Integrale tekst van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) m.u.v. de artikelen 12-21 en 28, die relaties met andere
wetgevingen inhouden. Op grond van deze wet zijn de gemeenten belast met de verstrekking
van rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen.
De wet is een "raamwet".
De gemeenten hebben op basis van deze wetstekst, een verordening opgesteld waarin nadere
invulling wordt gegeven aan de vorm en voorwaarden, waaronder voorzieningen verstrekt
worden. De gemeentelijke verordeningen mogen niet in strijd zijn met onderstaande
wetstekst. Wel heeft een gemeente grote vrijheid in de keuze van het soort te verstrekken
voorzieningen. Tussen twee aangrenzende gemeenten kunnen dan ook grote verschillen
bestaan.
Voor 's-Gravenzande (en in principe voor de rest van het Westland) is de tekst van de WVG-verordening te vinden op deze web-site.
Bij het samenstellen van deze informatie is de uiterste zorg nagestreefd. MacDaniel
Trading & Services 's-Gravenzande kan voor het gebruik ervan echter geen
aansprakelijkheid aanvaarden.
Wet voorzieningen gehandicapten
Inhoudsopgave
Aanhef
1. Algemene bepalingen 1
2. De voorzieningen 2-11
3. Wijzigingen in andere wetten en regelingen 12-21
4. Evaluatie 22
5. Overgangs- en slotbepalingen 23-30
Ondertekening
Schutblad
Parlementaire geschiedenis oorspronkelijke regeling: Zie voor de
behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1992/93, 22815 Handelingen II 1992/93,
blz. 4786-4831; 4847-4872; 4897-4937; 4944-4946 Kamerstukken I 1992/93, 22815 (274, 274a,
274b, 274c, 274d, 274e, 274f, 274g); 1993/94, 22815 (1, 1a, 1b, 1c, 1d, 1e) Handelingen I
1993/94, zie vergadering d.d. 28 september 1993 en 5 oktober 1993
Gefaseerde inwerkingtreding: Datum iwtr.: 01-01-1994 Artikel: 10, 12,
aanhef en onder A, 13, aanhef en onder 2, voor zover het artikel P 9, zesde lid, van de
Algemene burgerlijke pensioenwet betreft, 14, aanhef en onder 2, voor zover het artikel P
8, zesde lid, van de Spoorwegpensioenwet betreft, 15, aanhef en onder 5, 16, aanhef en
onder 2, en 21. Bron: 25-11-1993, Stb. 657
Datum iwtr.: 01-04-1994 Artikel: 1 tot en met 9, 11, 12, onder B, 13,
onder 1, 3, 4, 5 en 6, 14, onder 1, 3, 4, 5 en 6, 15, onder 1, 2, 3 en 4, 16, onder 1, 17
tot en met 20, 22 tot en met 30. Bron: 25-11-1993, Stb. 657
Aanhef
Wet van 7 oktober 1993, houdende regels met betrekking tot de verlening
van voorzieningen aan gehandicapten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het vanuit een oogmerk van doelmatigheid wenselijk
is de verstrekking van woonvoorzieningen op grond van de Regeling geldelijke steun
huisvesting gehandicapten en leefvoorzieningen alsmede genees- en heelkundige
voorzieningen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet te beëindigen, en de
gemeenten te belasten met de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en
rolstoelen en aldus mede te bevorderen dat personen van 65 jaar en ouder geleidelijk en op
passende wijze in aanmerking kunnen worden gebracht voor voorzieningen die thans krachtens
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in beginsel uitsluitend worden verstrekt aan
personen onder de 65 jaar; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
(....)
1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. een gehandicapte: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek
aantoonbare beperkingen ondervindt op het gebied van het wonen of van het zich binnen of
buiten de woning verplaatsen;
b. woonruimte:
1. een woning met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd
worden;
2. een woonwagen met een vaste standplaats;
3. een woonschip, zijnde een vaartuig als bedoeld in de Wet op Woonwagens
en Woonschepen, met een door de gemeente aangegeven ligplaats;
4. een verblijf van een binnenschip;
c. woonvoorziening: een voorziening die verband houdt met een maatregel
die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het
normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, en waarvan de kosten niet meer bedragen
dan 45 000,-, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische
aard in of aan de woonruimte slechts dan een voorziening als woonvoorziening wordt
aangemerkt, indien de voorziening gericht is op het opheffen of verminderen van
ergonomische beperkingen;
d. vervoersvoorziening: een voorziening die gericht is op het opheffen of
verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het vervoer buitenshuis ondervindt.
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen
wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. gehuwd: als partner geregistreerd.
3. Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen
besluiten wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde
meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van
de persoon met wie hij gehuwd is.
4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
anderszins.
5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht
indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van
deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden
van een kind van de een door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke
huishouding, bedoeld in het vierde lid.
6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing
van het vijfde lid, onderdeel d.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten
aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
8. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder c, kan bij algemene
maatregel van bestuur met ingang van een kalenderjaar worden gewijzigd, indien daartoe
aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van de prijzen van bouwkundige of
woontechnische ingrepen in of aan de woning.
2. De voorzieningen
Artikel 2
1. Het gemeentebestuur draagt zorg voor de verlening van
woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen ten behoeve van de deelneming aan
het maatschappelijk verkeer van in de gemeente woonachtige gehandicapten en stelt met
inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet daartoe regels vast bij
verordening.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op gehandicapten die verblijven
in een instelling die ingevolge artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(Stb. 1992, 392) is erkend.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, in
overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, met betrekking
tot het tweede lid afwijkende regels stellen.
2. De voorzieningen
Artikel 3
Het gemeentebestuur biedt verantwoorde voorzieningen aan. Onder
verantwoorde voorzieningen worden verstaan de voorzieningen die doeltreffend, doelmatig en
cliëntgericht worden verleend.
2. De voorzieningen
Artikel 4
Een vreemdeling kan voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde
voorzieningen slechts in aanmerking komen indien hij op grond van de artikelen 9 of 10 van
de Vreemdelingenwet (Stb. 1965, 40) gerechtigd is in Nederland te verblijven.
2. De voorzieningen
Artikel 5
1. De verordening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bevat in ieder geval
regels met betrekking tot:
a. de gevallen en de vorm waarin voorzieningen kunnen worden verleend;
b. de hoogte van de financiële tegemoetkomingen;
c. de procedure met betrekking tot de toekenning, de herziening, de
beëindiging en de terugvordering van voorzieningen, daaronder begrepen het inwinnen van
deskundigenadvies;
d. de gronden waarop voorzieningen kunnen worden beëindigd, dan wel
teruggevorderd.
2. De hoogte van de financiële tegemoetkomingen kan worden afgestemd op
het inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van
het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in
aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan
wel indien de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders
indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden.
3. Een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische
ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de woonruimte.
4. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen
met betrekking tot de financiële tegemoetkomingen.
5. Op de financiële tegemoetkomingen is titel 4.2 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van toepassing.
2. De voorzieningen
Artikel 6
1. Het gemeentebestuur kan bij verordening bepalen dat de gehandicapte,
voor zover de voorziening niet bestaat uit een aan hem verleende financiële
tegemoetkoming, een eigen bijdrage is verschuldigd.
2. De hoogte van de eigen bijdrage kan worden afgestemd op het inkomen
van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen
van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in aanmerking
worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien
de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien
laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen
met betrekking tot de eigen bijdragen.
2. De voorzieningen
Artikel 7
Het gemeentebestuur kan de gehandicapte, voor zover dit van belang kan
zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een voorziening, oproepen in persoon te
verschijnen en zich door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen onderzoeken.
2. De voorzieningen
Artikel 8
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het
deskundigenadvies afkomstig moet zijn van een gecertificeerde dienst. Bij of krachtens die
maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de voorschriften waaraan die diensten
dienen te voldoen.
2. De voorzieningen
Artikel 9
Roerende zaken, voor de aanschaf waarvan krachtens deze wet een
financiële vergoeding is verleend, dan wel die krachtens deze wet in eigendom of
bruikleen zijn verleend, zijn niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of
beslag, zolang die roerende zaken geschikt zijn om de beperkingen van de gehandicapte op
het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te
heffen of te verminderen. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
2. De voorzieningen
Artikel 10
Onze Minister van Defensie is bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd
verplicht, kosteloos, uit de door of namens hem gevoerde administratie, aan de
gemeentebesturen die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet.
2. De voorzieningen
Artikel 11
1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der
partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van
artikel 1, derde tot en met zevende lid, en de daarop berustende bepalingen.
2. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie
tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van
overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een
gerechtshof.
Opmerkingen: Dit artikel is opnieuw ingevoegd. Oorspronkelijk artikel
vervallen. Dit artikel treedt in werking de dag na inwerkingtreding van hoofdstuk 9 van de
Aanpssingswet geregistreerd partnerschap (17-12-1997, Stb. 660; iwtr. 01-01-1998; bron
iwtr. 19-12-1997, Stb. 746).
3. Wijzigingen in andere wetten en regelingen
Artikelen 12-21
Deze artikelen bevatten wijzigingen in andere regelgeving.
4. Evaluatie
Artikel 22
1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in
overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens binnen drie
jaar daarna, aan de Staten-Generaal een verslag over de verlening van woonvoorzieningen,
vervoersvoorzieningen en rolstoelen krachtens deze wet.
2. Het gemeentebestuur is verplicht desgevraagd aan Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor het verslag, bedoeld in het eerste lid.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 23
1. Indien in het kader van de uitvoering van artikel 57, tweede lid, van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene
burgerlijke pensioenwet, dan wel artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet
terzake van de verstrekking van een hulpmiddel een overeenkomst van bruikleen is gesloten,
wordt de verstrekking van dat hulpmiddel, gedurende de nog resterende looptijd van de
overeenkomst, dan wel, indien de gebruiksduur van het hulpmiddel korter is dan de
resterende looptijd van de overeenkomst, tot het einde van die gebruiksduur, beheerst door
de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding
van artikel 12 van deze wet.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de periodieke
vergoeding die op grond van artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke
pensioenwet aan de gehandicapte wordt verleend voor de kosten van aanschaf en onderhoud
van een vervoermiddel.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 24
Aan de gehandicapte aan wie over de periode onmiddellijk voorafgaande
aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, krachtens artikel 57, tweede lid, van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of krachtens artikel P 9, tweede lid, van de Algemene
burgerlijke pensioenwet, of krachtens artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet,
dan wel krachtens artikel X5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet
een financiële tegemoetkoming is verleend in de kosten van het gebruik van een
vervoermiddel, wordt desgevraagd door het gemeentebestuur ook over de jaren 1994 en 1995
een financiële tegemoetkoming verleend, tenzij in de verordening als bedoeld in artikel
5, eerste lid, anders wordt bepaald.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 25
De bepalingen bij of krachtens artikel 7 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, zoals die bepalingen luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van
inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op de beroepsmilitair die is
ontslagen, anders dan uit hoofde van invaliditeit met dienstverband, en die op grond van
de regeling geneeskundige verzorging gepensioneerde militairen KL/Klu (Stb. 1962, 241),
dan wel op de voet van die regeling, in aanmerking is gebracht voor genees- en heelkundige
voorzieningen.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 26
Voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ingediende aanvragen
voor een voorziening als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke
pensioenwet, of artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel artikel X5,
eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet worden afgehandeld op basis
van de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van
inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat geen financiële tegemoetkoming
wordt verleend over een periode gelegen na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 27
Indien het bij koninklijke boodschap van 6 november 1992 ingediende
voorstel van Wet, houdende wettelijke regeling van aanspraak op zorg in de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten en wijziging van enige andere wetten tot wet wordt verheven en in
werking treedt, komt artikel 2 tweede lid, als volgt te luiden: 2. Het eerste lid is niet
van toepassing op gehandicapten die verblijven in een instelling, die een of meer vormen
van zorg omschreven krachtens artikel 6a en in de artikelen 6k tot en met 6n van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1992, 392), verlenen.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 28
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Opmerkingen: De inwerkingtreding van deze wijziging is gelijkgesteld met
de inwerkingtreding van dit artikel (07-10-1993, Stb. 545).
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 29
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet voorzieningen gehandicapten.
5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 30
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan of
voor de verlening van onderscheidenlijk de woonvoorzieningen, de vervoersvoorzieningen of
de rolstoelen verschillend kan worden vastgesteld.
Ondertekening
(....)Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 7 oktober 1993
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Wallage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
E. Heerma
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Disclaimer:
MacDaniel Trading & Services besteedt de grootst mogelijke aandacht en zorg
aan de gegevens en informatie die zijn geplaatst op haar website. Desalniettemin
is het mogelijk, dat er in zowel deze website, als de aan deze website gelieerde
sites, onjuistheden en onvolkomenheden voorkomen. MacDaniel Trading & Services
aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van deze onjuistheden
of onvolkomenheden, noch voor problemen die worden veroorzaakt door het gebruiken
of verspreiden van deze gegevens en informatie. MacDaniel Trading & Services
aanvaardt evenmin aansprakelijkheid voor geleden verlies, gederfde winst of
gederfde levensvreugde welke voortkomt uit het gebruik of verspreiden van de
informatie, dan wel voortkomt uit technische gebreken. Het downloaden en/of
gebruik van gegevens en informatie geschiedt geheel voor risico van de gebruiker.
voor meer info over bouw en onderhoud van websites: