HYGIËNE…, EEN SUCCESVOORWAARDE




Het afgelopen jaar waarde de varkenspest als een onheilsspook door Nederland. Vele honderdduizenden varkens moesten worden afgemaakt. Een paar jaar eerder richtte de kippenpest een slachting aan in de schuren van de kippenboeren. De intensieve veeteelt vormt een economische factor van betekenis. Wanneer de veestapel door een ziekte wordt bedreigd, leidt dat tot ingrijpende maatregelen. Niet alleen in de veesector zelf. Ook hobbyisten als de postduivenliefhebbers merken de gevolgen. Zo gold er tijdens de kippenpestuitbraak ook een vervoersverbod voor postduiven en konden er geen wedvluchten worden georganiseerd. Gezondheid, dat is niet alleen een succesfactor in de intensieve veehouderij maar ook in de duivensport. Iemand die daar alles van weet is Gerrit Linders. Brieftaubensport International zocht hem op.



KASTPLANTJES

In het mooiste deel van Nederland, de Peel in Limburg, oefenen heel wat varkens én kippenboeren hun bedrijf uit. Daar, in de schaduw van de lommerrijke begraafplaats voor de Duitse gevallenen in Wereldoorlog II, in het Limburgse Ijsselsteijn, woont kippenboer en duivenkampioen Gerrit Linders (61). Samen met zijn vrouw Riek runde hij daar zijn leven lang een kippenfarm. Zowel leg- als broedkippen waren hun stiel. Maar liefst zestig duizend kippen bevolkten bij Gerrit en Riek Linders de hokken. ‘De schrik slaat je om het hart als er een pestuitbraak is. De kippen sterven bij dan bij bosjes. We hebben wel met de kruiwagen door de hokken gelopen om de kadavers te ruimen. Het is heel erg om die beesten zien dood te gaan’ aldus Riek ‘Gelukkig heeft Gerrit er altijd goed het oog in gehad en zag hij het dikwijls al dat er iets aan de gezondheid van de dieren schortte nog voordat zij echt ziek werden. Daardoor konden wij dikwijls tijdig maatregelen nemen’. Desondanks is hen toch niet het leed van een algehele ontruiming bespaard gebleven.

Geen kippen, geen inkomen. Een goede hygiëne is een belangrijke succesfactor in de bedrijfsvoering van een kippenboer. Met een goede hygiëne kun je niet alle problemen voor zijn maar je verkleint aanmerkelijk het risico van zieke dieren. En wat voor een broodwinning als een kippenfarm geldt, geldt ook voor een vrijetijdsbesteding als de duivensport. Een goede hygiëne neemt bij Gerrit en Riek Linders een belangrijke plaats bij de verzorging van hun duiven in. Daarmee is overigens niet gezegd dat zij kastplantjes van hun duiven maken. Integendeel, de duiven moeten een zekere natuurlijke weerstand hebben. Maar de droge mestmethode zul je bij deze Limburgse kampioenen niet snel aantreffen.

‘Ik hou van mooie en goede duiven en die moeten er ook netjes bij zitten. Hoe schoner het is hoe liever ik het heb. Dat neemt niet weg dat ook op de droge mestmethode goed gepresteerd kan worden. Voorwaarde is wel dat de mesthoop gort en gortdroog is. Bij mijn jonge duiven oefen ik dan wel niet de droge mestmethode uit, ze zitten in de zomerdag wel op een laag stro. Ook daarvoor geldt dat het in het hok uitermate droog moet zijn. Anders krijg je er schimmel in en dat is een bedreiging voor de duiven. Ik gebruik stro omdat je dan het minst last hebt van stof. Met andere bodembedekkers als korrels of beukensnippers heb je daar wel last van. Het gevaar van de droge mestmethode of bodembedekkers als stro of korrels is, dat als er een ziekteuitbraak is het gevaar van herbesmetting heel groot is. Het stro zou er bij mij dan ook direct uit gaan’, aldus Gerrit Linders.

Overigens deed Herman Borgmans uit Reusel mij ooit een goede tip aan de hand om schimmel in stro te voorkomen. Als het stro op het hok gebracht wordt, ontsmet je dit het best door het branden van een blokje Koudijs Droogontsmetter®. Pas wel op voor brand!



SCHROBBEN

Tot voor een paar jaar terug beschikte Gerrit Linders net als vele andere liefhebbers over een houten tuinhok. Dat hok werd steevast iedere zaterdag uitgeboend met een chlooroplossing (Halamid®). Vervolgens werd het hok met een gasbrander weer droog gemaakt.  Dit is een effectieve wijze van desinfecteren. De chlooroplossing doodt bacteriën terwijl eventuele wormeieren of coccidiën zeker niet bestand zijn tegen de gasvlam. Waarschijnlijk is dit de meest effectieve wijze van de gasvlam hanteren. Want bij gebruik van de gasbrander in een droog hok zal klein gespuis als wormeieren en coccidiën met de opstijgende warme lucht mee omhoog dwarrelen.

Het veelvuldig uitboenen van het hok had echter ook een nadeel. In de naden en kieren van het hok bleef ondanks de gasvlam altijd vocht achter. Dat vocht zorgde uiteindelijk voor schimmelvorming en een muffe lucht die op geen enkele manier te bestrijden was. Uiteindelijk heeft Gerrit het hok dan ook af gebroken. Tegenwoordig heeft hij zijn duiven ondergebracht in een hok dat in een voormalige kippenschuur is gebouwd. Het is als het ware een hok in het hok. Daardoor is er achter de duiven nog ruimte voor een brede gang. En dat heeft vele voordelen. Niet alleen is het klimaat in de duivenhokken door het grotere volume gelijkmatiger, ook de verzorging van de duiven is comfortbaler omdat Gerrit via deze gang alle hokken kan bereiken en hij bij slecht weer dus niet meer naar buiten hoeft.

Het wekelijks schrobben van de hokken is er vandaag de dag niet meer bij, bang als hij is dat in dit hok ook weer schimmelvorming optreedt. Daarvoor in de plaats is een bedrijfsstofzuiger gekomen. Via de gang achter de hokken rijdt hij twee keer per dag de stofzuiger de duivenhokken in waarna de hokken grondig gereinigd worden.

Gerrit beschouwd stof als een grote vijand. Met name het hele fijne stof dat je alleen ziet dwarrelen als je tegen het licht in kijkt. Dat stof wordt door de duiven ingeademd en gaat vast zitten op de bronchiën van de longen. Vandaar dat ook de plafonds van de duivenhokken twee keer per jaar gereinigd worden. Via de gang achter het hok is dat een eenvoudig karweitje. Een omvangrijkere klus maar dikwijls niet minder noodzakelijk, is het reinigen van de dakpannen. Ophoping van stof tussen de dakpannen zorgt er na verloop van tijd voor dat de luchtverversing in het hok te wensen over laat. Als daar aanleiding voor is dan schroomt Gerrit er niet voor om de dakpannen stuk voor stuk te verwijderen en grondig te reinigen.



BEESTJES

Wie denkt dat de duiven op het hok Linders gewoon op de kraakheldere vloer worden gevoerd, heeft het mis. Voerbakken moeten voorkomen dat het voer bevuilt kan raken. De drinkpotten worden twee keer per dag flink uitbeborsteld zodat trichomoniasis-, pokken- en colibacteriebesmettingen geen kans krijgen. Ook de broedschotels worden een paar keer per jaar schoongemaakt. Een keukenblok in de gang achter hok vergemakkelijkt deze karweitjes.

Door de hygiëne die er op de hokken van Gerrit en Riek heerst maken bacteriën weinig kans. Maar hoe zit het met strijd tegen parasieten? Want het ontsmetten tegen micro-organismen zoals virussen (paramyxo, adeno), bacteriën (paratyfus, coli), schimmels, protozoën (coccidiën) en (haar-, spoel- en lint)wormen is iets anders dan het ontsmetten tegen parasieten zoals veer- en stuitluizen, schacht- en schurft-bloedmijten,enz. Gerrit: ‘Doordat het hier zo schoon is op de hokken voelt dat kleine gespuis zich hier kennelijk niet thuis. Ik heb tenminste de laatste jaren geen maatregelen tegen luizen, mijten en dergelijke hoeven nemen. Ooit heb ik wel eens het insektenverdelingsmiddel U-3® gebruikt maar dat is inmiddels al veel jaren geleden’. Wel hebben Gerrit en Riek last van groter ongedierte zoals muizen. De vele kippenschuren achter hun woning zullen daar wel debet aan zijn. Maar ook bij niet-kippenboeren liggen deze diertjes op de loer. Zeker als er gebruik gemaakt wordt van roosters in het duivenhok.

‘Ik ben geen voorstander van roosters. Voor de liefhebber zijn roosters zeker gemakkelijk hoewel ik denk dat je toch veel last van stof hebt. Ik vind het echter koud en kil voor de duiven. Belangrijkste bezwaar van rooster vind ik echter het ongedierte. Gemorst voer wordt niet opgeruimd en dat trekt muizen en ratten aan’, aldus Gerrit Linders die deze beestjes te lijf gaat met vergif.



EPILOOG

Door een goede hygiëne  in en rond het duivenhok maken bacteriën, virussen,  enz. minder kans  om spel en kweek te ‘verzieken’. Gerrit en Riek beseffen dat als geen ander. En dat zij recht van spreken hebben blijkt uit in prestaties. In het 300 leden tellende samenspel ‘Peel & Maas’ behoren zij al jaren tot de meest toon aangevende spelers. Illustratief daarvoor is het seizoen 1997: maar liefst negen eerste prijzen en 21 kampioenschappen behaalden zij in dit samenspel waaronder 1e op de vluchten onder de 500 km., 1e op de vluchten boven de 500 km. en 1e totaal generaal. Als dat geen aanleiding is om je hok te gaan krabben….


This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!
Publicatie
februari 1998

Gerrit Linders