GUL OF KABELJAUW

De voor zeevissers meest aansprekende vissoort, is de gul(Gadus morhua), die eenmaal voorbij de lengte van ongeveer 70 centimeter, kabeljauw wordt genoemd. Het is een rovende vissoort die bijna aan zijn eigen populariteit verloren is gegaan, door overbevissing van de beroepsvaart. De gul is een relatief snel groeiende vissoort die de respectabele lengte van ongeveer 1.40 meter en een gewicht van dik boven de 30 kg kan bereiken. Vissen van deze maat zijn in Nederland zeer schaars dan wel zeldzaam, in landen als Noorwegen en IJsland heb je wel redelijke kansen om zoiets te vangen. Volgens Nederlandse normen, heb je vanaf 80 cm een dikke vis, in januari en februari tijdens de paaitijd kan je er nog wel eens een tegenkomen van een meter of iets groter. Ze leven in grote scholen en is in principe een wintervis, hoewel je ze ook in de zomermaanden op de wrakken kan vangen. Gullen huizen het liefst op scheepswrakken of obstakels op de zeebodem zoals bijvoorbeeld een paar rotsen die bij elkaar liggen. Zijn favoriete voedsel is de zandaal en jonge haring, de zeebliek. Gullen blinken niet uit in intelligentie, zijn ongekende vraatzucht maakt hem een relatief makkelijke prooi voor de visser. Omdat hij in grote scholen leeft is er sprake van voedselnijd, hij zal aas of kunstaas snel pakken omdat de concurrentie moordend is. In de paaitijd zijn ze het moeilijkst te vangen, echter, degene die je wel aan de haak krijgt, zijn vaak de zwaardere vissen. Toch zijn er periodes in het getij dat de gul niet aast, meestal is dit als de stroming er helemaal uit is. Gullen zijn wel sterke vissen met een ongekende vechtlust.

Noorse onderzoekers hebben ontdekt dat zij ook middels geluid communiceren. Ze schijnen een knorrend geluid te kunnen maken, wat zoveel zou betekenen als, “ alles gaat prima met mij…!”. In dit onderzoek viel op dat gullen dit geluid ook maken als ze gehaakt zijn, wat op zich vreemd is. Theorie hierachter is dat gullen kannibaal zijn, paniek en stress uitstralen betekent meteen opgegeten worden door een soortgenoot. Vanaf de kant vissend met een strandstok, heb je bij de vangst van een gulletje van rond de 50-60 cm, een hele mooie vangst. Vanaf de boot op de wrakken vissend, zal dit de gemiddelde maat zijn. Omdat de gul jarenlang overbevist is, word de vangstquota gereguleerd vanuit Brussel. Dit lijkt nu na een aantal jaren vruchten af te werpen, naar het schijnt neemt de populatie weer toe in de Noordzee. Het vissen op gul deed ik vroeger voornamelijk vanaf de kant, waar Sjaak van der Ende en ik een vaste topstek hadden op de kop van de Papagaaienbek, een inmiddels gesloten stek. Daar lag toen een zandzuiger aan een steiger en niet veel mensen wisten dat je daar op een listige manier op kon komen. Mooiste herinnering aan deze stek:” Aanbeet van een gul op vrijdag 13 november in een gure herfststorm. Dit monster zette een run in en trok mijn 4.50 meter strandhengel langs de gehele lengte van de zandzuiger, wat al gauw een meter of 25 was. Er achteraan rennend, kon ik met een snoekduik nog net het laatste stukje van de hengel grijpen. Er volgde nog een hele diepe doorbuiger op de hengeltop gevolgd door keiharde lijnbreuk, de gul zwom gewoon door. Hoewel de gul dus nooit gevangen of zelfs maar gezien was, was dit een zeer spectaculaire ervaring die ik nooit zal vergeten.

Karakteristieke eigenschap van een gul is dat hij blijft 'bonken', je gehele dril zal hij proberen naar beneden te duiken. Het is een mooie vis en bovendien niet moeilijk te vangen. Je vangt ze met heel veel soorten aas en kunstaas. Het mag een ieder bekend zijn dat de visstand ten aanzien van de gul bedroevend slecht is. Vreemd genoeg merk je daar bij het wrakvissen niet heel veel van, dan is het meer de tijd van het jaar dat het heel goed/slecht is, afhankelijk van weer en getij. Ze concentreren zich dus op wrakken en andere oneffenheden op de bodem en heb je een schipper die je daar overheen weet te driften, dan zit je goed.

Toch als de vis niet aast, houdt het gewoon op! Mijn maat Ruud Lievaart viste op een ver wrak op baars, hij was van plan om later nog te gaan duiken op hetzelfde wrak. Blue whale lag mooi voor het wrak en hij viste in een half uurtje 9 gullen en 1 zeebaars bij elkaar. Weinig baars dus, zo dacht hij en trok het duikpak aan. Tijdens de duik bleek het wrak vergeven van de zeebaars. Toch waren alleen de gullen bereid tot azen.

Soms zitten de gullen echt helemaal in het wrak, Ruud had eerder eens tijdens een duik, in een soort afgesloten scheepsruimte een kabeljauw gezien die zo groot was dat hij er niet eens meer uit kon, alleen zijn enorme staart was zichtbaar. Op de foto hierboven zie je gul en zeebaars rond een wrak op de Noordzee bodem op een door Ruud gemaakte foto.

Qua sport kun je veel plezier beleven aan het vissen op gul. Vissend met licht materiaal kan je gierende slips verwachten en soms langdurige drils. Als je op een wrak vist waar er veel zitten en ze azen goed, hou dan de aantallen die je meeneemt een beetje in de gaten. Terug gegooide gul herstelt zich verbazend snel en suist meteen weer naar de bodem, zelf neem ik vaak maar 2 of 3 vissen mee van wat forser formaat. Meer kan je vriezer toch niet aan en alle gul die extra de gelegenheid krijgt tot paaien is winst, zet kuitvissen in ieder geval zoveel mogelijk terug!

Met wat voor kunstaas je gul kunt vangen, is eigenlijk teveel om te beschrijven. In geval van voedselnijd pakken ze bijna alles wel, het wordt allemaal anders als ze maar matig azen. Het vissen met kunstaas vraagt om veel gevoel, regel 1 is de bodem voelen! De soms lichte jigkoppen en pilkers moeten wel de bodem halen in de soms harde stroming. En dat ook nog eens bij dieptes van 25-45 meter, zeker bij het vissen met de shad is het bij de eerste 'ribbel' van de aanbeet, meteen reageren essentieel vind ik!

Bij rustig weer en dus nauwelijks wind, is het mogelijk om hard en ver te kunnen varen en zodoende dus hele verre wrakken aan te doen. Zeker als je daar wrakjes weet te liggen die niet bij anderen bekend zijn ("linke heffies"), en dan moet je denken aan een gezonken ponton of een overboord geslagen container of zoiets, gaan daar soms hele mooie gullen op huizen. Nadeel is, 'leeg is leeg' en daar bedoel ik mee dat als je er alles weg vangt het wel weer even duurt voor er weer mooie vis op zit. Kabeljauw is een van mijn lievelings sportvissen, soms zijn ze zo sterk dat ze de regie even over nemen en dan kan je alleen maar lijdzaam toekijken hoe je lijn beukend door je slip wordt getrokken. Met onderstaande vis ben ik een kwartier bezig geweest om van 35 meter omhoog te krijgen! Probeer het maar eens op een spinhengel en die dikke wrakkenpook zet je meteen op Marktplaats.