HERMAN VAN VEEN

IN VOGELVLUCHT (1987)

  1. Hilversum III
  2. Een Vriend Zien Huilen
  3. Suzanne
  4. De Bom Valt Nooit
  5. Later
  6. Opzij
  7. Liefde Van Later
  8. Fiets
  9. Anne
10. Als Het Net Even Anders Was Gegaan
11. Zo Vrolijk
12. Zingende Doden
13. Dat Tedere Gevoel
14. Signalen
15. Voor Een Verre Prinses
16. Weet Je Nog
17. Rozegeur
18. Liedje
19. Ochtend In De Stad
20. Toveren



Herman Van Veen - In Vogelvlucht

HERMAN VAN VEEN

IN VOGELVLUCHT

  1. HILVERSUM III

Vroeger werd gezongen en gefloten in de straat
Had de slagersjongen nog een opera paraat
De metselaar kon zingend op de steiger staan
De melkboer lengde fluitend zijn melk een beetje aan

Hilversum III bestond nog niet
Maar ieder had zijn eigen stem
Op elke steiger klonk een lied
Van Paljas of Jeruzalem

Alle venters hadden eigen aria's
Voor sprot en haring, voor begonia's
Zelfs in fabrieken kwam van overal
Toch weer een liedje door de grote hal

Hilversum III bestond nog niet
Maar ieder had zijn eigen stem
Op elke steiger klonk een lied
Van Paljas of Jeruzalem

Tussen het geratel van machines door
Klonk in de confectie een mooi meisjeskoor
Dromend van de prins van... weet ik veel
Die ze zou ontvoeren naar zijn luchtkasteel

Hilversum III bestond nog niet
Maar ieder had zijn eigen stem
Op elke steiger klonk een lied
Van Paljas of Jeruzalem.

back to top

  2. EEN VRIEND ZIEN HUILEN

Natuurlijk wordt alom gestreden
En zwijgt voor velen de muziek
De tederheid is overleden
En de illusies zijn doodziek
Natuurlijk laat zich alles kopen
Voor wie er maar het meeste biedt
En worden bloemen stukgelopen
Maar een vriend zien huilen... kan ik niet

Natuurlijk hebben wij verloren
En wacht de dood ons aan het eind
Met onze schouders ver naar voren
Staan wij nog amper overeind
Natuurlijk zijn we vaak bedrogen
En liggen vogels in het riet
Die voor het laatst hebben gevlogen
Maar een vriend zien huilen... kan ik niet

Worden er steden stukgesmeten
Door kinderen van vijftig jaar
Dan wordt het leed weer gauw vergeten
Voor nieuw verdriet of nieuw gevaar
En de stations vol met verdwaalden
Al te ver heen voor elk verdriet
Geen enk'le waarheid die het haalde
Maar een vriend zien huilen... kan ik niet

Natuurlijk, spiegels zijn integer
Geen moed genoeg om Jood te zijn
Niet elegant genoeg voor neger
Geen licht, alleen maar valse schijn
In eigen kilheid zo gevangen
Dat men voor liefde zich verschuilt
Zo aan het eind van elk verlangen
Maar dan een vriend te zien... die huilt.

back to top

  3. SUZANNE

Susanne neemt je mee
Naar een bank aan het water
Duizend schepen gaan voorbij
En toch wordt 't maar niet later
En je weet dat zij fijn gek is
Want daarom zit je naast haar
En ze geeft je pepermuntjes
Want ze geeft je graag iets tastbaars
En net als je haar wilt zeggen:
"Ik kan jou geen liefde geven"
Komt heel de stad tot leven en hoor je meeuwen schreeuwen
Je hebt steeds van haar gehouden
En je wilt wel met haar meegaan
Samen naar de overkant
En je moet haar wel vertrouwen
Want ze houdt al jouw gedachten in haar hand

En Jezus was een visser
Die het water zo vertrouwde
Dat Hij zomaar over zee liep, omdat Hij had leren houden
Van de golven en de branding
Waarin niemand kan verdrinken
Hij zei: "Als men blijft geloven
 Kan de zwaarste steen niet zinken"
Maar de hemel ging pas open
Toen Zijn lichaam was gebroken
En hoe Hij heeft geleden
Dat weet allen die Visser aan 't kruis
En je wilt wel met Hem meegaan
Samen naar de overkant
En je moet Hem wel vertrouwen
Want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand

Susanne neemt je mee
Naar een bank aan het water
Je onthoudt waar ze naar kijkt
Als herinnering voor later
En het zonlicht lijkt wel honing
Waaraan kinderen zich te goed doen
En het grasveld ligt bezaaid met wat de mensen zoal weg doen
In de goot liggen de helden
Met een glimlach op de lippen
En de meeuwen in de lucht
Lijken net verdwaalde stippen
Als Suzanne je lachend aankijkt
En je wilt wel met haar meegaan
Samen naar de overkant
En je moet haar wel vertrouwen
Want ze houdt al jouw gedachten in haar hand.

back to top

  4. DE BOM VALT NOOIT

Mijn leven is totaal ontwricht
Ik voel me overboord gegooid
Vandaag las ik dit nieuwsbericht:
De bom... valt... nooit

Maar zal de bom dan echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z'n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
Leefden wij dood op ons gemak

Wij keken met omfloerste blik
Nog maar voortdurend naar de grond
Nu is tot onze grote schrik
De hele wereld kerngezond

Moet het nu uit zijn met die kater?
Moeten wij denken over later?
Ach, dat gezeur van "Het heeft geen zin"
Daar trapt geen schoolmeester meer in

Nu keert men heel ons leven om
En brengt paniek in onze tent
Wij hielden zo van de bom
Wij waren zo aan hem gewend

Ons leven is totaal ontwricht
Door dit beroerde nieuwsbericht:
"De bom blijft liggen waar hij ligt"
De bom blijft liggen waar hij ligt.

back to top

  5. LATER

Later gaan we naast elkaar
Wandelen op de Overtoom
Drinken zoete melk met room
Strijken door ons grijze haar

Zie je ons daar samen lopen?
Naast elkaar, zo diep bedaard
Jij, een lieve, oude taart
Ik, nog kras, dat is te hopen

Maar al worden we ook wrakken
Al dat vreselijke snoeven
Zal tenminste niet meer hoeven
Gaar of muf, we zijn gebakken

En we zeggen: "kijk, de tram"
Of: "Hoor jij die vogel zingen?"
Al die nutteloze dingen
Want het hoeft niet meer ad rem

En het hoeft niet meer zo rap
Want we moeten nergens heen
Och, we wonen toch alleen
In zo'n rothuis met een trap

Ik beloof je, dat ik dan
Het attent zijn aan zal leren
En ik zal ook vaak proberen
Of je nog wel lachen kan

Lachen als een oude dame
Die haar zegje heeft gezegd
Die, als ze wordt afgelegd
Zich voor niemand hoeft te schamen

Wel, wel, wel zo zal dat gaan
En we sterven, heel bedaard
Op een donderdag in maart
Tegelijk, daar hecht ik aan

En als onze aardse last
Met de wereld gaat vergroeien
Zal uit jou een bloempje bloeien
Een viooltje, dat staat vast.

back to top

  6. OPZIJ

Opzij, opzij, opzij
Maak plaats, maak plaats, maak plaats
We hebben ongelofelijke haast
Opzij, opzij, opzij
Want wij zijn haast te laat
We hebben maar een paar minuten tijd
We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan
En weer doorgaan
We kunnen nu niet blijven
We kunnen nu niet langer blijven staan
Een andere keer misschien
Dan blijven we wel slapen
En kunnen dan misschien als het echt moet
Wat over koetjes, voetbal
En de lotto praten
Nou dag tot ziens, adieu, het ga je goed
We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan
En weer doorgaan
We kunnen nu niet blijven
We kunnen nu niet langer blijven staan
Een andere keer misschien.

back to top

  7. LIEFDE VAN LATER

Als liefde zoveel jaar kan duren
Dan moet 't echt wel liefde zijn
Ondanks de vele kille uren
De domme fouten en de pijn
Heel deze kamer om ons heen
Waar ons bed steeds heeft gestaan
Draagt sporen van een fel verleden
Die wilde hartstocht lijkt nu heen
Die zoet razernij vergaan
De wapens waar we toen mee streden
Ik hou van jou
Met heel m'n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan
Tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou

Jij kent nu al m'n slimme streken
Ik ken allang jouw heksenspel
Ik hoef niet meer om jou te smeken
Jij kent m'n zwakke plekken wel
Soms liet ik jou te lang alleen
Misschien was wat je deed verkeerd
Maar ik had ook weleens vriendinnen
We waren jong en niet van steen
Zo hebben we dan toch geleerd
Je kunt altijd opnieuw beginnen
Ik hou van jou
Met heel m'n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan
Tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou

We hebben zoveel jaar gestreden
Tegen elkaar en met elkaar
Maar rustig leven en tevreden
Is voor de liefde een gevaar
Jij huilt allang niet meer zo snel
Ik laat me niet zo vlug meer gaan
We houden onze woorden binnen
Maar al beheersen we 't spel
Een ding blijft toch altijd bestaan
De zoete oorlog van 't minnen
Ik hou van jou
Met heel m'n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan
Tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou
Voorgoed van jou.

back to top

  8. FIETS

Hé, kleine meid, op je kinderfiets
De zon draait steeds met je mee
Hé, kleine meid, op je kinderfiets
De zomer glijdt zacht langs je heen
Met je haar in de wind en de zon op je wangen
Rij je me zomaar voorbij
Fiets

Hé, kleine meid, op je kinderfiets
Je lacht en je zwaait naar een zwaan
En de vijver weerspiegelt je witte jurk
En het riet fluistert je naam
En het zonlicht speelt in de draaiende wielen
Schitterend strooi je met licht
Fiets

Hé, lieve meid, op je kleine fiets
Als een witte stip in het groen
Slingert je blinkende kinderfiets
Zich dwars door het zomer seizoen
En je rijdt maar door en je fiets wordt steeds kleiner
Plotseling ben je weer weg
Fiets, fiets, fiets

Hé, kleine meid, op je kinderfiets
Je lacht en je zwaait naar een eend
En de vijver weerspiegelt je witte jurk
En het riet fluistert je naam
En het zonlicht speelt in de draaiende wielen
Schitterend strooi je met licht
Fiede, fiede, fiede, fiets, fiets, fiets

Hé, lieve meid, op je kleine fiets
Als een witte stip, fiets, in het groen
Slingert je blinkende fietse-fiets
Zich dwars door het zomersei-fiets.

back to top

  9. ANNE

Er waren mooie baby's bij
Maar niet zo lief als jij
Anne

Van al dat wit
En zoveel licht
Gingen van schrik
Je ogen dicht
Anne

Even kreeg ik kriebels in mijn keel
Maar je had geen pink teveel
Anne

Ik stond te blozen
Was zo blij
Jij moest er haast van lachen
Anne

Anne
De wereld is niet mooi
Maar jij
Kan haar een beetje
Mooier kleuren

Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg
Maak je geen zorgen
Daarvoor is het nog te vroeg
Veel te vroeg

De wijzers van de klok gaan snel
Dat merk je later wel
Anne

Van de pot naar de w.c.
Gaat een, twee, huppekee
Anne

Je hebt net je bromtol uitgepakt
Of je bent al weer een jaar
Ouder
Voor ik goeiemorgen zeg
Ben je op je brommer weg
Anne

Anne
De wereld is niet mooi
Maar jij
Kan haar een beetje
Mooier kleuren
Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg
Maak je geen zorgen
Daarvoor is het nog te vroeg
Veel te vroeg

Er waren mooie baby's bij
Maar niet zo lief als jij
Anne

Alleen de ogen van je moeder
Waren net zo mooi als jij
Anne.

back to top

10. ALS HET NET EVEN ANDERS WAS GEGAAN

Als Hitler toch de oorlog had gewonnen
Wat weinig had gescheeld met die V-2
Hadden we dan nog levensmidd'lenbonnen
Of viel de toestand achteraf best mee?
We kwamen zonder een niet-jood verklaring
Weer op normale wijze aan de poen
En er was geen verzekerde bewaring
Voor de zigeuners die geen mens iets doen
Er zou geen jood en geen zigeuner meer bestaan
Als het net even anders was gegaan

Geen Surinamers waren hier gekomen
En geen Molukker was Europeaan
Geen gastarbeider was in dienst genomen
Of toch? Het vuile werk moet ook gedaan
Van concentratiekampen zou men praten:
"Ach, dat valt wel mee, er wordt zoveel beweerd"
We zouden 't rustig daarbij kunnen laten
Want geen getuige was teruggekeerd
De nazi's hadden het veel grondiger gedaan
Als het net even anders was gegaan

Hitler had een spierwitte snor gekregen
Werd door de meerderheid gerespecteerd
Als vader van de autowegen
En hij had Musschert al geliquideerd
Wie zouden zich in 't openbaar vertonen?
Wie zouden ons regeren uit Den Haag?
Wie zouden er in grote huizen wonen?
Misschien dezelfde rijken als vandaag?
Wij vonden vast wel weer een zin in ons bestaan
Als het net even anders was gegaan

Voor homosexuelen streng verboden
Zou er te lezen staan op de café's
Wat afweek van de norm, dat zou men doden
Men kocht Mercedessen en B.M.W.'s
Om dan als heersers langs de weg te razen
Dat iedereen hun macht en welvaart zag
En het verzet was werk geweest van dwazen
En Engeland verarmde met de dag
Wat zich verrijkte was de haat en rassenwaan
Als het net even anders was gegaan

We weten allemaal dat Hitler heeft verloren
We zijn toen van de tirannie gered
Maar zou ik anders ook een lied doen horen?
Een bloed- en bodemlied? Of juist een van verzet?
Zou er in zulke uitzichtloze tijden
Nog iets bestaan als hier en daar een sprank
Van moed en hoop, die boeken doen verspreiden
Jan Campert en van Randwijk, Anne Frank?

Zou dan het goede, schone, ware nog bestaan
Als het net even anders was gegaan?

back to top

11. ZO VROLIJK

Ik ben vandaag zo vrolijk
Zo vrolijk, zo vrolijk
Ik ben vandaag zo vrolijk
Zo vrolijk was ik nooit

Ik was wel vaker vrolijk
Heel vrolijk, heel vrolijk
Maar zo behoorlijk vrolijk
Was ik tot nog toe nooit

Soms ben ik ongelukkig
Ontzettend ongelukkig
Soms ben ik ongelukkig
Dan sterf ik van verdriet

Soms ben ik wat neurotisch
Psychotisch en chaotisch
Labiel en neogotisch
Maar vandaag dus niet

Vandaag ben ik zo vrolijk
Zo vrolijk, zo vrolijk
Ik ben behoorlijk vrolijk
Zo vrolijk was ik nooit

Soms ben ik ongelukkig
Ontzettend ongelukkig
Soms ben ik ongelukkig
Dan sterf ik van verdriet

Soms ben ik wat neurotisch
Psychotisch en chaotisch
Labiel en neogotisch
Maar vandaag dus niet

Ik ben vandaag zo vrolijk
Zo vrolijk, zo vrolijk
Ik ben behoorlijk vrolijk
Zo vrolijk was ik nooit.

back to top

12. ZINGENDE DODEN

Op een avond om een uur of half elf
Liep ik wat te wandelen met mezelf
En de mensen van een nette nieuwe wijk
Zag ik zitten huis en huis
Aan huis aan huis te kijk
Uitgeteld en uitgezakt en uitgepraat
En ik dacht: als nu de wereld eens vergaat
Is er niemand die het in de gaten heeft
Want ze zitten aan de beeldbuis vastgekleefd

De televisie staat nog aan
Maar de wereld is vergaan
Nu is het hier een poppenkraam
Met dooien achter het raam

Op een avond komt ons hele volkje om
Niet door kwik of door vergif of door de bom
Maar door een slaapdrank die een vreemde mogendheid
Over de beeldbuis en het avondblad verspreidt
Er is een dronk vol pessismisme in de maak
Opportunisme daaraan toegevoegd naar smaak
En wat cynisme, ja een korreltje of drie
En wat racisme na een borreltje of drie

En als de wereld is vergaan
Dan blijft de televisie aan
Dan is het hier een poppenkraam
Met dooien achter het raam

Iedere woning is opeens een glazen kist
Waar men het leven
En de liefde niet meer mist
Waar men geen plaat beluistert
En geen boek meer leest
Waar slechts gemompeld wordt:
Ik ben al geweest
Daar is geen mens meer die
Nog ooit de straat opging
Daar is geen vreugde meer
En geen bewondering
Daar is geen hartstocht meer
En zelfs niet eens meer angst
Daar hangt het spreekwoord:
Dood zijn duurt het langst

En als de wereld is vergaan
Dan blijft de televisie aan
Dan is het hier een poppenkraam
Met dooien achter het raam.

back to top

13. DAT TEDERE GEVOEL

Ik heb dat tedere gevoel
Voor elke zot, en elke dwaas
Die buiten ronddaast zonder doel
Die niemands knecht is, niemands baas

Ik heb dat tedere gevoel
Voor ieder die zich luidkeels uit
Die elk gebaar ervaart als koel
Voor wie zich elke kudde sluit

Ik heb dat tedere gevoel
Voor wie zich in een droom verwart
En waar die droom de waarheid ramt
Klinkt soms zijn lach net iets te hard

Ik heb dat tedere gevoel
Voor elke vrouw, voor elke man
Die in volkomen weerloosheid
Een ander mens beminnen kan

Ik heb dat tedere gevoel
Een ander mens beminnen kan
Die in volkomen weerloosheid
Een ander mens beminnen kan.

back to top

14. SIGNALEN

De dwaze moeders op het plein
Wier kinderen verduisterd zijn
En die nog steeds, de jaren door
Roepen om gehoor
Ze schuifelen door het journaal
Geef hun een teken, een signaal
Dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn
Dat aan het eind van de tunnel weer licht zal zijn

Gezinnen die de apartheidswaan
Meedogenloos uiteen liet slaan
Ze komen toch weer bij elkaar
Voor even maar
Want liefde is daar illegaal
Geef hun een teken, een signaal
Dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn
Dat aan het eind van de tunnel weer licht zal zijn

Vervolgden om geloof of ras
Vervolgden om wat vader was
Vervolgden met het schietgebed
Van Jezus, Marx of Mohammed
Vervolgden om een ideaal
Geef hun een teken, een signaal
Dat geen enkele deur eeuwig dicht zal zijn
Dat aan het eind van de tunnel weer licht zal zijn

De dwaze moeders op het plein
Wier kinderen verduisterd zijn
En die nog steeds, de jaren door
Roepen om gehoor
Zoals de mijnwerkers in de mijn
De redding moet al bezig zijn
De anderen zijn hulp gaan halen
Het wachten is op de signalen.

back to top

15. VOOR EEN VERRE PRINSES

En voordat ik ging slapen
Was er op de radio
Wat stemmige muziek
Een beetje weemoed voor de vaak
Een beetje heimwee in de maak
Een beetje treurigheid en zo

Toen is mevrouw Herinnering
Met mij op stap gegaan

Helemaal naar jou
En ik dacht wat was het fijn
En ik dacht waar zou ze zijn
Een heel eind hier vandaan
Een speelse jonge hond was jij
Een mooie gekke meid
We waren nog zo jong en dachten er niet aan
Met elkaar naar bed te gaan
En dat spijt me nog altijd

Opeens toen was het uit
En ben ik dood gegaan
Dat wist je zeker niet
Nu ik die late platen hoor
Komt het verleden onzuiver door
'k Heb medelij met mezelf

Ach, wat heb ik in het voorjaar
Veel van je gehouden
't Lijkt weer zo dichtbij
En daar doen we het maar mee
Want nu volgt het A.N.P.
Het Wilhelmus van Nassaue.

back to top

16. WEET JE NOG

Weet je nog? Toen de wind de bomen
Tergde en hen de mantels van het lichaam trok
Dat wij samen, de regen kletterde bij stromen
Schuilden en jij zo schrok toen ik je zei
Dat dit het eind was, en voorgoed
Onze wegen voortaan zouden scheiden
"Mijn arm kind, 't is droevig maar het moet
 Beter is het heen te gaan". Ik zweeg en jij schreidde

Weet je nog? Toen mijn hand de jouwe
Zachtjes drukte, omdat jij spoedig zou zien
Dat ik niet de beste was en dat jij
Door je tranen heen lachte en zei "Misschien"

Nu is het herfst opnieuw
En regen, maar alleen
Schuil ik onder 't lover, denk aan jou
En ween.

back to top

17. ROZEGEUR

Als een schaduw valt de avond
Op een door-de-weekse dag
En de dinsdag wordt begraven
En de radio speelt Bach
En de kinderen zijn onrustig
Want ze willen niet naar bed
't Is een slopende idylle
In een veel te dure flat
En vandaag is het de elfde
En hij is precies hetzelfde
Als de twaalfde of de tiende
Ik kreeg wat ik verdiende
Rozegeur, maneschijn
Rozegeur, maneschijn
Roze schijn

Je zit zo stil te lezen
En ik zeg zacht je naam
Omdat je zo ver weg bent
Verbaasd kijk je me aan
De vaste vloerbedekking
Kleurt prachtig bij je jurk
En de slaapbank die we kochten
Omdat ik 's nachts zo snurk
En vandaag is het de elfde
En hij is precies hetzelfde
Als de twaalfde of de tiende
Ik kreeg wat ik verdiende
Rozegeur, maneschijn
Rozegeur, maneschijn
Roze schijn

De buren hebben boven weer eens ruzie
En ik hoor
Hem vloeken en haar kijven
Dat komt bij ons niet voor
Je hebt me van de kroegen
En de eenzaamheid gered
Maar de stilte is gebleven
En we gaan maar vroeg naar bed
En vandaag is het de elfde
En hij is precies hetzelfde
Als de twaalfde of de tiende
Ik kreeg wat ik verdiende
Rozegeur, maneschijn
Rozegeur, maneschijn
Roze schijn.

back to top

18. LIEDJE

Lieg alsjeblieft niet tegen me
Niet over iets groots, niet over iets anders
Liever hoor ik het vernietigendste
Dan dat je liegt
Want dat is nog vernietigender

Lieg niet over liefde
Iets wat je voelt of iets dat je zou willen voelen
Liever word ik bedroefd
Dan dat je liegt
Want dat is nog bedroevender

Lieg niet tegen me over gevaar
Want ik voel toch je angst
En wat ik gewaar word is waar
Of ik ken je niet
En dat is nog gevaarlijker

Lieg niet tegen me over ziekte
Liever kijk ik die diepte in
Dan dat ik mij verlies
In een van jouw verzinsels
Want daarmee verlies ik mij dieper

Lieg niet tegen me over sterven
Want zo lang we er nog zijn
Vind ik dat toegangsloze
Niet meedelen wat je denkt
Erger en zo veel doder.

back to top

19. OCHTEND IN DE STAD

Licht gaat branden achter sommige gordijnen
Hier en daar een mens op straat ietwat verwaaid
Rokershoest weerklinkt alom lantarens kwijnen
Als er hier een haan was had-ie al gekraaid

Mensen overwegen om in bed te blijven
Zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
En een oude man wordt wakker met een stijve
Maar heeft niemand om een vluggertje te doen

Ergens laat zich al de helse toeter horen
Van een matineuze heer in het verkeer
Achter grote gele vensters van kantoren
Zijn de werksters met hun emmers in de weer

En wie in zijn diepste nachtelijke dromen
Is gezworen naar de bron van zijn bestaan
Mag zo dadelijk weer op het matje komen
Aangezien hij een vergissing heeft begaan

Net als vroeger is er weer een dag geboren
Maar de jaren van verwondering zijn voorbij
En ook zijn er hier geen vogels meer te horen
Behalve twee minuten op de vierde mei

Ach, het leven nam ons allen op de korrel
En de dood genaakt met klapperend gebit
Wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
Goed en wel weer achter onze kiezen zit.

back to top

20. TOVEREN

Als hij kon toveren
Kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
Dan werd geen mens te zwaar
En iedereen die zong er
Als hij kon toveren, kon toveren
Dan hielden alle mensen van elkaar

Ieder huis had honderd kamers
In elke kamer stond TV
En z'n ouders bleven eeuwig leven
En hij leefde met ze mee
De rivier was niet van water
Maar van sinaasappelsap
En hij zou niet hoeven leren
Wat hij eigenlijk niet snapt

Z'n vriendje zou ineens begrijpen
Waarom ie ruzie met 'm kreeg
En iedereen zou voor 'm buigen
Als hij de troon besteeg
En 's winters lag er altijd sneeuw
En was het lekker warm
En niemand werd er rijk geboren
En niemand werd er arm

Maar voor een toverspreuk van kwaliteit
Ben je zo maar 1000 gulden kwijt
En naar een beetje toverboek
Ben je toch wel 50 jaar op zoek
En de hele cursus tovenaar
Duurt 125 jaar
Dat brengt ie allemaal niet op
Ik denk dat hij voor 't begin al stopt
Want zelfs de oma van z'n oma
Had nooit een tovenaarsdiploma.

back to main page back to top


Jan's Lyrics - All lyrics are copyright protected