De Motorsmering

De uiteenlopende bedrijfsomstandigheden waaronder de meeste dieselmotoren en trekkers dienst doen, vereisen smeermiddelen die geschikt zijn voor zware bedrijfsomstandigheden. Van deze olie mag een uitstekende prestatie verwacht worden, ook onder extreme condities waardoor storingen en stilstand worden voorkomen en geld kan bespaard worden.
Maar de keuze van de juiste soort en type olie blijkt voor de gebruiker nog vaak moeilijk, ondanks alle fabrieksvoorschriften of andere aanbevelingen.
Los nog van commerciële aspecten vindt men het een vertrouwenszaak dat motoroliën aan alle gewenste specificaties voldoen en afkomstig zijn van een gerenommeerde leverancier.
De door de fabrikanten opgestelde smeertechnische gegevens, behorende bij trekkers of werktuigen, zijn daarbij natuurlijk een noodzakelijke leidraad.

Soorten smering

Mengsmering. Mengsmering wordt alleen toegepast bij tweeslagmotoren, de olie is dan gemengd met de brandstof. De olie zal dus gelijktijdig met de brandstof verbranden.

Spatsmering. Spatsmering gebeurd bij 1 cilinder vierslagmotoren, de kleinere motoren dus, door zogenaamde "likkers", deze zijn gemonteerd aan de drijfstang of de krukas van de motor. Als deze gaat draaien dan nemen de likkers de olie mee uit het carter en spetteren deze rond door de motor. Belangrijk is dat het oliepijl voldoende is, anders bewegen de likkers over de olie heen in plaats van er door.

Druksmering. Voor grotere motoren is druksmering meer geschikt. De olie wordt onder druk, door middel van een oliepomp, door de motor gespoten. De olie loopt vanzelf weer terug naar het carter en wordt vervolgens weer opnieuw omhoog gepompt. Een andere naam voor dit smeersysteem is het zogenaamde "wet-sumpsysteem". Vertaling naar Nederlands is zoiets als "nat-cartersysteem". Een ander systeem is het "dry-sumpsysteem", daar zit de olie in een aparte olietank. Tussen de motor en de olietank is dan vaak een oliekoeler gemonteerd.

Kwaliteitseisen van Motorolie

De kwaliteit van een goede motorolie is afhankelijk van een aantal factoren:

Kwaliteitseis nr. 1: De smering

Goed smeren betekent het vermogen nodig om wrijvingsweerstanden te overwinnen en slijtage tot een minimum te herleiden, en dit voor alle onderdelen, bij alle temperaturen, belastingen en snelheden, en met één enkel smeermiddel. Deze functie krijgt thans een nieuwe dimensie in het licht van de huidige noodzaak tot energiebesparing en van de steeds kleinere en zwaardere belaste motoren, die op de markt komen.  

Vermits door inwendige wrijving in het smeermiddel zelf (weerstand tegen vloeien) ook energie verloren gaat, stelt men nu een tendens vast naar minder visceuse oliën, d.w.z. dat SAE 10W-50, 15W-50 en 20W-50 smeermiddelen meer en meer vervangen worden door SAE 10W-40 en 15W-40 oliën. Dit betekent echter een vermindering van de sterkte van de smerende oliefilm, juist op het ogenblik dat constructie en belasting van de nieuwste motoren strengere eisen gaan stellen qua slijtagewering.

Deze nieuwe eisen worden volledig opgevangen dank zij de nieuwe slijtagewerende toevoegingstoffen of additieven, voortgebracht door gespecialiseerde onderzoekingscentra. Motorolie moet ook op zeer lage temperatuur nog voldoende vloeibaar zijn om snel en voldoende een oliefilm te kunnen opbouwen in lagers, enz. De kwaliteit van de gebruikte basisolie speelt hierbij een grote rol, maar ook hier zijn additieven noodzakelijk, o.a. stolpuntverlagers, vloeiverbeteraars, viscositeitindexverbeteraars.

Kwaliteitseis nr. 2: De reinigende werking

Door verbranding van brandstof en olie en door veranderingsprocessen in de olie zelf, worden onzuiverheden gevormd: Koolstofresidu’s, organische zuren en visceuse oxidatieproducten.

Afzettingen van deze producten in zuigerveergroeven, oliekanalen of op zuigerkronen b.v. zouden zeer snel mechanische defecten veroorzaken. De detergerende en dispergerende additieven in de motorolie neutraliseren deze onzuiverheden, zorgen ervoor dat ze zeer fijn verdeeld worden en dat ze in suspensie blijven in de olie. Hierdoor kunnen afzettingen en corrosie verhinderd worden.

Kwaliteitseis nr. 3: Koeling

Ongeveer twee derde van de energie, die onder de vorm van brandstof aan een motor wordt toegevoegd, gaat als warmte verloren met de uitlaatgassen en door de straling en convectie via het koelsysteem.

De helft van de verloren warmte verlaat de motor met de uitlaatgassen, de andere helft wordt vervoerd door het koelsysteem en de motorolie, ongeveer in gelijke mate. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de temperatuur van de olie in het carter kan oplopen tot boven 150 °C. Op deze manier is de olie sterk onderhevig aan oxidatie en om veroudering tegen te gaan, worden anti-oxydatieadditieven toegevoegd.

Kwaliteitseis nr. 4: Afdichting

Door verbranding van het brandstof-luchtmengsel komen in de cilinders drukken voor van meer dan 5.000 kPa (50 Bar). Om van de optredende druk, waar de motor zijn vermogen uit put, zo weinig mogelijk nutteloos te laten verloren gaan, is een goede afdichting van de verbrandingskamer essentieel.

De effectieve viscositeit van de olie is de zone van de zuigerveren (op hoge temperatuur) is hier van zeer groot belang. Zonder in details te treden, willen wij hier toch opmerken dat in deze zone een aantal fenomenen optreden, die een grote invloed hebben op de prestaties van de motor en de motorolie, nl. de schijnbare viscositeitvermindering van de olie en de mechanische afbraak van de viscositeitindexverbeteraar, beiden ten gevolge van de grote afschuifsnelheden, die hier in de oliefilm optreden.

Deze fenomenen hebben een invloed op het olieverbruik en het rendement van de motor. Minder goede oliën zullen hier duidelijk slechtere resultaten geven dan goede oliën.

Kwaliteitseis nr. 5: Roest- en corrosiewerking

Een motor, die wordt stilgelegd, koelt af en hierbij kan water condenseren, zodat de inwendige organen aan roest worden bloot gesteld.

Bovendien worden bij de verbranding organische zuren gevormd, vooral bij gebruik van dieselbrandstof van mindere kwaliteit of met hoog zwavelgehalte.

Deze zuren zijn agressief, vooral ten opzichte van lagermateriaal, dat ze zeer vlug zouden aantasten indien het risico niet werd opgevangen door additieven ,nl. de roest- en corrosiewerende additieven.

Samenstelling van motorolie

Normale minerale olie bestaat, scheikundig gezien, uit koolwaterstoffen, d.w.z. verbindingen van koolstof en waterstof.

Een motorolie bestaat uit een draagstof of basisolie en verschillende functionele toevoegingstoffen of additieven. Voor wat betreft de raffinage van de basisolieën, enkele van de eigenschappen waarnaar gestreefd wordt: 

Basisoliën zoals die bij de raffinage verkregen, zijn onvoldoende geschikt voor moderne motoren. De verlangde eigenschappen worden versterkt door toepassing van goed gebalanceerde mengsels van additieven of doops.

De Viscositeit

De viscositeit van een olie, d.w.z. de weerstand tegen het vloeien, is een basisgegeven om het gedrag van een motorolie te voorspellen. Bij lage temperaturen moet de olie dun genoeg zijn - of van dusdanige viscositeit - om ervoor te kunnen zorgen dat de motor vlot kan starten en dat er een snelle toevoer is naar de te smeren (kritische) motoronderdelen.

Bij hoge temperaturen moet de olie nog dik genoeg zijn om een sterke, beschermende oliefilm te onderhouden tussen langs elkaar glijdende metaaloppervlakken.

Minerale olieën die bij lage temperatuur (winter) voldoende vloeibaar zijn, blijken bij hoge temperatuur zo dun te kunnen worden dat de smering schraal wordt. Omgekeerd zullen (zomer) olieën, die in de zomer voldoende smering waarborgen, in de winter te visceus (stroperig) worden. Een motorolie die in de zomer en in de winter geschikt is, valt in de categorie van de multigrade olieën

API-indeling van motoroliën

Zowel diesel-, benzine- als LPG-motoren moeten veelal onder zeer verschillende bedrijfsomstandigheden dienst doen. De motorconstructeurs verlangen niet alleen dat een olie van een bepaalde viscositeit gebruikt wordt, maar geven ook bepaalde voorschriften voor het prestatieniveau (performance level). Om motoroliën te kunnen indelen naar prestatieniveau werd destijds door API (American Petrolium Institute) een indeling gemaakt naar "aard van de dienst" voor de benzine en de dieselmotoren.

Men heeft de volgende indeling opgesteld:

S-motoroliën zijn in principe bestemd voor gebruik in benzine of LPG-motoren.

C-motoroliën zijn bedoeld voor dieselmotoren, bedrijfswagens, trekkers en grondverzetmachines.

SAE-indeling van motoroliën

De meeste gebruikte indeling van motoroliën naar dikte (viscositeit) is de classificatie door de Society of Automotive Engineers (SAE).
Dit systeem omvat een aantal viscositeitgebieden aangeduid met een getal of een getallettercombinatie.
Door eenvoudige indeling is het een hanteerbaar systeem voor de gebruiker.

SAE-indeling van motoroliën: Summergrades

Men wil dat in een motor een olie wordt toegepast met een bepaalde viscositeit op bedrijfstemperatuur. Voor de viscositeitmeting koos men destijds een temperatuur van 210 °F (98.8 °C). Dat is nu 100 °C geworden (volgens ASTM D445, AMSTM = American Society for Testing Materials).
Men drukt deze waarde uit in cent-Stokes (LcST = 1 mm2/S). men kan dan in de SAE-tabel opzoeken binnen welk SAE-getal de gemeten viscositeit valt.

SAE-indeling van motoroliën: Wintergrades

De viscositeitbepaling geschiedt bij lage temperatuur. De viscositeit bij lage temperatuur is zeer belangrijk bij een koude start en de opwarmperiode van een motor.
Bij het starten moet de olie dun genoeg zijn om de te smeren delen snel van een beschermende oliefilm te voorzien. Bovendien moet bij lage temperaturen de olie nog goed kunnen toevloeien naar de aanzuigzijde van een oliepomp.
De viscositeit van een motorolie bij lage temperatuur wordt gemeten met een zogenaamde Cold Cranking Simulator (volgens ASTM D2602). Populair gesproken kan dit apparaat als een koudestartnabootser worden beschouwd. Hoe dikker een olie is bij lage temperatuur des te meer weerstand wordt gemeten. de gemeten dynamische viscositeit wordt uitgedrukt in Poise of centi Poise (1cP = 1 mPa.s)
Bij de W-oliën wordt bovendien bij lage temperaturen nog een meting gedaan met een Mini Rotary Viscosimeter (volgens ASTM D3829) om meer zekerheid te verkrijgen over de verpompbaarheid bij lage temperaturen.

SAE-indeling van motoroliën: Multigrade oliën

Multigrade oliën zijn zowel voor zomer- als wintergebruik geschikt.
In vergelijking met monograde oliën (kenmerk: enkelvoudig SAE-getal) hebben zij een aanzienlijk betere temperatuur viscositeitverhouding. Hiermee wordt bereikt dat bij een lage temperatuur de olie zich gedraagt als een dunne olie en bij hogere temperatuur wordt de olie niet te dun.
Een multigrade olie is dus een olie waarvan de viscositeit maar in beperkte mate met de temperatuur verandert.
Om dit te beïnvloeden worden viscositeitindexverbeteraars (VI-improvers) toegepast als toevoeging aan een originele winterkwaliteitsmeerolie.

Wat betekent S.A.E. nou eigenlijk?

De afkorting S.A.E. staat voor een norm. Die norm geeft de vloeibaarheid aan van de olie bij de verschillende gebruiks- en omgevingstemperaturen.

De W die tussen de twee getallen staat opgesteld betekent winter en gaat samen met het eerste getal van de code. Hoe kleiner het eerste getal, hoe lager de temperatuur mag zijn voor de olie door de koude gaat verdikken en dus aan viscositeit of vloeibaarheid zal inboeten. Een 5 W olie zal dus beter gebruikt kunnen worden bij lage temperaturen dan pakweg een olie met een 20 W index.

Het laatste getal in de code geeft aan tot welke temperaturen de olie zijn vooropgestelde dikte zal behouden. Hoe hoger dat getal is hoe beter de olie tegen de hitte kan.

Een olie met de specificatie S.A.E. 5W 50 is dus in een heel groot temperatuursgebied bruikbaar, terwijl een S.A.E. 20W 40 binnen een kleiner temperatuursgebied naar behoren haar werk zal doen.

Het oliefilter

De oliezeef voor de oliepomp houdt alleen de grove verontreinigingen tegen. De fijne koolstof afkomstig van de verbrandingsruimte en de fijne metaaldeeltjes ontstaan door slijtage, kunnen alleen maar door middel van een filter worden verwijderd. Men plaatst de oliefilter ten opzichte van de olie-omloop parallel (by-pass) of in serie (full-flow).

De By-pass oliefilter

Bij de parallel geplaatste filter wordt steeds maar een gedeelte van de olie die de pomp opbrengt gefilterd, zodat er nooit verstopping kan ontstaan door een vuile filter. Ongeveer een zesde deel van de door de pomp opgebrachte hoeveelheid olie gaat door een omloopleiding naar de oliefilter die in het systeem is opgenomen. De rest van de olie gaat dan rechtstreeks naar de oliegalerij en vandaar naar de smeerpunten.

De Full-flow oliefilter

Bij de in serie geplaatste filter stroomt al de uit de oliepan gepompte olie door het filter. Vandaar gaat de olie rechtstreeks naar de oliegalerij en vandaar naar de smeerpunten. Een goede oliefilter heeft een terugslagklep. Deze zorgt ervoor dat de olieleidingen na het stilleggen van de motor niet kunnen leeglopen. Hierdoor zou de motor immers na het starten een ogenblik niet gesmeerd worden. Oliefilters worden ingebouwd in een filterbeker en bestaan dus als een verwisselbaar element. Vele modernere uitvoeringen zijn echter in hun geheel verwisselbaar. Gewoonlijk bestaat een filter uit katoen of papier. Papieren filters worden het meest gebruikt. Soms is het smeersysteem uitgerust met een magnetische carterdop in de oliefilter. Daarmee worden ijzerdeeltjes uit de olie verwijderd. Bij elke olieverversing wordt deze dop gereinigd.

De motor in de werkplaats: Olieverversing

Waarom olie verversen ?

De kwaliteit van de motorolie vermindert tijdens het gebruik niet alleen door hoge temperaturen, drukken en oxidatie met de lucht, maar ook door de gevolgen van de verbranding zoals: roest, koolafzetting, condens- en verbrandingswaters, metaalslijtage en stof. Hierdoor vermindert de smeerkwaliteit van de olie na een langere werktijd beduidend.
Ongunstige werkomstandigheden (vocht en koude buitenlucht) en ongunstige bedrijfsomstandigheden (veelvuldig starten, werken met een koude motor) beïnvloeden de oliekwaliteit zeer ongunstig.

Aanwijzingen voor de olieverversing !

De olie-verversingstijden zijn in de handleiding van de betrokken motor voorgeschreven. Bij een nieuwe motor moet de eerste olieverversing tussen 20 en 30 bedijfsuren. De volgende olieverversingen gebeuren meestal best om de 100 werkuren.

Additieven en Doops

Basisoliën zoals die bij de raffinage worden verkregen, zijn onvoldoende geschikt voor moderne motoren. De verlangde eigenschappen worden versterkt door toepassing van goed gebalanceerde mengsels van additieven en doops.

Functies

Additieven

Het tegengaan van ouderdomsprocessen en het vertragen van de vorming van sludge (drab) en afzettingen.

Detergenten (basisch) en antioxidanten en:of anti-corrosiedoops

Het voorkomen van corrosieve slijtage.

Detergenten (basisch) en antioxidanten en/of anti-corrosiedoops.

Het verminderen van mechanische slijtage.

Anti-slijtage en EP (Extreme Pressure) additieven.

Het optimaliseren van de eigenschappen van de olie.

Viscositeitverbeteraars, stolpuntverlagende additieven en anti-schuim doops.

Doops zijn scheikundige preparaten die aan de basisolie worden toegevoegd om bepaalde eigenschappen te verkrijgen of te verbeteren. Er bestaat een zeer groot aantal van deze additieven, waarvan de meeste multifunctioneel zijn, maar die niet altijd met elkaar te verzoenen zijn.

Het samenstellen van een motorolie voor een bepaald kwaliteitsniveau is geen eenvoudige zaak, daar, buiten de kwaliteit van de gebruikte ingrediënten om, rekening gehouden moet worden met mogelijke negatieve interacties of omgekeerd met de maximale synergie tussen de verschillende componenten.
Bovendien moet ook rekening gehouden worden met de bescherming van motoronderdelen (bv. dichtingen) en met enkele toxicologische gevolgen.