De Kerktoren van Monster

(link naar de Hervormde Gemeente van Monster)

Monster is het centrum van een der oude middeleeuwse parochies in het Westland. Deze parochie was veel groter dan de huidige gemeente. Zij strekte zich grofweg uit over het gehele duingebied tussen Wassenaar en Hoek van Holland. Den Haag en 's-Gravenzande zijn van recenter datum en vormen derhalve afsplitsingen van Monster.

De kerk zal oorspronkelijk een "eigen kerk" geweest zijn, dit wil zeggen persoonlijk eigendom van het lokale geslacht dat toestemming verleende voor de oprichting en de financiering van het eerste gebouw heeft verzorgd. Zij zijn de patroon van de kerk, wat onder meer inhoudt het recht van benoeming van de pastoor, kapelaan en koster. Gezien de invloed op hun omgeving, niet uitsluitend van geestelijke aard, vormt een kerk als instituut een belangrijke lokale machtsbasis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat met de opkomende macht van de Hollandse graven deze zich in toenemende mate gaat bezighouden met de eigendom en personele bezetting. In de loop der middeleeuwen zien we dat op vele plaatsen de oorspronkelijke lokale machthebbers hun rechten al dan niet gedwongen aan de graaf overdragen. Deze geeft het patronaatschap dan vervolgens aan een hem welgezinde geestelijke orde. Voor Monster speelt deze ontwikkeling in het laatste kwart van de 13e eeuw. In 1268 draagt Hugo, heer Koenraadsz. Van Monster, het patronaat over aan Floris V die er vervolgens een zekere Mr. Hendrik Allardsz. mee beleent. Vier jaar later doet Hugo afstand van zijn aanspraken. Blijkbaar had ook de St. Paulusabdij te Utrecht nog rechten, want deze staat in 1273 het patronaatsrecht op de kerk van Monster af in ruil voor dat van de kerk van Alphen. Drie jaar daarna ruilt Floris V met de abdij van Middelburg Monster voor de kerk van Welle op Noord-Beveland waarmee de situatie tot aan de reformatie is vastgelegd.

Het kerkgebouw betekent voor de parochianen een voortdurende bron van financi&eumlle zorg. Een speciaal college, de "kerkfabriek", houdt zich met deze zaak bezig. De leden ervan, die jaarlijks gekozen worden uit de aanzienlijke families van alle woonkernen, noemt men kerkmeesters. Zij hebben onder andere het beheer over de financi&eumlle middelen.

Bronnen van inkomsten worden gevormd door schenkingen van gelovigen, meestal landerijen en renten op land en huizen. Dit groeiende vermogen kan worden gezien als het vaste bestanddeel. Daarnaast komt een gering en flucturerend deel voort uit de opbrengst van de collectes , met name tijdens de grote kerkelijke feestdagen en de kermis. Bij uitbreiding van de kerk of een ingrijpende restauratie is het vaak noodzakelijk om enige vaste bezittingen ten gelde te maken. In het Naaldwijkse gemeentearchief bevindt zich in het archief van het Kapittel een akte uit 1443, waarin van een dergelijke handeling sprake is. De kerkmeester van Monster, Gerrit heer Willem Dirksz., Oude Pieter Maasz., Hugo Simonsz., Hugo Mooye en Hugo Gerritsz. Zijn te rade gegaan bij "de ghemeen gheburen", d.w.z. de stemgerechtigde volwassen mannelijke inwoners van het ambacht. Doel van deze grote vergadering is om te komen tot een besluitvorming inzake de verbouwing van de kerktoren. Uit de tekst blijkt dat hij gerestaureerd moet worden en tegelijkertijd vergroot, een kostbare aangelegenheid.
Besloten wordt om een stuk land te verkopen dat de kerk heeft liggen in het ambacht Wateringen. Het is 4,5 ha groot en ligt in een "weer" of door sloten begrensd stuk land van in totaal 12 morgen, d.i. ruim 10 ha, tussen de Zwet en de weg van Kwintsheul naar Wateringen. Het wordt gepacht door ene Harper Gerritsz., maar deze komt als potenti&eumlle koper niet in aanmerking. De eigenaar van het resterende land in het weer is het Kapittel van Naaldwijk, een aan de kerk aldaar verbonden vrij vermogende geestelijke instelling. Het moet hen wel wat waard zijn om het geheel weer in handen te krijgen en bovendien dient de verkoop een goed doel. Kerkmeesters gaan eens praten met de deken van het Kapittel en al gauw worden beide partijen het eens. Terwille van de rechtsgeldigheid moet de akte bezegeld worden. Geen van de kerkmeesters bezit echter zelf een zegel. Zij vragen derhalve de vertegenwoordigers van de lokale rechtelijke en geestelijke macht, te weten schout Arent van den Camp en pastoor heer Jan van Schiedam, om namens hen te zegelen. Wat de verkoop heeft opgebracht is in de akte niet vermeld. Wel staat er een aantekening onder dat het perceel verhuurd werd voor 44 schelling en 9 denari per jaar. Het Kapittel zal de bestaande pachtsom hebben genoteerd om misverstanden met pachter Harper te voorkomen en als richtlijn voor latere verpachtingen. Zeker is dat de opbrengst onvoldoende was. Anderhalve maand later, op 17 juli 1443 verklaren de kerkmeesters dat zij met toestemming van de provisor van Rijnland, een hoge toezicht houdende geestelijke, de pastoor en het voltallige gerecht van Monster aan de kerk- en H. Geest-meesters van 's-Gravenzande een jaarlijkse rente van 40 schelling Hollands hebben verkocht, gevestigd op 11 hond land in Maasland. Zij doen dit om "onse begonnen toorne mede te vurderen ende op te helpen'. De (ver)bouw heeft dus reeds een aanvang genomen!
Ook deze akte bevind zich in het genoemde Kapittelarchief.

Vermoedelijk is het land en/of de rente later aan het Kapittel gekomen. Voor Monster zijn de beide akten van groot belang vanwege de exacte datering van de aanvang van de (ver)bouw. Het ontstaan van de markante massieve toren van de kerk die zelfs de verwoestende brand van 1901 overleefde, kan hiermee definitief gesteld worden op het jaar 1443.


Bron: Gemeente archief Monster,
Historie van Monster, Poeldijk en Ter Hijde bestaande uit een aantal korte beschrijvingen (J.G. Endhoven)