This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!
Publicatie
september 2002

Peter Bambacht
N.P.O. jonge duiven concours Morlincourt Afdeliing7/Midden Nederland voor:

Hennie en Peter Bambacht, Hellouw



Het jonge duivenseizoen 2002 kende nog maar weinig hoogtepunten. Slecht weer, ingekorte of zelfs afgelaste africhtings- en wedstrijdvluchten waren schering en inslag. En dan, plotseling, twee weken achtereen zit het mee. Kraakheldere lucht, wind uit de oosthoek en zomerse, ja zelfs tropische temperaturen. Er werd zelfs gesproken over ‘vluchten van de waarheid’, doelend op de concoursen van zaterdag 17 augustus. Nu is dat wellicht overdreven maar dat op die dag de duiven met vorm zich die dag lieten gelden, dat is wel zeker. Dat gold ook voor de 46-jarige stukadoor Peter Bambacht en zijn echtgenote Hennie uit Hellouw. Zij wonnen die dag het N.P.O.-concours voor afdeling 7/Midden Nederland vanuit Morlincourt!



AANKOMST

Terwijl de zon zijn drukkend warme effect al deed gelden, werden de boxen van de afdeling 7 Midden Nederland om 08.30 uur in het Noord Franse Morlincourt geopend. Met het donderend geweld waarvan iedere rechtgeaarde postduivenliefhebber zelfs bij die temperaturen het kippenvel krijgt, kozen 25.500 duiven het luchtruim. Vanaf  dat moment werd er bij tal van hokken gerekend. Diep in zijn hart hoopte menigeen op een vroege duif al werd het dikwijls niet uitgesproken. ‘De vroegste duiven zullen wel in de voorvlucht vallen’ zo was de algemene opinie. Het land tussen Waal en Lek was favoriet. Behalve dan in die omgeving. Daar hield men er toch ernstig rekening mee dat de ereprijzen in het westen van de afdeling te verdienen zouden zijn. Zo ook Peter Bambacht uit Hellouw. ‘De wind zat in de oosthoek en dan komen wij er in deze contreien doorgaans niet aan te pas. De lijn Gorinchem-Utrecht-Hilversum, daar moest het volgens mij gebeuren. Tenslotte hadden ze daar de week voordien onder bijna gelijke omstandigheden ons ook afgedroogd’. Hoezeer hij er naast zat bleek eerst enkele uren later. Samen met zijn echtgenote Hennie die ’s ochtends de verzorging van de duivenkolonie voor haar rekening neemt, had Peter uitgerekend dat voor een vroege klassering zij om 12.30 uur moesten constateren. De vorm van de duiven was goed maar of het ook voldoende was voor de hoofdvogel? De week voordien hadden zij een prima uitslag gemaakt. Vanuit Niergnies (230 km.) wonnen zij toen 22, 23, 28, 57, 60, 63, 78, 99, enz. tegen 3.043 duiven. Maar ja, de ene week is de andere niet en zoals gezegd werden toen de hoogste snelheden aan de westzijde van de afdeling in Benschop en Breukelen gemaakt.

Groot was dan ook de verrassing toen een paar minuten voor half één met hoge snelheid een duif boven het hok verscheen. In een sierlijke draaiing maakte hij drie ererondjes om vervolgens pardoes op de spoetnik te vallen. Daarmee was ook zijn aankomsttijd een feit: 12.28.21 uur hetgeen neerkomt op een minuutsnelheid van 1232.520 meter over een afstand van 293.771 kilometer.

Veel tijd om van het moment te genieten was er niet want luttele fracties later verscheen de tweede duif boven en vervolgens òp het hok. Dat laatste was er mis aan want daar bleef de duif verpozen. Het gemelk van de liefhebber ten spijt verkoos deze duif eerst toilet te maken alvorens het hok binnen te gaan. Zo kon het gebeuren dat mogelijk een tweede teletekstvermelding in rook opging en de duif die als derde arriveerde toch nog als tweede geconstateerd werd. Vervolgens volgden de aankomsten elkaar regelmatig op: 12.28, 12.31, 12.32, 12.36, 12.42, 12.42, 12.44, 12.46, 12.50, 12.54, 12.55, 12.56, 12.57, 12.59, 12.59, enz.

Bij melding bleken Peter en Hennie inderdaad een vroege duif te hebben maar die bleken er in de naaste omgeving wel meer te zitten. In de club maakten zij een prima uitslag: 1, 4, 5, 7, 9, 11, 13, 17, 23, 26, 28, 30, 31, 32, 33, enz. ofwel 36 prijzen van 74 inzetten tegen een concurrentie van 455 duiven. Voordat evenwel de voor het N.P.O.-concours relevante informatie uit de achtervlucht bekend zou worden was men wel een uurtje verder. Daar werd dus maar geen acht meer op geslagen want andere bezigheden vroegen de aandacht. Totdat Peter halfweg de middag gebeld werd met de vraag of hij al op teletekst had gekeken. De vraag stellen is de uitnodiging doen en dus werd fluks de televisie aangezet. Daar zag hij dat werkelijkheid was geworden waar je als liefhebber eigenlijk alleen maar van durft te dromen: 1e N.P.O.-concours!



ARMSTRONG

Deze prachtige overwinning werd opgeëist door een blauwband doffertje (NL02-1325220) met de welluidende naam ‘Armstrong’. De ouders van  ‘Arnstrong’ werden tijdens de kerstdagen 2001 op het kweekhok gekoppeld. Bijgevolg werd hij eind januari geboren. Halfweg mei werd hij samen met zijn leeftijdgenootjes geënt tegen paramixo en nog eens veertien dagen later tegen pokken. In diezelfde tijd werd er ook gestopt met verduisteren.

Vervolgens werd de jonge garde afgericht. Althans dat was de bedoeling want door het aanhoudende slechte weer zagen zij uiteindelijk slecht vier keer de mand voor een lapvluchtje. De eerste keer voor een afstand van 1 kilometer, de laatste keer voor een afstand van 15 kilometer. Vervolgens stond de eerste vlucht vanuit Minderhout op het programma. Die kon vanwege de slechte weersomstandigheden niet doorgaan. Een week later onderging de vlucht vanuit Duffel hetzelfde lot. In de twee daarop volgende weken gingen de vluchten vanuit Strombeek en Houdeng wel door, zij het dat Houdeng met een dag vertraging gelost werd. Die extra nacht mand zorgde waarschijnlijk voor een lichte coli-besmetting bij de doffertjes van Peter zodat zij voor de vlucht vanuit Niergnies (die overigens werd teruggezet naar Valenciennes vanwege slechte weersomstandigheden….) verstek moesten laten gaan. Vervolgens werden de daaropvolgende vluchten vanuit Niernies en Morlincourt bij ‘echt’ duivenweer verspeeld. ‘Armstrong’ was op Morlincourt effectief dus pas aan zijn vierde vlucht bezig! 

De jonge duiven van Peter en Hennie worden ‘op de deur’ gespeeld. Een op het oosten gericht confectiehok met als afmetingen 4,50 x 1,80 meter, is daartoe in tweeën gedeeld. Overigens zorgt Peter ervoor dat de junioren over voldoende zuurstof kunnen beschikken. Een groot deel van het plafond bestaat uit gaas en bij goed weer gaan bovendien de ramen open.

Op zondag blijven de jongen binnen maar op werkdagen gaan zij één keer per dag op de vleugels. In de vroege middaguren gaan eerst de doffers los en als zij goed de gang hebben krijgen ook de duivinnen de vrijheid. Vervolgens verschijnt de vlag op het hok om aldus te waarborgen dat de hele meute tenminste één uur traint. In de praktijk maken de jongen daar zelf overigens dikwijls vijf kwartier of zelfs nog langer van. Na het binnenroepen worden de geslachten direct weer gescheiden. In de week voorafgaand aan Morlincourt heeft Peter zijn vakantiedagen nuttig besteed door op maandag, dinsdag en woensdag de duiven weg te brengen voor een lapvluchtje van ca. 40 kilometer.

De verzorging van de duiven is overigens secuur maar simpel. Vier (!) keer per dag worden de hokken schoongemaakt. Na een vlucht met twee nachten mand krijgen de duiven bij thuiskomst een ontsmettingsmiddel in het drinkwater dat werkzaam is tegen de vier meest voorkomende duivenziekten. Afhankelijk van op welke dag er ingekorfd moet worden, krijgen de duiven op dinsdag of woensdag druivensuiker en vitaminen in het drinkwater. Regelmatig vers grit, roodsteen en tot woensdag een mineralenmengsel is een vanzelfsprekendheid.

De voeding van de jonge duiven bestaat uit drie componenten. De basiscomponent bestaat uit energierijke mengeling met veel vetten en koolhydraten. Zij bestaat uit 25% Franse Cribs maïs, 5% Parel mais, 5% popcorn mais, 1% tarwe, 1% brouwersgerst, 1,5% rijst, 12% paddy, 19% dari, 19% cardi, 2% haver, 2% milo,  1% katjan idjoe, 0,5% boekweit, 0,5 % lijnzaad, 0,5% getoaste soja, en 5% kunstkorrel. Deze mengeling staat alle dagen van de week op het menu. Op zaterdag, na thuiskomst van de vlucht, wordt deze mengeling aangevuld met de tweede component: een dieetmengeling. De duiven mogen dan zoveel eten als zij lusten. Op zondag en maandag wordt slechts de basismengeling verstrekt en tegelijkertijd wordt er vanaf dit moment  redelijk krap gevoerd. Vanaf dinsdag wordt de basismengeling aangevuld met een vliegmengeling met popcornmaïs met dien verstande dat op donderdag de vliegmengeling de boventoon voert. Bij één nacht mand wordt de laatste voederbeurt overgeslagen bij twee nachten mand uiteraard niet.



EDELE KOMAF

De ‘Armstrong’ is een betrekkelijk klein doffertje. Hennie: ‘Aanvankelijk dachten wij dat het een duivin was. Pas toen wij de geslachten gingen scheiden maakte hij opeens andere duivinnen het hof. Het bleek dus wel degelijk een echte doffer te zijn.’

Vastgenomen in de hand wringt dit manneke zich het liefst los. De grijs/witte ogen kijken je nijdig aan terwijl zijn zachte, vettige pluimen door de handen glijden. De deels ingegroeide vierde pen zorgt voor een quasi-volle vleugel. Zijn conditie is, als ik hem twee dagen na zijn overwinning bewonder, adembenemend: zijn blank roze buik voelt zwetend aan.  De spieren lijken opgezwollen als een flink opgepompte ballon. Ballon? Daarmee zijn we direct bij de afstamming van deze edel ogende duif aanbeland.

De moeder van ‘Armstrong’ is de NL01-1835198. Zij is afkomstig van de hokken van Rien Breeman uit Oude Tonge. Breeman bouwde zijn hok op met duiven van de onvolprezen Gebroeders Borgmans, de kampioenen van decennia lang uit Reusel. Een nadere bestudering van de pedigree van deze duivin levert dan ook illustere namen op als de ‘Ronde duif’, de ‘Jonge Ballon’, de ‘Ballon’ en de ‘Dikke duif’. Stuk voor stuk stamduiven bij de Borgmansbroers en stuk voor stuk duiven die hun naam niet gestolen hadden. Als geen ander waren zij in staat om op te zwellen als de vorm daar was: groter lijken dan ze zijn en met het gewicht van een veertje. Geen wonder dus dat in alle duiven die bij Borgmans een N.P.O.-concours wonnen, en dat zijn er inmiddels een stuk of zes, het bloed stroomt van deze duiven. En ook bij Breeman leidde dit soort tot mooie staaltjes duivensport. Zo won een oom van de 198/’01 maar liefst zeven eerste prijzen!

De vader van ‘Armstrong’ is de NL94-5545588. Deze doffer werd door Peter Bambacht zelf gekweekt uit zijn illustere kweekkoppel ‘Klak 193 x 824/’90’. De 824/’90 is nog een dochter van de ‘Oude Klak 29’, stamduif van de al even fameuze kampioenen, de gebroeders Henk en Jaap de Wit uit Koudekerk aan de Rijn. Beide broers brachten in 1960 voor het eerst een bezoek aan Jos van Limpt-de Klak. Speelden zij voor die tijd al als kampioenen met de grote ‘K’, nadien is hun ster tot aan de totale verkoop in 1993 alleen nog maar verder gerezen. Met de eerdergenoemde ‘Oude Klak 29’ als beroemdste exponent. Met de een dochter van deze doffer vormden Peter en Hennie dus een kweekkoppel waaruit diverse cracks werden geboren. De beste was wel de ‘Bartoli’ (321/’96). Deze blauwband witoger won maar liefst vijf keer een eerste prijs. In N.P.O.-verband waren zijn mooiste prijzen: Chateauroux 4e tegen 7.470 duiven, Orleans 4e tegen 13.250 duiven en Bourges 96e tegen 8.433 duiven.

De ‘Armstrong’ heeft het dus zeker van geen vreemde!


EPILOOG

De ster van Hennie en Peter Bambacht begon snel te reizen toen zij duiven aanschafte bij de onvolprezen Gebroeders De Wit. Tal van resultaten zijn te danken aan het soort van deze Zuid-Hollandse broers. Zo vertegenwoordigde Hennie en Peter’s ‘Bartoli’ Nederland in 1999 op de Olympiade in Blackpool en wonnen zij in 2000 met hun 857/’99 het N.P.O.-concours vanuit Orleans tegen 13.179 duiven. Ook in 2002 was er geen houden aan. In de C.C.G. werden zij al 1e kampioen midfond en 1e kampioen eendaagse fond. Jaap de Wit is nog altijd zeer begaan met de kampioenenformatie in Hellouw. Geen wonder dus dat hij, ondanks zijn broze gezondheid, als één der eerste de familie telefonisch feliciteerde met dit nieuwe succes. En vervolgens was hij razend nieuwsgierig of de overwinnaar nog een vertegenwoordiger van de ‘De Witstam’ was.

Toen Peter Bambacht in contact kwam met Rien Breeman uit Oude Tonge was hij direct helemaal weg van diens duiven. De kwaliteit, de klasse die deze duiven uitstraalden, hij was er helemaal weg van. Peter moest en zou van al Breemans kwekers jongen hebben. Zo gebeurde het ook in 2001 en juist op tijd want kort daarna werd de kolonie van Breeman totaal verkocht. Dit jaar werden deze nieuwe aanwinsten door Peter met het eigen soort gekruist. Dat deze handelswijze met ‘Armstrong’ al zo snel tot resultaat zou leiden konden Peter en Hennie alleen maar dromen. Maar als u het mij vraagt is het eind nog niet in zicht……..