedomineerd wordt door één of enkele doffers. Antoon: ‘Geen enkele afdeling kent een doffer die de baas is op de vloer!’ De kap van het hok loopt onder slechts een geringe hoek schuin naar voren af. Daar is om meerdere redenen bewust voor gekozen. De belangrijkste reden is dat het de duiven de mogelijkheid biedt op zich gemakkelijk over het dak voort te bewegen. Dat heeft tot effect dat iedere doffer zich de baas op het dak kan wanen. Heeft men een dak met een steile kap dan kunnen de duiven alleen goed op de nok zitten. De ruimte daar is zo beperkt dat een beperkt aantal doffers dit als hun territorium beschouwen en de overige duiven opjagen. Met stress als gevolg voor die duiven die verjaagd worden. Van de onderlinge wedijver die uiteraard ook tussen de duiven van Van der Wegen bestaat wordt alleen gebruik gemaakt bij het voeren. Alle duiven worden steeds op de vloer gevoerd. De onderlinge rivaliteit werkt bevorderend op de hoeveelheid voer die de duiven eten. Een duif eet namelijk niet alleen vanwege het hongergevoel maar ook uit jaloezie. Duiven die ingekorfd moeten worden, worden bijgevoerd in hun broedbak. Het extra voeder wordt echter ook dan los in de broedcel gestrooid. Antoon: ‘Voer dat rolt wordt het eerste opgegeten. Een duif is namelijk bang dat hij het kwijtraakt.’ EPILOOG Antoon en Luci van der Wegen zijn duivenliefhebbers die weten waarover zij het hebben. Hun hele doen en laten staat in het teken van dat ene doel: uitblinken op de overnachtvluchten. Hun unieke kennis en ervaring wordt dagelijks in de praktijk gebracht. Dat gaat niet vanzelf maar het resultaat is er dan ook naar. Wie hun imposante reeks zilveren en kristallen ereprijzen bewondert begrijpt dat je we hier van doen hebben met de absolute top in de duivensport. Niet alleen op nationaal maar ook op internationaal vlak. Om maar even wat te noemen: zij waren al twee keer West-Europees Marathonkampioen! Luci en Antoon moeten dan ook echte routiniers in het bestijgen van het erepodium tijdens de (inter)nationale huldigingen zijn. Dat blijkt echter tegen te vallen. Antoon laat de huldigingen het liefst aan Luci over. En Luci? Die zegt er nooit aan te zullen wennen. ‘Iedere keer is zo’n huldiging toch weer nieuw. Ik wen daar nooit aan. Steeds heb ik weer de koude rillingen. Maar bovenal heb ik dan weer een gevoel van trots. Trots dat het ons weer gelukt is.’ |
Publicatie februari 2000 |
Lucie & Antoon v.d. Wegen |