This page created with Cool Page.  Click to get your own FREE copy of Cool Page!
Publicatie
juni 1996

Publicatie
juni 2001

Gebroeders Borgmans
NIEUWE MODE: ÉÉNDAAGSE FOND




Nu sinds enige jaren Nederland is opgedeeld in negen rayons, zijn de ééndaagse fondvluchten die door de Nederlandse Postduivenhouders Orga­nisatie (N.P.O.) in die rayons worden georganiseerd, mate­loos populair gewor­den. In 1995 werden er maar liefst 320.495 duiven inge­korfd en het aantal deelnemende duiven groeit nog ieder jaar. De vele publici­teit in de duivensportmedia leert ons dat er zich inmid­dels echte specialisten op deze afstandsvluchten hebben ontwikkeld. Specia­listen die hun duiven thuis krijgen in een tempo als werden zij op de hoek van de straat gelost. Taubensport International zocht twee van die specialisten op voor een kijkje achter de schermen: Janus (58) en Her­man (57) Borgmans uit Reusel.



UITDAGING

De Gebroeders Borgmans voorstellen is als een open deur intrappen. Als neven en leerlingen van hun beroemde oom Jos van Limpt 'De Klak' kon­den zij bogen op de vanzelfsprekende belangstelling van iedere recht­geaarde korte afstandspeler. Maar sinds zij in 1979 besloten om hun geluk op de ééndaagse fond te gaan beproeven, hebben zij ook in het elitaire fondwereldje naam gemaakt.

En dat nog wel met dezelfde soort duiven waar zij eerst de vitesse- en midfondvluchten mee afwerkten. Het soort van hun oom Jos de Klak dus. De Gebroeders Borgmans zijn tot het eendaagse fondspel gekomen doordat zij daar door andere liefhebbers toe werden uitgedaagd. Volgens die lief­heb­bers konden de Janssen- en de Klakduiven geen fond aan. Die duiven zouden hooguit Orleans (450 km) aan kunnen maar verder niet. Jos Klak zelf ging zelden verder dan Orleans en de Gebroeders Jans­sen kozen Noyon (270 km) als eindstation. Daar lag voor hen het mooi­ste spel.

Herman Borgmans: 'Ik heb toen tegen die mannen gezegd: Als gij gelooft dat die duiven geen kilometers maken kunnen dan is 't goed want het geloof kan ik U niet geven'. Broer Janus valt hem spontaan bij: 'Maar wij heb­ben toen voor ons zelf de uitdaging wel aangenomen want vol­gens ons konden die duiven wel degelijk kilome­ters maken. We zijn in '79 begonnen met het voorbereiden van een groepje jonge duiven voor de fond. Dat betekende dat zij in 1981 voor het eerst naar de fond gin­gen.'

Het eerste jaar waren de prestaties bepaald niet geweldig. 'Die duiven moesten nog leren om hun krachten te verdelen', aldus Herman. 'We hebben zelfs getwijfeld of ze het wel aan konden. Of die criticasters mis­schien dan toch ge­lijk hadden.'

Maar het jaar daarop ging het al een stuk beter. Op de eerste vlucht in de fondclub Zuiderkem­pen hadden de nieuwbakken fondspelers aan de 50e prijs hun vier eerst getekenden in de klok zitten. Ze startten des­tijds met 9 doffers. Daar bleken uiteindelijk vier goede duiven bij te zitten. Zo vloog de 'Kleine Schone' (NL79-1653580) op 15 een­daagse fondvluchten maar liefst veertien prijzen.



DROOMSTART

Een dergelijke start was natuurlijk een geweldige meevaller. Daarente­gen waren de dui­ven die in 1980 werden gekweekt veel min­der. Daar zat er niet een bij die echt goed was. Middenmootvliegers maar geen echte toppers.

Hoewel dus niet ieder jaar in kweek en spel een topjaar kan zijn, hebben de Gebroeders Borgmans inmiddels wel geschiedenis geschreven door maar liefst vier (!) rayonale fondvluchten te winnen. Zo won 'De Plos' (NL88-8806089) in 1990 het N.P.O.-concours Chateauroux (565 km) tegen 5.788 duiven. Om vervolgens veertien dagen later nooit meer terug te komen van de fondvlucht vanuit Argenton. Want wie denkt dat Janus en Herman Borgmans hun favorieten na zo'n glanzende overwinning thuis houden, heeft het goed mis. Dat die handelswijze een risico met zich brengt, werd bewezen met het achterblijven van 'De Plos' veertien dagen na zijn glansrijke overwinning. Dat er op die wijze ook onster­felijke roem te vergaren valt toonde 'De Jonge Rooirander' aan. Hij won in 1991 wederom het N.P.O.-concours Chateau­roux, ditmaal tegen 14.096 duiven. De volgende vlucht was het weer raak met de 148e prijs van­uit Argenton tegen 9.273 duiven! Om ten­slotte twee weken later nogmaals te zegevieren: 1e op het N.P.O.-con­cours La Souterraine (631 km) tegen 7.630 duiven.

Van eenzame klasse is ook 'De 25-Doffer'. Hij was de triomfator op het in 1994 vervlogen N.P.O.-concours vanuit Montlucon (589 km) tegen 14.326 dui­ven. Daarnaast won hij in datzelfde jaar nog de 3e prijs uit La Sou­ter­raine tegen 7.555 duiven. Twee jaar na dato kunnen de beide broers nog genieten van de wijze waarop die '25-Doffer' winnend thuis kwam. Herman: 'Wij stonden hier bij de hokken te wachten en hadden nog geen duif gezien. Plots verscheen er in de verte een duif. Ik keek nog eens goed en riep tegen Janus: 'hij is voor hier'. Het beestje begon te schudden en te schom­me­len. Hij kwam zo hard naar beneden dat je zou denken dat ie zou verongelukken. Als een kogel viel hij boven op de nok van het hok. Althans... door de snel­heid haalde hij het niet en rolde aan de ach­terkant van het dak naar beneden. Vervol­gens vloog hij op, maak­te een halve draai, viel op de klep en binnen.'

Janus: 'Dat is het mooie van die ééndaagse fondvluchten. Het geeft zo'n geweldig kick als die duiven van zo'n lange vlucht thuis komen! Als je nog geen duif gezien hebt en er komt er dan een recht uit de goede hoek, dat is voor ons iets fantastisch! Die beestjes leve­ren zo'n geweldige krachtsinspanning! Zes-, ze­venhon­derd kilometer op één dag!'

De successen op de fond hebben de Gebroeders Borgmans er niet toe gebracht om het spel op de midfond te verwaarlozen. Integendeel, een eerste prijs op een midfondvlucht wordt door hen nog altijd gekoes­terd. Toch zit er volgens Herman wel verschil in de wijze waarop de midfond- en ééndaagse fondvluchten worden beleefd: 'De vluchten op de midfond gaan zo snel. Als je het hok op gaat om er één te klokken dan vallen de andere achter je rug om naar binnen. Je hebt geen tijd om ze aan te zien komen. Maar op de fond kun je ze op uw gemak afwach­ten. Voor ons is wel belangrijk dat de duiven er 's ochtends uit­gaan en 's avonds weer thuis zijn. Wij vinden de ééndaagse fond name­lijk eer­lijker dan de overnachtfond. Bij de over­nachtfond ben je af­hankelijk van factoren als 's avonds lang of kort doorvliegen en 's ochtends vroeg of laat opstaan/o­pschrikken van de duiven. Op de ééndaagse fond winnen de kracht­patsers met uithou­dingsvermogen en kompas. Op de over­nachtfond zie je vaak dat het de ene vlucht alles is en de volgende vlucht niks. Regelmaat gedurende vele jaren bestaat bij de overnacht­liefheb­bers bijna niet.'



TELETEXT

Tot het moment waarop de Borgmannen hun vizier op de ééndaagse fond richtten, was deze speldiscipline voor de meeste liefhebbers in de Kempische landstreek slechts een stiefkindje. Het spel op de vitesse en midfond was veruit favoriet. Op de fondvluchten werd wel een duif­je ingezet omdat die vluchten nu eenmaal meetellen voor de gene­rale titel. Maar hoe ging dat? Er werden duiven gezet die faalden op de vitesse en halve fond. Dat waren dus bepaald niet de beste en bo­ven­dien waren die beestjes al afge­jakkerd. Daar kwam dus niets van te­recht.

Met de successen van de Borgmannen maar vooral ook met de komst van de rayonale N.P.O.-concoursen heeft het ééndaagse fondspel in de perife­rie van Reusel fel aan populariteit gewonnen. Nu zijn er in deze omge­ving liefhebbers die zich speciaal op de één­daagse fondvluchten heb­ben toegelegd. Maar ook de publicatie van de top van de uitslag via het medium Teletext kort na de vlucht heeft de populariteit van deze spelsoort flink gestimuleerd.

Herman Borgmans daarover: 'Ik heb wel eens tegen de voorzitter van de N.P.O. gezegd: 'Het gebruik van Teletext is een gouden greep. Dat is een uitvinding zoals die in lang niet in de duivensport heeft plaats ge­vonden.' Janus knikt bij dat gezegde instemmend. 'Teletext heeft de duivensport een extra di­mensie gegeven. Als je op de vitesse 10 keer de eerste speelt, weet niemand dat. Als je vroeg zit op de ééndaagse fond­vluchten doet, weet heel Nederland het. Zelfs in België en Duits­land wordt het door liefhebbers op de voet gevolgd. Als onze naam in Neder­land op Teletext verschijnt, worden we direct via de telefoon vanuit België en Duits­land gefeliciteerd. Dat geeft je presta­tie toch iets extra's.'



SPECIALISATIE

De Gebroeders Borgmans achten een aparte voorbereiding van duiven voor de ééndaagse fondvluchten van wezenlijk belang. Een vitesse/midfon­dduif wordt niet zo maar op de fond gespeeld. Daar hebben de Gebroe­ders inmiddels leergeld mee betaald. Volgens Janus raken zij zowel op de vitesse­/midfond als op de ééndaagse fond slechts zelden een duif kwijt. 'In '94 lieten wij ons verleiden om onze 'Wit­tentik' op een één­daagse fondvlucht te spelen. Dat beest had tot dan toe alleen maar midfondvluchten gevlogen. Hij bleef wel mooi achter.'

De Gebroeders Borgmans hebben dan ook een apart hok met 21 doffers voor de fond. Een deel daarvan is jaarling en wordt in principe nog niet op de fond gespeeld. Zij doen eerst nog ervaring op op de vites­se/midfondvluchten. Toch wordt er zo nu en dan wel eens eentje op een fondvlucht ingezet. Maar zo'n duif zit dan ook op het hok te bewijzen dat hij het aan kan. Herman: 'Neem nu onze '25-Doffer'. Die wint als jaarling de 21e van La Souterraine tegen 7.302 duiven, ver­volgens van­uit Limoges de 19e tegen 9.257 duiven. Dat beest was in zo'n blakende conditie. Tijdens de trainingen kon hij van het vliegen geen genoeg krijgen. Hij was steeds de laatste die binnen kwam. Je zag hem denken: 'O, moet ik naar bin­nen, ik kom'. Maar dan ging hij gauw nog een rond­je en nog één. Als een duif het fysiek aan kan en hij toont zijn con­ditie dan is er niets op tegen om hem in te kor­ven. Daar slijten ze dan niet van. Dat bewees de '25-Doffer' ook want als tweejarige kwam hij weer goed. Maar in zijn algemeenheid zijn wij zuinig op onze jaar­lingen. Op die manier gespeeld kunnen onze doffers goed vier jaar mee op de fond.'

Door hun jaarlingen te sparen houden de Gebroeders Borgmans een kern van rond de twaalf doffers over die op de fond gespeeld worden. Een deel daar­van is tweeja­rig en moet dus nog alles bewijzen.

Het zwaartepunt van het ééndaagse fondspel ligt bij het weduwschap. Dat wil niet zeggen dat er geen nestduiven worden ingezet. Dat gebeurt namelijk wel. De Borgmannen vinden het namelijk belangrijk te weten wat hun duivin­nen kunnen. Met louter weduwschapspel vrezen zij voor het terug lopen van de kwaliteit van hun kolonie. Janus: 'Ons '2e Kampioentje' (NL87-8772191) vloog hier in Reusel de eerste prijs van Montlucon. In de Zuid Nederlandse Bond was dat de derde prijs. Maar in principe is onze ploeg weduwnaars groot genoeg. Nest­duiven spelen we alleen als die beestjes in uitmuntende conditie ver­keren.'



VOLDOENDE RUST

De fondduiven worden rond 1 maart gekoppeld. Dan brengen ze een ronde jongen groot en als ze vervolgens op weer op eieren komen, gaan ze na een dag of tien broeden op weduwschap. De duivin wordt tussentijds niet meer weggenomen. Herman over het waarom van die handelswijze: 'Doordat wij de duiven zo laat koppelen komt de pennenrui ook pas laat op gang. Daardoor zijn ruimschoots in staat om tot eind juli met deze duiven te spelen.'

Als voorbereiding op de fondvluchten krijgen zij vervolgens twee of drie vi­tesse en twee midfondvluchten. Het weekend voor de eerste fond­vlucht krijgen ze altijd rust. Vervolgens worden zij om de veertien dagen op de eendaagse fond gespeeld.

De weduwnaars trainen zowel '_ ochtends als '_ avonds een uur. Daarbij wordt niet op vijf minuten gekeken. De doffers vliegen dan overi­gens geen uur. Janus: 'Als ze dat zouden doen, zou het niet goed zijn. Maar ze zijn wel een uur in beweging. Als we ze los laten moeten ze het hok uit­stormen en hoog weg trekken.  Ze moeten uit het gezicht verdwijnen. Al is het maar vijf minuten maar ze moeten weg trekken. Als ze terug komen, kijken ze even op het hok en klepperen dan de lucht weer in. En dat houden ze dan uur lang vol. En als ze in vorm zijn dan spatten ze breed uit elkaar. Dan is de hele lucht gevuld met maar een paar dui­ven. Ze moeten niet in een klad blijven vliegen.'

De Gebroeders Borgmans doen niet aan gedwongen trainen. Ook niet in de vorm van midweekse africhtingsvluchten zoals dat elders wel geprakti­zeerd wordt. 'Ze moeten uit zichzelf vliegen en spelen', aldus Herman. 'Ze moeten ple­zier maken. Als een weduwnaar zich als een nest­duif gedraagt, vergeet het dan maar. Dan zul je geen goede uitslag maken.'

Voldoende rust voor de duiven wordt daar in Reusel belangrijk gevon­den. Vandaar dat de fondduiven om de veertien dagen worden gespeeld. Zodra de fond­vluchten zijn afgelo­pen begint in feite de voorbereiding voor het volgende seizoen. Dan doen ze niet één vlucht meer en kunnen ze alle dagen uitvliegen. Tot oktober toe.

Een belangrijke succesfactor in het weduwschapspel is de duivin. Ja­nus: 'Wij zeggen altijd: de duivin maakt de kopprijzen. Als een duif in goede doen is vliegt hij prijs. Maar een goede duivin kan er voor zorgen dat hij er een schepje bovenop doet en een kopprijs wint!' Herman vult hem aan: 'Als een weduwnaar gek is met zijn duivin dan durven wij hem geen andere te geven. Ook als de jongen die wij uit zo'n koppel kweken geen knip voor de neus waard zijn. Het is ons al eens gebeurd dat een goed presterende doffer stopte met prijs vliegen toen wij hem een andere duivin gaven. Hij herpakte zich pas weer toen hij zijn oude duivin weer terg kreeg'.

Aan de verzorging van de weduwduivinnen wordt dan ook de nodige aan­dacht geschonken. Zij bivakkeren allemaal samen op één hok en krij­gen de hele week zuive­ringsmengeling. Tegelijkertijd wor­den ze krap ge­voerd. De laatste dag krij­gen ze volle bak vliegmengeling. Herman: 'Als je de dui­vin aan de doffer toont moet ze haar volle aan­dacht voor de doffer hebben. Ze mag geen honger hebben. Want anders gaat ze in plaats van de doffer het hof maken, op zoek naar voer.'

De duivin vormt bij de Borgmannen de enige vorm van motivatie. Er worden geen trucjes met de duiven uitgehaald. Janus: 'Er zijn liefheb­bers die hun duiven de gehele dag aan halen. Dat gebeurt bij ons niet. De verzorging gaat recht toe recht aan. En daarbij komt dat wij rust belangrijk vinden en dus komen wij van 's ochtends 7 uur tot 's avonds 7 uur niet bij de weduwnaars'.



MONDJESMAAT

De jaarlingen worden, als ze van een midfondvlucht thuis komen, tot en met maandag gevoerd met zuiverings­men­geling. Vanaf dinsdag worden ze weer met vliegmengeling opgevoede­rd naar de volgende vlucht. Hun meer­jaarse hokgenoten volgen hetzelfde voederregime. Dat betekent dat zij, als ze thuis komen, ook tot en met maandag zuivering krijgen. Daarna krij­gen zij weer gewoon vliegmengeling. Maar wel mondjes­maat want zij wor­den pas weer veertien dagen later ingekorfd. In veertien dagen tijd krijgen zij dus 3 dagen zuivering en de rest vliegmen­ge­ling.

Janus over hun voederwijze: 'Daarbij houden we ze heel goed in de gaten. Pikken ze alles op? Laten ze niets liggen? Daar moet je als liefhebber wel een beetje gevoel voor hebben. Die duif moet iets min­der en die iets meer. Dat is de grootste kunst. '

De dag van het inmanden krijgen de weduwnaars '_ morgens volle bak vliegmengeling. Daaruit mogen zij naar hartelust uitzoeken. Tussen de middag komt Herman van mijn werk even naar huis en geeft ze dan nog wat voer zodat ze nogmaals hun keus kunnen maken. Herman: 'Als wij ze in­korven is er niet één die een volle krop heeft. Degenen die op de laatste dag nog een volle krop eten, komen te kort. Die heb­ben onvol­doende reserves opge­bouwd en die kun je maar beter thuis laten.' Janus vult zijn broer aan: 'Een duif moet bij het inmanden als het ware exploderen van reserves en energie. Als hij dat punt bijvoorbeeld dinsdags al heeft bereikt dan heeft hij zijn hoogtepunt te vroeg, dan stopt hij met eten en dan kun je er niets meer van ver­wachten. De kunst is om de duif zijn hoogte­punt te laten hebben als hij de mand in gaat. Maar dat is razend moei­lijk. Iedere korrel voer kan er dan één te veel zijn. Het voeren komt dus heel secuur. Je kunt die duiven natuurlijk de hele week honger laten lijden en de laatste dagen volle bak geven. Maar dat is ook niet goed. Ze blijven dan mis­schien wel aan het eten maar de echte topvorm komt dan niet.'

Voor het inkorven gaat het voer van het hok af. De duivinnen worden dan bij de doffers gelaten en vervolgens overleggen de broers welke duiven er ingekorfd worden. Vervolgens gaan we naar binnen, bepalen de volg­or­de van de getekenden en vullen de poulebrief in. Ondertussen laten zij de weduwnaars hun gang gaan met de duivinnen. Dat duurt wel zo'n drie kwartier. Ze mogen zo vaak treden als ze willen. Janus: 'An­de­ren zeggen: dat is slecht. Wij geven daar niet om. Want na drie kwar­tier is het grootste vuur eraf en gaan ze heel rustig de mand in. En dat laatste is wel belangrijk.'



ENERGIE

De Gebroeders Borgmans voeren zomer en winter dezelfde handelsmenge­ling, vliegvoer. Die eenvoud bespaart hen de moeilijke keuze uit de diverse mengelingen die de duivenvoerfabrikanten hun klanten bieden. Een beetje fabri­kant biedt namelijk al snel zo'n vijftien verschillen­de menge­lingen aan­. En dat terwijl on­derzoek naar de ver­schil­lende men­ge­lingen leert dat het afwijking in ener­gie­waarde tussen de verschil­lende menge­lingen slechts marginaal is. Die geringe onder­linge verschillen worden veroor­zaakt doordat men in de onderscheidende menge­lingen zoveel moge­lijk variatie probeert aan te brengen. Grote ver­schillen in energiewaarde kunnen alleen bereikt worden met een een­zijdige samenstel­ling maar dat ver­koopt slecht. De meeste liefheb­bers willen namelijk dat hun duiven niets te kort komen en kiezen dus voor een zo gevarieerd moge­lijk samengestelde mengeling.

Hoewel de Gebroeders Borgmans geen voedingsdeskundigen zijn, hebben zij er wel behoefte aan om hun fondvliegers een mengeling voor te schotelen met extra energiewaarde. Fondduiven gebruiken als belang­rijkste brandstof vet. Vet bevat dubbel zoveel energie per gram als suiker en eiwit en levert nauwelijks echte afvalstoffen op. Afhanke­lijk van de zwaarte van de vlucht verbruikt een duif drie tot zes gram vet per uur. De vetten uit het bloed staan onmiddellijk ter beschik­king van de spier die ze verbrandt tot energie. In de huid, in en rond de ingewanden en in de spieren zelf bevindt zich reservevet. Maximaal mag het lichaamsgewicht van een duif voor 10% uit vet bestaan. Wordt dit maximum overschreden dan zal de duif aanvetten hetgeen uiteraard ten koste gaat van de prestaties. De kunst van het voeren bestaat dus uit het repareren van het energieverbruik van de voorbije vlucht en het opvoeren van de brandstofvoorraad voor de komende vlucht.

Vandaar dat Janus en Herman Borgmans tijdens het vliegsei­zoen aan de vliegmenge­ling gepelde haver, paddy, snoep­zaad, mais en hennep toevoegen. Van mais is bekend dat het één van de vetrijkste produkten in het voer is. Haver bevat zo mogelijk nog meer vet dan mais. Het spijsverteringstel­sel van de duif is echter niet ingericht op de dik­wijls aanzienlijke bast van haver. Vandaar dat gepelde haver voor onze ge­vleugelde vrienden de voorkeur heeft. Paddy is wat samenstelling be­treft te vergelijken met haver. Snoepzaad bevat elementen als lijn­zaad, koolzaad raapzaad en zonnepitten, die er ieder voor zich om bekend staan dat zij veel vet bevatten. Hennep is zeer eiwitrijk en het zou de geslachtsdrift bevor­deren. De hoeveelheid granen en zaden die aan de vliegmengeling wordt toegevoegd is niet eenduidig vast te stellen. Het is voor de Borgman­nen vooral een kwestie van gevoel.

Janus licht hun handelswijze toe: 'Gepelde haver krijgen de duiven omdat het kracht geeft. Wij zijn van huisuit van boerenafkomst. Als ons paard op de boerderij hard moest werken dan moest hij ook goed eten aldus ons vader. En dan kreeg hij haver. Maar je kunt er gemakke­lijk teveel van geven. Dat was bij ons paard vroeger ook. Als hij zijn energie niet kwijt kon dan kreeg hij uitslag en werd hij te wild. Dan werd hij driftig. Daarom krijgen onze duiven het maar mondjesmaat. Als de weduwnaars volle bak krijgen dan voegen wij daar extra mais aan toe. Want ook mais geeft extra kracht. De laatste morgen voor het in­manden geven wij wat hennep. Maar niet meer dan een paar korreltjes per duif. Vroeger waren er wel Belsen die de laatste dag voor het inkorven de duiven niet anders dan hennep gaven. Hennep is een opwek­kend middel.'



WONDERMIDDELTJES

Op zoek naar (steeds betere) successen zijn er liefhebbers die het drink­water van hun duiven iedere dag een ander kleurtje geven. Janus: 'Ze zeggen wel dat presteren vandaag de dag niet meer kan zonder al die middeltjes. Als dat zo is dan moeten wij wel verrek­te goede duiven hebben want wij geven ze echt niets'. Herman vult hem aan: 'Als wij dat zeggen gelooft niemand ons. Wanneer wij liegen en zeggen dat we een hele pharmaceutische fabriek in het drinkwater kieperen dan gelo­ven ze ons wel. De Duitse lezers zullen ons ook wel niet geloven maar wij geven ze echt niets!' De Borgmannen schieten nu in vuur en vlam. Maar al te vaak zijn zij beticht van het geven van een of ander won­dermiddeltje. Tot aan spierversterkers toe. Ze wonen tenslotte vlak bij België en daar zijn die middelen vrij eenvoudig bij de apotheek te halen. 'Ons systeem is gebaseerd op het­geen wij hebben geleerd van onze oom, Jos de Klak', aldus Janus. Hij vervolgt met: 'Het beste bewijs van de deugdelijkheid van dat systeem is de huidige hokverzor­ger van De Klak. Die man stond vroeger om de haver­klap met zijn eigen duiven bij de veearts. Hij gaf een kuur voor dit, een kuur voor dat en hij speelde geen platte prijs. Totdat hij verzor­ger werd bij De Klak. Toen zag hij met eigen ogen dat De Klak écht niets gaf. Sinds een paar jaar vliegt de man met zijn eigen duiven de pannen van het dak zonder dat er ook maar wat in het drinkwater komt. Hij vliegt nu beter en het kost hem minder!'

Maar de Gebroeders Borgmans willen zeker niet roomser zijn dan de Paus. Want als de duiven écht ziek zouden zijn dan zullen zij niet schromen om toch de deskundige hulp van een dierenarts in te roepen. Janus: 'Medicijnen zijn gemaakt om duiven beter te maken. Tegenwoordig geven de liefhebbers diezelfde medicijnen in de hoop dat de duiven niet ziek worden. Hartstikke fout! Een duif wordt er niet slechter van als hij eens een besmetting oploopt. Integendeel, ze worden er sterker van.'

Van al die voorbehoedende kuurtjes willen zij dus niets weten. Net als hun oom Jos De Klak maken zij op dat principe één uitzondering. Twee keer per jaar krijgen de duiven een kuur tegen trichomoniasis. Die wordt gegeven als de oude duiven voor de eerste maal zitten te broe­den. Bij de jonge duiven wordt een kuur gegeven vlak voor het vlieg­seizoen voor de junioren begint. In beide gevallen krijgen de duiven na afloop van de kuur een multivitami­nepreparaat toegediend. Herman: 'Wij geven steeds een zesdaagse kuur. Wij houden niet van die halve kuren. Volgens ons worden die trichomo­niaden daar alleen maar resis­tent van.'



PIKORDE

Zoals gezegd wonen er bij de Gebroeders Borgmans 21 weduwnaars op het fondhok. Ieder jaar wordt deze ploeg aangevuld met een aantal veel beloven­de jonge doffers. Die vinden dan een plaats in één van de open gevallen broed­hokken. Dat heeft als nadeel dat wan­neer de fondduiven een week rust hebben zij gestoord worden door de jaarlingen die immers elke week een midfondvlucht doen.

Uiteraard hebben de beide broers geprobeerd om dit nadeel weg te ne­men. Herman: 'Wij hebben het wel eens zo gedaan dat we alle jaarlin­gen op één hok plaatsten en de meerjarige ook samen op één hok. Maar daar zijn wij van terug gekomen. De duiven wil­len voortdurend terug naar hun oude hok. Je moet ze hun broedbak niet afne­men. Bovendien moet er voortdurend een nieuwe pikorde in het hok ont­staan. Dat is met het verhuizen van overjarige doffers veel lastiger dan wanneer je jaarlingen, jonge duiven eigenlijk nog, tussenvoegd. Dat gaat dan veel meer spelenderwijs. Bovendien hebben overjarige duiven dikwijls een behoor­lijke territoriumdrang. Zij zijn bij voort­during bezig om nieuw grondgebied te veroveren. Als wij de jaarlingen inkorven moeten wij ook direkt hun broedbak dicht doen, want ze zijn nog geen tien minuten van het hok of een oude doffer heeft hun broed­bak al ingepikt.'

Bij de keuze van de jonge doffers die op het fondhok geplaatst worden laten  Janus en Herman zich uiteraard leiden door de afstamming van de duiven. Want in de loop der jaren hebben zij ontdekt dat vooral de duiven uit de 'Ballon'-lijn zeer geschikt zijn voor het langere werk. Dat neemt niet weg dat ook andere lijnen regelmatig uitgeprobeerd worden. Het is niet zo dat de jongen van de fondduiven auto­matisch voorbestemd zijn voor de fond. Wel zijn de broers geneigd om duiven die als jong laten zien dat ze kilometers kunnen maken, later op het fondhok te plaatsen. 'In '94 hadden we van de tweede ronde een jonge doffer uit de lijn van de 'Geeloger' van de Klak', aldus Herman, wiens ogen gaan glin­steren als hij over hun 'Kampioen' (NL94-9425978) praat. 'Die doffer zat ongepaard. Hij werd kampioen fond jonge duiven op Orleans, Cha­teauroux en Bourges. Die knaap vloog als jaarling een eerste prijs en nog twee keer bij de eer­ste tien. Dit jaar gaat hij naar de fond. Dat is opmer­kelijk want uit de lijn van de 'Geeloger' hadden we nog nooit een duif op het fondhok gehad.'

Een eendaagse fondduif rendeert volgens Herman Borgmans het best op tweejarige leeftijd. 'Ze zijn dan nog midfond ge­woon, ze hebben kracht en weten nog niet waar ze aan gaan beginnen. De tweejarigen, die dus voor het eerst op de fond gespeeld worden, zorgen steeds voor verras­singen. Op driejarige leeftijd zijn ze ook nog goed, daarna gaat het minder worden. Dat wil niet zeggen dat ze dan slecht presteren want ze gaan mee tot en met hun vijfde levensjaar. Dan komt er een jongere duif voor in de plaats want we willen er geen ouwe mannenhuis van maken. Doe je dat wel dan kom je jezelf na verloop van een paar jaar te­gen.'



ISOLATIE

Een belangrijke factor in het succes van Janus en Herman is natuurlijk het hok zelf. Het is vijf meter lang, twee meter diep en staat onge­veer één meter van de grond. Het is voorzien van een met pannen gedek­te zadelkap. Onder deze kap is een plafond aangebracht met daarin schuiven. Met die schuiven wordt de luchttoevoer geregeld. Zowel de wanden als het plafond zijn zwaar geïsoleerd. Het hok is opgedeeld in twee afde­lingen.

De grootste kracht van het hok is dat het kurkdroog is. Zonder dat er sprake is van kunstmatige verwarming. Dat wil overigens niet zeggen dat onze fondspelers absoluut tegen het gebruik van kunstmatige ver­warming zijn. 'Als die verwarming wordt gebruikt om het hok droog te houden omdat dat op een andere manier niet lukt, dan is dat zeer aan te bevelen', aldus Herman Borgmans.

Het front van het hok is gericht op het zuidwesten. Doordat er in zowel het front als het dak nogal wat glas zit kan het daardoor gemak­kelijk zo'n 50 graden Celsius worden. Om de toevoer van zuurstof te bevorderen worden de schuiven in het plafond dan volledig open gezet. Hierdoor ontstaat er over de hele lengte van het hok een opening van ongeveer een halve meter. Bovendien worden de openingen van de kleppen op een kier gezet.

Om het zonlicht enigszins te temperen wordt met karton het glas in het dak afgeschermd. Toch wordt de zon niet volledig uit het hok geweerd. Ter bevordering van de broodnodige rust hebben de Gebroeders Borgmans jaloezieën voor de ramen in het front hangen. Die staan zo dat het zonlicht wel in het hok kan komen maar de duiven niet naar buiten kunnen kijken. Zonlicht activeert immers de lichaamsfuncties. Dus ook de geslachts­hormonen die zo'n belangrijke rol spelen bij het weduw­schap.

Door de goede isolatie weet het hok een belangrijk deel van de warmte die zij overdags opdoet, 's nachts en in de vroege ochtend als de zon nog niet in het hok valt, te bewaren.



ADVIES

Over de vraag waar een goede fondduif aan moet voldoen hoeven de Borg­mannen niet lang na te denken. 'Zaterdags vroeg op de klep zitten. Dat is het belangrijkste en meer kun je over de kwaliteiten van een duif ook niet zeggen', aldus Herman.

Goede duiven op een goed hok met een degelijke verzorging door een serieuze liefhebber. Daar moet het mee lukken. En zeker niet het onmo­gelijke van een duif verwachten. Herman: 'Ook een crack mag gerust zijn prijs eens een keer missen. Maar ze moet in de komende week dan wel tonen dat zij weer helemaal hersteld is van die misstap. Twijfel je daar aan en korf je zo'n duif toch in, dan loop je een goede kans dat je zo'n beestje kwijt raakt!'

De successen van de Gebroeders Borgmans zijn hen zeker niet naar het hoofd gestegen. Hun woord, hun systeem is zeker niet het Evangelie. Janus: 'Wij presteren met ons systeem goed. En omdat het goed gaat veranderen wij dat niet. Maar dat wil niet zeggen dat andere liefheb­bers het niet goed doen. Misschien hebben die wel een beter systeem.'

Daarom hebben de Gebroeders Borgmans aan de liefhebbers die het ook eens willen proberen op de ééndaagse fond maar één boodschap: 'Rustig beginnen, werken met uitgeruste duiven. En volhouden. Als het twee jaar niet gaat niet direkt denken dat het niets wordt. Duif en lief­hebber moeten het spel leren.'



* * * * *


TWEE NPO-OVERWINNINGEN IN ÉÉN SEIZOEN!




Twee overwinningen op semi-nationale vluchten in één seizoen. Het lijkt een sprookje. Een Fata Morgana. Bij de Gebroeders Janus en Herman Borgmans is het de realiteit van het seizoen 2001. Op 8 juli won dit succesvolle duo de eendaagse N.P.O.-fondvlucht voor oude duiven vanuit La Souterraine. In een vlot concours waren zij 7.971 concurrenten te snel af. Op 25 augustus waren zij in een loodzware Nationale Derby der Junioren vanuit Orleans de snelste van 13.000 duiven. Daarmee winnen zij een automobiel. Brieftaubensport International zocht de succesvolle broers voor u op.



LA SOUTERRAINE

De ‘BLEEKOGER van de 61’ (NL98-9885826) won met een snelheid van 1586 meter per minuut de 631 kilometer lange afstand vanuit La Souterraine. En dat ondanks de regen die vrijwel onafgebroken op het gehele traject viel. Deze weduwnaar won in zijn geboortejaar 6 prijzen. Als jaarling bleef de teller op 5 prijzen steken omdat hij vanwege een gebroken poot vroegtijdig moest worden ingehouden.  In 2000 won hij 8 prijzen op 10 inkorvingen. Dit ondanks dat een buurman-weduwnaar hem uit zijn broedhok verjoeg. Om hem van zijn kwelgeest te verlossen, plaatsten de Gebroeders Borgmans de ‘Bleekoger van de 61’ in 2001 op een ander hok. Hij dankte zijn bazen voor het in hem gestelde vertrouwen door in dit jaar de volgende palmares bij elkaar te vliegen.

Haasrode             73/   1.036 d.
Houdeng              32/   1.038 d.
St. Ghislain        153/      943 d.
Argenton          2102/10.043 d.
La Souterraine       1/  7.971 d.
Limoges           1154/  6.230 d.

De pedigree van de ‘Bleekoger van de 61’ voert langs vaderskant terug naar het koppel waar zoveel toppers van de Gebroeders Borgmans vanaf stammen: de ‘JONGE BALLON’ x ‘RONDE DUIF’. De moeder is een kleindochter van de NL89-1775613, de meest succesvolle duif ooit van Jos van Limpt-de Klak.

De Gebroeders Borgmans zijn echte specialisten op de eendaagse fondvluchten. Dat bewijzen zij al twee decennia lang. Hun systeem van verzorgen mag dan ook zonder meer als succesvol worden beschouwd. Voor een nauwkeurige beschrijving van de wijze waarop zij hun fondduiven voorbereiden op de verre drachten verwijzen wij u graag naar Brieftaubensport International heft nr. 6 und 7 von 1996.


ORLEANS

De Nationale Derby der Junioren 2001 werd vervlogen bij tropische temperaturen tot 38° Celsius. Het deerde het ‘AUTDUIFJE’ (NL01-0174649) niet. Haar drang naar haar pas verworven nestje waarin zij een dag voor de inkorving haar tweede eitje deponeerde was kennelijk zo groot dat zij met een voorsprong van 34 meter per minuut alle concurrenten achter zich liet. Daarmee wint zij de hoofdprijs op dit concours: een auto.

Het ‘Autoduifje’ is een dochter van de ‘985 van 96’, een fantastische vliegdoffer die in 1999 5e kampioensduif in de midfondclub ‘Oost Brabant’ werd. De moeder is een jaarling duivinnetje uit een prima kweekduivin die de Gebroeders Borgmans kregen van hun oom Jos van Limpt-de Klak.

Het ‘Autoduifje' werd in februari geboren. Vanaf de leeftijd van 6 weken tot aan de eerste vlucht werden zij en haar hokgenoten van 18.00 tot 08.00 uur verduisterd. Zodoende kon zij op acht oude pennen worden ingekorfd. Van de zes vluchten waarop zij werd ingekorfd won ze vier prijzen.

De jonge duiven worden bij de Gebroeders Borgmans ‘s ochtends krap gevoerd met vliegmengeling. Rond het middaguur staat er wat kleinzaad en hennep op het menu terwijl zij ‘s avonds ruim voldoende vliegmengeling krijgen. Bij thuiskomst zitten er electrolyten in het drinkwater. Voor het vliegseizoen worden de junioren geënt tegen paramixo en krijgen zij een geelkuur.

De jonge duiven worden zowel ‘s ochtends als ‘s avonds verplicht een uur te trainen. Bovendien krijgen zij in het midden van de week nog een oefenvlucht van ca. 40 kilometer voorgeschoteld. In tegenstelling tot alle overige hokken wordt het juniorenhok niet dagelijks gereinigd. Op de vloer ligt erwtenstro dat voor gebruik wordt ontsmet met een rookblokje droogontsmetter.



SUCCESSENREEKS

Zoals gezegd zijn de Gebroeders Borgmans echte dagfond specialisten. Zij waren met hun twee overwinningen in 2001 niet aan hun proefstuk toe. In 1990 won hun ‘PLOS’ (NL88-8806089) het N.P.O.-concours Chateauroux tegen 5.788 duiven. De ‘JONGE ROOIRANDER’ ging twee keer winnend over de streep. In 1991 won hij zowel het N.P.O.-concours vanuit Chateauroux tegen 14.096 duiven als het N.P.O.-concours La Souterraine tegen 7.630 duiven. De ‘25-DOFFER’ (NL92-0049525) won in 1994 het N.P.O.concours vanuit Montlucon tegen 14.326 duiven. Verder heeft hij op zijn palmares staan: La Souterraine 3/7.555 Tb., Limoges 19/9.257 Tb. en La Souterraine 21/7.302 Tb..

Maar bij de Borgmansbroers is het succes niet tot deze duiven beperkt gebleven. Wat dacht u van de volgende duiven? De ‘DIKKE DUIF’ (H64-1205046) won met een 2e prijs vanuit Chateauroux voor het eerst de autoprijs. Haar zoon ‘DE BALLON’ (H69-243347) vloog in 1975 op achtjarige leeftijd nog 2e Chateauroux, 8e Moulins en 17e Ruffec. De ‘RAUWSTAART’ (NL85-8558566) won Montlucon 20/12.433 Tb., Chateauroux 28/8.170 Tb. en Argenton 43/7.317 Tb.. De ‘GEPLUKTE’ (NL87-8772193) won Chateauroux 11/14.096 Tb., Montlucon 19/12.443 Tb. en La Souterraine 92/7.630 Tb.. De ‘GEBROKEN POOT’ (NL90-1171423) was eveneens een geweldige pointeur. Hij won Argenton 10/9.023 Tb., Chateauroux 14/11.693 Tb., Chateauroux 27/12.178 Tb. en Limoges 54/9.257 Tb.. De ‘BLAUWE SCHERPE’ (NL97-9797039; zoon ‘25-Doffer) won  Poitier 15/8.617 Tb., La Souterraine 53/5.777 Tb. en Limoges 106/4.471 Tb..

Met zo’n successenreeks leidt het geen twijfel of de Gebroeders Borgmans in de toekomst weer voor ophef zullen zorgen. Dat lijkt bij voorbaat al vast te staan. De vraag is alleen: wanneer?