
Toen kort na de tweede wereldoorlog de Nederlandse marine werd opgebouwd en de schepen werden voorzien van radar en sonar ontstond er behoefte aan personeel die de verzamelde informatie kon beheren en aan het commando kon presenteren. De ogen en oren van een marineschip.
Er werd een nieuwe dienst opgericht, de "navigatie-gevechts-informatiedienst". De dienst kreeg vorm aan de hand van Amerikaanse en Engelse modellen zoals de "action information organization".
Voor dit model werd gekozen om de werkwijze zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen met het oog op de intensieve samenwerking tussen de onderlinge NATO landen.
Het vergaren en verwerken van gevechtsinformatie gebeurde conform NATO voorschriften die waren vastgelegd in diverse NATO handboeken.
Navigatie die direct te maken had met gevechtsinformatie werd op dezelfde wijze gedaan. Aan boord van de Nederlandse oorlogsschepen was meestal de navigatie-officier het hoofd van deze dienst. De opleiding voor dit nieuwe dienstvak werd gegeven aan de Navigatie-gevechtsinformatieschool te Den Helder.
De eerste fase van de opleiding werd afgesloten met het brevet "radioafstandspeiler-plotter der tweede klasse" (RAPP) waarna het geleerde eerst in de praktijk gebracht moest worden aan boord. Vervolgens kon men zich verder bekwamen tot RAPP der eerste klasse.
Was men eenmaal eerste klas dan kon in het dienstvak verder worden gegaan.
De vakken die op NAVGIS werden gegeven bestonden uit: theorie gevechtsinformatie - ACP165 NATO handboek - radiotelefonie procedure - meldingsprocedure - tactisch plotten - filterplotten - gridplotten - generaal plotten - luchtplotten - air raid reporting - surface raid reporting - theorie radio radar - radartoestellen - theorie navigatie - engels
- meteo.
Eenmaal aan boord kreeg men een opdrachten- (taken) boek mee waarin diverse eisen doorlopen moesten worden in de praktijk zoals: tpo tactisch plot officier - air raid reporting controller - surface raid reporting controller - directed net controller - asw teller - dpo direction plot officer - vervaardigen van meteo CANAL en ANAL - ATTP NATO handboeken.
De navigatie.
De twee hoofdtaken van de dienst bestaan uit navigatie en gevechtsinformatie. Het tactisch plot werd altijd gebruikt voor assistentie aan de brug. Verder had de dienst een mist-navigatie-team, een communicatie-team bij bevoorrading op zee en meerrol.
De paai-(beheerder) commandocentrale was tevens de assistent van de navigatie-officier voor het beheren en administreren van hydrografische publicaties (kaarten-paai) - oplijnen DECCA en LORAN en had de zorg voor de navigatieinstrumenten. Voor kaarten-paai werd eerst een cursus doorlopen op het Hydrografisch kantoor van de Marine te Den Haag (later op NAVGIS) waarvoor een diploma werd uitgereikt.
De kaarten-paai was ook verantwoordelijk voor de tijdmeter, de juiste tijd aan boord en assisteerde bij het maken van het bestek. Voor het deel meteo werd opleiding gegeven door weerkundigen aan het Marine Vliegkamp Valkenburg. Hier kreeg men alles te verwerken wat op meteogebied aan boord nodig was
zoals: 24 uurs synop - bathy thermografie - weerballon - verwerken internationale weerkaarten - meteorologische instrumenten. Als kaarten-paai heb ik vaak meegemaakt dat machinisten om vervallen Engelse zeekaarten vroegen die zij gebruikten tussen de pakking van afsluiters e.d. Deze kaarten waren volgens hen van goede kwaliteit.
De gevechts-informatie.
Onder gevechts-informatie werd verstaan: "alle informatie verkregen d.m.v. radioinlichtingen - radar - sonar of andere bronnen die nodig zijn voor mogelijke gevechtshandelingen. Hierbij werd de duidelijke structuur van de vier grote W's in acht genomen: "What - Where - Whither - When".
Bij onderzeeboot-bestrijding zocht de dienst naar: waar - hoeveel - hoe diep - hoe snel - waarheen. Bij luchtaanvallen: waar - hoeveel - waarheen - hoe hoog - hoe snel. Bij artillerie-beschietingen leverde de dienst de meteorologische gegevens die nodig waren voor het ballistisch rapport en assisteerde bij een kustbombardement.
Verder onderhield de dienst de verbindingen - en gaf aanwijzingen aan vliegtuigen tijdens gevechtshandelingen bij onderzeebootbestrijding of bestrijding van oppervlakteschepen.
Persoonlijk vond ik een kustbombardement op aanwijzing van een "spotter" aan de wal een van de meest leuke oefeningen, iets wat in deze moderne tijd bijna niet meer voorkomt. Verder hield de dienst zich bezig met EOV elektronische oorlogsvoering - ondersteuning bij landingsdivisies of politieacties.
Op onderzeeboot-jagers lag de prioriteit natuurlijk in het opsporen en vernietigen van onderzeeboten; bij de kruisers voornamelijk in luchtverdediging en artillerie.
Onderzeebootbestrijding of....Het spelletje van kat en muis.
Een onderzeeboot-bestrijdingsaktie was altijd een van de meest intensieve werkzaamheden. Meestal werd deze uitgevoerd door 2 onderzeebootjagers of fregatten met ondersteuning van helikopters en/of orions.
Als ASW-teller heb ik veel van deze oefeningen gedaan op de Hr Ms Limburg en Hr Ms Groningen. Op het onderzeeboot-plot verscheen een rode stip (onderzeeboot) en een groene stip (de andere jager) waarvan de track werd bijgehouden. De rode stip was alleen zichtbaar als de sonar een goed kontact van de onderzeeboot had.
Tijdens het zoeken naar de onderzeeboot werden vaak ingewikkelde zoekpatronen uitgevoerd zodat je het andere schip voortdurend op de hoogte moest houden van je bewegingen en in welk zoekpatroon je zat. De afstand tot het andere schip was vaak maar enkele mijlen omdat beide schepen zo dicht mogelijk bij het sonarcontact wilde komen.
De leiding van de zoekactie lag meestal bij het schip dat het eerst goed sonarcontact had en wisselde als het contact verloren was. De besturing van het schip werd in de commandocentrale door de OB officier tijdelijk overgenomen bij zo'n actie.
In latere jaren is de Navigatie-gevechts-informatiedienst overgegaan naar de Operationele dienst.
Het Fort Navgis werd gesloopt en is nu alleen maar te herkennen aan de zeewering.
Luchtverdediging.
Vanwege de uitstkende luchtwaarschuwings-radar (® Signaal Hengelo) waren de onderzeeboorjagers heel goed in staat een luchtverdediging te organiseren.
Tevens hadden de jagers 4 stuks luchtdoelgeschut aan boord van 40 mm en was het goed mogelijk de radar van aanvallende vliegtuigen te storen.
Het kwam dan ook regelmatig voor dat een onderzeebootjager werd aangewezen als: Air raid reporting controll ship.
Om deze taak goed uit te voeren was in de commando-centrale een luchtplot aanwezig en werd de luchtwaarschuwings radar bemand.
Het fort NAVGIS te Den Helder Mijn klas in april 1967 met LTZ2 OC H.A.J.Nijenhuis SGMJ NGID Bode en KPL NGID Schenk (sjeng)
[terug]