Veiligheid en werken in het technieklokaal


1. Je ziet dat een mede leerling iets fout doet tijdens het maken van een werkstuk. Wat doe je dan?

Ik kende die handeling wel en probeer nu om hem of haar uit te leggen hoe het beter kan.
Ik kijk er naar en moet er om lachen.
Ik laat mijn mede leerling het lekker zelf uitzoeken.

2. Je ziet dat er iets mis gaat met een andere leerling en een machine. Wat doe je?

Ik ren gelijk naar de leraar.
Ik blijf kijken hoe dat afloopt.
Als eerste druk ik op de rode veiligheidsknop aan de muur en roep dan gelijk de leraar.
Ik waarschuw alle andere leerlingen.

3. Waarom mag je nooit rennen in een technieklokaal?

Omdat het hinderlijk is voor mijn mede leerlingen.
Omdat het verboden is te rennen in zo'n lokaal.
Omdat ik een blaadje gehad heb waar dat op staat.
Omdat het risico bestaat dat ik struikel of uitglij en er een ernstig ongeluk kan gebeuren.

4. Op de muur zijn rode knoppen gemonteerd, deze zijn bedoeld om

het licht aan en uit te zetten.
op te drukken om een machine te stoppen.
bij een ongeluk direct de stroom uit te zetten.

5. De man op de foto draagt hier een veiligheidsbril,



dit is verplicht bij alle werkzaamheden waar je kans hebt op oogletsel.
dit is niet echt nodig als je gaat boren.
als je dat niet wilt dan hoef je hem niet op te zetten.

6. Je hebt materiaal nodig voor een werkstuk, hoe kom je daar aan?

Materiaal ligt onder de werkbank, dus pak ik dat zelf.
Ik zie dat een mede leerling dat al heeft liggen en er nog niks mee doet, dus pak ik dat.
Materiaal vraag ik altijd aan de leraar.

7. Een andere leerling doet vervelend tegen je, wat doe je dan?

Ik ga vervelend terug doen.
Ik ren hem achterna door het lokaal.
Ik blijf rustig en maak er melding van bij de leraar.

8. Je moet een gat boren, wat doe je dan?

Ik span mijn werkstuk in de klem of hou het met een tang goed vast en ga boren.
Ik zet een veiligheidsbril op, zorg dat mijn werkstuk vast staat en ga dan boren.
Ik zet mijn werkstuk vast, doe mijn haar in een staart en ga boren.
Ik zorg dat mijn werkstuk vast staat, zet een veiligheidsbril op, rol eventueel wijde mouwen op, doe lang haar in een staart, kijk of er geen mede leerlingen onbeschermd dichtbij staan en ga dan boren.

9. Tijdens het maken van een werkstuk gebruik je gereedschap. Wat doe je aan het einde van de les?

Ik laat alles liggen want iemand anders ruimt dat op.
Ik leg alles op een hoop bij de magazijnmedewerker.
Ik lever het in bij de magazijnmedewerker en wacht tot hij of zij het genoteerd heeft.

10. Als je werkt in veel lawaai dan



probeer je daar bovenuit te praten.
draag je gehoorbeschermers.
dan zet je een raam open.