| Materialen verbinden. | ||
| Materiaal kun je op veel manieren aan elkaar vastzetten. Denk aan lijmen, solderen, lassen spijkeren, klinken, en schroeven. | ||
| Er is dan een verschil tussen vaste en losneembare verbindingen. | ||
| Als er geschroefd is dan is zo’n verbinding makkelijk weer los te maken, bij lassen ligt dat wel even anders. | ||
| Er bestaan ontzettend veel bevestigingsmiddelen. De keuze voor zo’n middel is afhankelijk van het soort materiaal dat bevestigd moet worden, of waar het aan vast moet. | ||
|
|
||
| Een aantal bevestigingsmiddelen staan hieronder. | ||
|
|
||
| Popnagels of blindklinknagels, deze zet je vast met de popnageltang. Met een popnagel maak je een vaste verbinding. Je kan een popnagel maar 1 keer gebruiken. Als je 2 metaalplaatjes aan elkaar wilt zetten dan moet je een gaatje boren en daar de nagel doorheen steken, met de popnageltang trek je de nagel vast, het steeltje wat er aan zit breekt af. | ||
| Spijkers, of eigenlijk heten ze draadnagels,
daar zijn ze ook van gemaakt, van draad. Je gebruikt deze nagels om hout
te bevestigen.
Met een hamer sla je ze erin en met een nijptang kan je ze er eventueel weer uit trekken.
|
||
| Gewone houtschroeven, deze gebruik je
om hout of plaatmateriaal aan elkaar te schroeven. Ook om met gebruik
van een plug iets aan een muur vast te zetten.
Je draait ze erin en eruit met een schroevendraaier, of tegenwoordig vaak met een oplaadbare schroeftol. Er zijn verschillende soorten schroevendraaiers onder andere platte en kruiskop.
|
||
|
|
Zelftappers en zelfborende schroeven. Dat zijn schroeven die voor plaatstaal gebruikt worden. De zelfborende zoals op de foto heeft in plaats van een gewoon puntje een soort boortje, deze boort dus zijn eigen gat. | |
| Metaalschroeven, ook wel kolomschroeven
genoemd. Deze gebruik je om verbindingen te maken tussen bijvoorbeeld
hout op metaal.
Kolomschroeven zijn er met een rechte kop zoals op de foto dat heet CK-cilindrische
kop, verder is er de BK-bolle kop |
||
![]() |
De houtdraadbout draai je met een sleutel vast, hij heeft een zeskante kop en een schroefdraad als bij een houtschroef. Deze bouten worden veel gebruikt om beugels aan muren te monteren en dergelijke. | |
| Bouten gebruik je om sterke verbindingen te maken bij staalconstructies. Er zijn weer verschillende soorten, de bout met volle schroefdraad is een tapbout en die waar de schroefdraad niet helemaal doorloopt is een moerbout. | ||
| Inbusbouten zijn bouten met een inwendige zeskant. Deze draai je vast met inbussleutels. | ||
![]() |
Bij veel schuurdeuren worden scharnieren gebruikt waar de bouten buiten te zien zijn. Meestal worden dan slotbouten gebruikt. Deze hebben een gladde kop en zijn aan die kant ook niet met een sleutel te pakken. Onder de kop zit een vierkantje, deze voorkomt meedraaien van de bout tijdens het vastzetten met een moer. | |
| Om de druk van een bout of moer te verdelen gebruik je een sluitring. De ringen met de brede rand heten carrosserie-ringen. | ||
| Als er in de staalconstructie zelf geen schroefdraad zit dan moet je bouten vast zetten met moeren. Hiernaast afgebeeld zijn de gewone zeskantmoeren. | ||
| Als iets netjes glad afgewerkt moet dan gebruik je een dopmoer. | ||
![]() |
![]() |
Als iets met je handen losgedraaid moet kunnen worden, dan gebruik je vleugelmoeren of vleugelbouten. |
| Bouten in apparaten die trillen of bewegen mogen niet lostrillen, dan moet je de moeren borgen. Dat kan op een aantal manieren, onder andere met deze zelfborgende moer. In deze moer zit een kunststofring die vast in de schroefdraad komt te zitten. Na een paar keer vast en losdraaien zal deze moer vervangen moeten worden omdat de kunststofring dan niet meer vast komt te zitten. | ||
| Een andere manier van borgen is met een open veerring of met een tandveerring. Deze ringen houden met de tandjes de moer tegen om losdraaien te voorkomen. Let altijd wel op de richting van de tandjes, want bij linksdraaiende moeren moeten ze andersom staan om de moer tegen te houden! | ||
![]() |
Met een snepmoer kun je ook borgen, dit is een moer die ingezaagd is en naar elkaar gebogen. Daardoor gaat hij moeilijker op een bout en trilt dus niet makkelijk los. | |
![]() |
Een kroonmoer kom je veel tegen op wielnaven bij auto's, deze voorkomt dat de naaf met lagers van de as afloopt. De kroonmoer wordt vastgezet met een splitpen, deze gaat tussen de getande bovenkant van de moer, door de as waar een gat in zit, en wordt dan omgebogen. | |
![]() |
Een flensmoer wordt veel gebruikt bij machines, door de brede rand drukt hij de machine onderdelen goed op elkaar. | |
|
|
![]() |
Als een gewone bout niet lang genoeg is kun je een draadstang gebruiken. Dit is een stang met alleen schroefdraad en verkrijgbaar in lengtes van 1 meter. Eventueel kun je draadstangen weer koppelen en zo nog langer maken, dat doe je met een koppelmoer, dat is een extra lange moer. |
![]() |
Een tapeind wordt veel gebruikt bij bromfietsen om de cilinder met de kop op het motorblok te monteren. Een tapeind heeft aan twee kanten schroefdraad en is glad in het middenstuk. | |
![]() |
Een madeschroef is een schroefje zonder kop, deze wordt gebruikt om bijvoorbeeld tandwielen op een as vast te zetten, de punt drukt dan in de as zodat het tandwiel vast op de as zit. | |
| Een oogbout of een oogmoer wordt gebruikt om een machine op te tillen, zo'n bout of moer draai je vast door een pen door het oog te steken. | ||
| Dit waren maar een aantal bevestigingsmiddelen, er bestaan nog honderden anderen waarvan veel speciale. Kijk voor schroeven ook op het blad Schroeven. Probeer ook eens de Toets te maken. | ||