DRAGERSVERENIGING    ” De Laatste Eer ”   WATERINGEN

HUIDIGE BESTUUR  en LEDEN

 

N.A. v.d. Berg (bestuurslid)

Vliethof 53

( 0174-292482

vanaf 1989 tot heden

J.M. de Bruijn (voorzitter)

De Maroc 21

( 0174-295320

vanaf 1998 tot heden

J.Ditewig (secr.penn.m)

Pensteen 11

( 0174- 297078

vanaf 2004 tot heden

A.C. v.d. Lely Czn

Molenweer 61

( 0174-292205

vanaf 1987 tot heden   

A. v.d. Gaag M.zn

Pr.hendrikstr 28

( 0174-295808

vanaf 1990 tot heden

J. v.d. Gaag A.zn

Windmolen 57

( 0174-296168

vanaf 1993 tot heden

J. Lamers

Pst.Vinkensteinstr. 12

( 0174-292196

vanaf 1997 tot heden

J. Verhagen

Molensteen 9

( 0174 293206

vanaf 1994 tot heden

J.van der Wel

Oosteinde 35

( 0174-294073

vanaf 2004 tot heden

 

                              

W.P. van Wingerden , Uitvaartleider vanaf 1990

Nachtegaalstraat 47

2675 XW Honselaarsdijk

( 0174- 622022

                              

Bij overlijden bellen naar: W.P van Wingerden of  N.A.van der Berg

 

 

 

DIENSTBAAR MET DE DRAAGBAAR

door F.C.Groen

Inleiding

 In het jaar 1994 was het zestig jaar geleden, dat de Dragersvereniging "De Laatste Eer" werd opgericht. Dat zijn zovele jaren van dienstbaarheid. Met deze intentie, dienstbaarheid, zijn onze vaders en grootvaders aan dit werk begonnen. En handelend in deze geest door hun zonen voortgezet.

Niet te verwonderen is het dan ook, dat deze vereniging een plaatsje heeft in ons aller hart. En met mij is het evenzo. Vergun mij een persoonlijke herinnering.

De vereniging bestond pas enige jaren, toen mijn moeder kwam te overlijden. Te jong nog : van het grote gezin had maar de helft hun bestemming - zoals dat toen heette - gevonden.Groot was de verslagenheid in ons gezin.

Als de dag van gisteren herinner ik mij het bezoek van buurtgenoot Degenhardt. Hij had een goed woord van troost voor mijn vader, die totaal verslagen in de kamer zat.

Bij het afscheid legde Degenhardt - hij behoorde tot de eerste leden van de dragersvereniging - zijn hand op mijn vaders arm en zei: "Woensdag komen wij hoor en brengen haar samen naar het graf".

Haarzuiver voelde ik aan, dat deze dragers niet zake lijk hun werk deden, maar er met hun hart bij betrokken waren.

 

Burenhulp

In vroeger jaren was de schoolmeester tevens koster en begrafenisdienaar. Bij zijn droeve taak van begraven werd hij bijgestaan door buren en kennissen. Zij droegen de overledene, allen plechtig in het zwart gekleed, naar de laatste rustplaats.

In 1859 ging de laatste schoolmeester-koster met pensioen en kwam er een scheiding tussen deze ambten. Als koster werd benoemd de "wegwerker" - hij had de zorg voor het onderhoud van een deel der Westlandse wegen - Cornelis Valstar die tevens als bedienaar optrad. De gewoonte dat buren en kennissen de overledene naar het kerkhof droegen, bleef men trouw.

In het sterfhuis waar de dode opgebaard lag, werden de ramen aan de straatzijde afgesloten met witte lakens, ook de naaste buren blindeerden dikwijls op deze wijze hun ramen. De slinger van de klok werd stil gezet, zodat het tikken van de klok verstomde. De gezinsleden gingen in de rouw. De vrouwen hulden zich voortaan in het zwart. De mannen droegen een zwarte band om de arm. Later werd deze band vervangen door een zwart vierkantje, bevestigd aan de bovenzijde van de mouw. Dit zwart bleef men ten teken van rouw wel anderhalf jaar dragen.

Nog goed herinner ik me, dat de zusjes Van der Hout jaren in het zwart gingen, omdat eerst hun vader en enige jaren daarna hun moeder was overleden.

Het was altijd een moment van bezinning als de begrafenisstoet zich langzaam en plechtig vanaf het sterfhuis in de richting van de kerk voortbewoog. De vroegere begraafplaats bevond zich sinds onheuglijke tijden tot achter in de twintiger jaren bij de kerk : het kerkhof, letterlijk de hof, de tuin van de kerk

Als de begrafenisstoet voorbij kwam, bleven de voorbijgangers staan, totdat de stoet gepasseerd was. Voorop liep de bedienaar, daarachter kwam de dodenkoets. Naast de koets liepen de dragers, allen in het zwart gekleed. Daarachter volgden, ook te voet, de familieleden en bekenden.

Het overige verkeer dat zich op de weg bevond : de enkele voerman met zijn paard-en-wagen, en later de chauffeur in zijn "automobiel", zette zijn voertuig stil en bracht op deze wijze een laatste groet aan de overledene. Zeker zal voor deze voorbijgangers gegolden hebben het Memento Mori, de gedachte aan de eigen sterfelijkheid.

In ons dorp is mede door het jachtige en drukke verkeer deze rust en bezinning verdwenen. Het verkeer raast nu in vliegende vaart voorbij. Men heeft eenvoudig geen tijd en ook geen lust om zich door een rouwstoet op te laten houden. Zo is een goede en zinvolle traditie in ons goede dorp verloren gegaan.

Voordat de stoet vanuit het sterfhuis vertrok, hield de predikant een korte rouwdienst. Daarna ging men op weg naar het Dorpsplein. De stoet bereikte het kerkhof via de smalle passage tussen de doopkapel en de oude smederij. Op het kerkhof, rond de groeve, werd nog een enkel woord gesproken en het Onze Vader gebeden. Ds. Gijsman (1901-1921), en wellicht ook zijn voorgangers, deed dat staande in het portaal dat zich voor in de kerk, in de noorderbeuk - toen nog gescheiden van het middenschip - bevond. Zo kon de predikant door de geopende deuren de begrafenisgangers op het kerkhof toespreken. Sinds 1936 bevindt zich op die plek de consistoriekamer.

In het jaar 1930 werd het oude kerkhof gesloten. Het gemeentebestuur had aan de toen nog nieuwe Julianastraat de Algemene Begraafplaats laten aanleggen. We kunnen het ons nauwelijks voorstellen, dat deze begraafplaats in die tijd "buiten de legerplaats", aan de rand van het dorp lag.

 

De oprichtingsvergadering

Op de avond van vrijdag 7 september 1934 waren in de bestuurskamer van de Chr. School aan de Heulweg twaalf

mannen samengekomen. Zij waren daar om een nieuwe vereniging te stichten .Een dragersvereniging die de bedienaar, koster Tinus Valstar, bij zijn droeve arbeid kon bijstaan.

Het initiatief hiertoe was uitgegaan van Bart van Dam, die enkele maanden tevoren met Arie Nowee en Tinus Valstar een oprichtingscommissie had gevormd.

Toen Van Dam dit plan met dhr. Ouwendijk - het Hoofd der Chr. School - besprak, vond hij bij hem een open oor. Spontaan zegde hij de commissie alle steun toe en stelde voor met hen, die iets voor een dergelijke vereniging voelden, in de school samen te komen.

Op deze vergadering was het allereerst van Dam die het woord voerde.

Hij zette de moeilijkheden die er waren bij de huidige gang van zaken rond het begraven, uiteen. De begrafenissen geschiedden onder leiding van koster Valstar, waarbij buren en bekenden de overledenen naar hun laatste rustplaats droegen. Voortvloeisel van de zgn. burenhulp. Het grootste probleem daarbij vormde de kleding : een zwart pak en een hoge, zwarte hoed. Dikwijls moest men bij al zijn buren en bekenden langs om voor die gelegenheid deze kleding te lenen. Meestal vormde de begrafenisstoet bij gebrek aan uni forme kleding, zoals Van Dam het verzachtend uitdrukte : "geen passend geheel".

Vandaar ook dat soms van buiten de gemeente dragers werden aangetrokken. Maar volgens Van Dam kon dit eigen lijk niet, de overledenen moesten door de eigen "gemeentena ren" begraven worden. De eigen gemeentenaren. Hij dacht aan allen die op de Algemene Begraafplaats aan de Julianastraat lieten begraven : Hervormden, Gereformeerden, alsmede de enkele niet-kerkelijken, die Wateringen in die dagen telde. De katholieken hadden sinds jaar en dag hun St. Barbaraver eniging rond hun eigen kerkhof aan de Julialaan.

Als eerste opzet dacht hij daarom aan een algemene vereniging. Voor een ieder die dat wilde, moest er de mogelijkheid zijn om lid te worden.

Toen van Dam uitgesproken was, werd de mening van de aanwezigen gevraagd. Van Dam bleek een open deur te hebben ingetrapt. Niemand had bezwaren, een ieder was enthousiast. Men besloot om deze vereniging op te richten. Alle aanwezigen gaven zich op als lid.

Een naam voor de vereniging was gauw gevonden. Na enige pogingen van de aanwezigen in die richting, werd deze op voorstel van "meester" Ouwendijk : Dragersvereniging : De Laatste Eer.

Als voorzitter werd gekozen dhr. J. Ouwendijk. Wat niemand die avond bevroedde, ook dhr. Ouwendijk zelf niet, dat de voorzittershamer niet lang door hem gehanteerd zou worden. Jammer voor de vereniging verwisselde hij, bijna een jaar later, de school aan de Heulweg, voor de Chr. school in Hillegom. In augustus 1935 nam hij, betreurd door zijn leerlingen en hun ouders en de leden van de pas opgerichte dragersvereniging, afscheid van Wateringen.

De eerste secretaris werd Engel van Zanten, die gedurende 28 jaar de administratie van de vereniging zou verzorgen.

Bart van Dam werd penningmeester. Hij was de man die niet minder dan 44 jaar de financiën beheerde. Later zou hij daarbij ook nog als bedienaar van de vereniging optreden. Gedurende al die jaren was hij, ook in latere jaren, toen de belangstelling verflauwde, de grote stimulator van de vereniging.

Als overige bestuursleden werden gekozen : A. van Dop en C. Moerman.

 

De eerste leden

Reeds na een eerste werving stroomden de leden toe. Men kon het jaar 1935 ingaan met 23 leden. Koster Valstar was zo blij met deze onverwachte hulp, dat hij in zijn cahier, waarin hij de begrafenissen met zijn vereelte handen optekende, ze allen noteerde. In zijn bescheidenheid vergat hij zijn eigen naam bij dit lijstje te schrijven.

Het zijn - en in deze volgorde schrijft hij ze op -

Arie Nowee C. Moerman Sr. Anton van Dop A.A. Degenhardt

Piet van Dop J.C. Degeling

J. Ouwendijk Bart van Dam

P. van Reeuwijk Azn Engel van Zanten

J.C. van Weele D.C. Groen

Kl. v.d. Berg Joh. Saarloos Sr.

L. Stam M. Bakker

Kl. de Baan C.J. Geuze

Adr. van Eck B. Hollaar

J. Borsboom C.F. de Zoete 

Van deze leden werd nogal wat gevraagd. Zij moesten voor hun eigen kleding zorgen. Deze bestond uit een gekleed pak, een hoge hoed, wit overhemd, witte vlinderdas en zwarte handschoenen. De dragers zouden voor hun werk geen vergoeding ontvangen. Zij wilden dit ook niet. Het was zoals zij dit zelf uitdrukten : liefdewerk. Zij deden dit ten dienste van de naaste.

Wanneer de dragers aan de beurt waren om dienst te doen, moesten zij daarvoor een gehele middag uittrekken. Voor een werkgever lag dit wat makkelijker : vrij nemen was zijn eigen beslissing. Voor een werknemer lag dit moeilijker, daarvoor moest hij vrij vragen aan zijn werkgever. En het moet gezegd worden dat de Wateringse werkgevers, bijna allen tuinders, hun dit grootmoedig gaven. Ook zij voelden dit aan als een dienst aan de gemeenschap.

Gelukkig behoefde in die eerste jaren niet zo dikwijls een beroep op de dragers gedaan te worden. Er waren maar enkele begrafenissen per jaar. In het eerste jaar waren het er slechts vijf. In de naoorlogse jaren zou met de groei van het dorp ook het aantal begrafenissen toenemen.

Men formeerde twee groepen van tien dragers die om beurten dienst zouden doen. De vereniging bezat nu 22 dragers. Men besloot dit aantal aan te houden. Mocht iemand om de een of andere reden bedanken, dan zou men in zijn plaats een ander uitnodigen om lid te worden.

Toen de dragersvereniging werd opgericht, was het reeds volop crisistijd. De inkomsten en lonen waren gering. De gezinnen hadden moeite om het hoofd boven water te houden.

Te begrijpen valt, dat het verzoek om passende kleding te dragen, voor velen een moeilijke opgave was.

De leden die in het bezit waren van de gewenste kleding zouden in het begin geregeld dienst doen.

Ook werd besloten om donateurs te werven, om alzo een fonds te vormen, van waaruit het allernoodzakelijkste, zoals handschoenen, kon worden aangeschaft.

 

Voor het eerst in functie

De dragers traden voor het eerst naar buiten op maandagmiddag 11 maart 1935. Het was bij de begrafenis van Jannetje Moor, weduwe van Leendert Kleer. Zij had de leeftijd bereikt van 91 jaar en had gewoond aan de Laan van Scheltema, toen nog in de volksmond Spoorlaan geheten. Spoorlaan, naar het fraaie huis aan het begin van de laan, toen bewoond door de familie Spoor.

Dank zij het aantekenboekje van Tinus Valstar, kennen we de namen van de dragers die op deze voor hen zo gewichtige dag waren aangetreden.

Hij noemt de volgende tien personen :

Kl. de Baan. C.J. Geuze, M. Bakker C. Moerman, B. van Dam P. van Reeuwijk Azn (de voorlezer)

A. van Dop Joh. Saarloos

P. van Dop J.C.van Weele Van deze eerste dragersgroep is de thans 95-jarige M.Bakker - we schrijven 1994 _ nog in leven.

Het was voor de dragers een hele wandel. Vooraan de stoet liep de bedienaar Martinus Valstar. Daarachter de koets met de overledene, begeleid door tien dragers, aan elke kant vijf. Daarachter de volgkoetsen met de predikant en de familie.

Langzaam ging de stoet over het Oosteinde, de Herenstraat, het Plein, de Kerklaan en de Julianastraat. Waar de stoet voorbij kwam, stopte het verkeer. Het was, alsof men de adem inhield. De stoet ging de kerk aan het Plein voorbij, want in die tijd werden daar nog geen rouwdiensten gehouden.

Aan het graf sprak Ds. Venema uit Loosduinen. Hij was consulent voor de Hervormde gemeente van Wateringen. De gemeente was vakant. Een jaar daarvoor - op 7 maart 1934 - was namelijk de zo geliefde predikant ds. B.C. Verhagen overleden

 

Een nieuwe bedienaar

Tijdens de oorlogswinter van 1944 werd de vereniging met een ernstig probleem geconfronteerd. Door zijn leeftijd - hij was nu 72 jaar - en de oorlogsomstandigheden, was Valstar te verzwakt om zijn werk naar behoren te kunnen verrichten.

Op 1 maart van dat jaar had hij als koster afscheid genomen en met zijn zuster het kostershuis naast de kerk verlaten.

Het klokje van Elven, dat dagelijks geluid moest worden en waarvoor hij door het gemeentebestuur was aangesteld, behoefde hij niet meer te doen. De klokken waren in december 1942 door de bezetter uit de toren geroofd. Ze zouden omgesmolten worden om als grondstof gebruikt te worden voor hun wapenindustrie. Eén klok overleefde de ramp. Deze werd na de oorlog naar Wateringen teruggebracht en weer op zijn oude plaats in de toren gehangen.

Als verzorger van de begraafplaats en als bedienaar bleef Valstar echter in functie. Ondanks zijn hoge leeftijd moest hij zoveel mogelijk aan het werk blijven om de kost voor zich en zijn zuster te verdienen. Er waren in die tijd nog geen sociale voorzieningen, zoals wij die nu kennen.

Toen in die winter van 1944 er een begrafenis was en van Dam bij Valstar aanging om te kijken of alles in orde was, bleek hij met een zere voet te zitten . Ondanks alles wilde hij toch de begrafenis leiden : hij zou de zere voet ruimte geven, door het teenstuk uit zijn schoen te snijden.

Van Dam echter zei, dat daar niets van in kwam. Tinus moest rustig thuis blijven en hij, Van Dam, zou deze begrafenis voor hem doen.

Het bestuur van de Dragersvereniging nam na deze gebeurtenis zijn maatregelen. Het opende besprekingen met het gemeentebestuur, dat toen - het was in de bezettingstijd - alleen maar gevormd werd door burgemeester Bocxe. Het bestuur besprak deze kwestie ook met de oude koster.

Tinus stemde toe ontslag te nemen als grafverzorger en bedienaar. Tot aan zijn dood zou hij van de Dragersvereniging wekelijks de vergoeding die hij van de gemeente kreeg, bij wijze van pensioen ontvangen. Deze bijdrage, die toen vier gulden per week bedroeg, zou op zijn beurt door het gemeente-bestuur in de kas van de dragersvereniging gestort worden.

De Dragersvereniging nam daarbij de verzorging van de begraafplaats en het bedienaarschap op zich.

Het bestuur heeft zich aan deze belofte gehouden. De vereniging heeft aan Valster tot aan het einde van zijn leven dit bedrag uitgekeerd.

In 1954 is Valstar op 81-jarige leeftijd gestorven. Zijn eveneens ongetrouwde zuster was hem enkele jaren voorgegaan.

Intussen moest de vereniging voorzien in twee vakatures : die van grafverzorger en van bedienaar.

Van Dam die zo onverwachts voor Tinus Valstar ingevallen was, zou voorlopig het bedienaarschap - waarnemen. Wie had gedacht, dat dit voorlopig meer dan 30 jaar zou duren?

Als grafverzorgers traden, ook voorlopig, op : vader Hannes en zoon Piet Saarloos. In 1946 nam het Gemeentebestuur het onderhoud van de begraafplaats zelf in handen. Het benoemde de nog jonge Joop Saarloos als tuinman bij de plantsoenendienst en belastte hem onder andere met het onderhoud van de begraafplaats. Onder zijn handen kreeg deze een verzorgd en fraai aanzien. Een waardige plaats voor de geliefde doden.

 

Uitbreiding van taken

Naar de naam Dragersvereniging te oordelen, zou men denken, dat de leden alleen maar tot taak hadden de overledenen naar hun laatste rustplaats te dragen.

Maar ze deden meer!

Reeds vroeg had men de zorg voor de begraafplaats op zich genomen. De eerste jaren behoorde dit tot de werkzaamheden van Tinus Valstar, die daarvoor door de gemeente was aangesteld. Hij had deze taak overgenomen van zijn vader Cornelis Valstar die in het jaar 1859 als zodanig door de gemeente was benoemd. Deze verrichtte zijn werk op het oude kerkhof, gelegen naast de kerk aan het Plein. Toen vader Cornelis stierf, stelde de gemeente zoon Tinus als grafverzorger aan. In 1930 toen het oude kerkhof gesloten werd, en de nieuwe begraafplaats aan de Julianastraat in gebruik genomen, kwam ook het onderhoud van deze begraafplaats op hem te rusten.

Zoals we reeds eerder zagen, werd hem deze taak aan het eind van de oorlogsdagen te veel. Bij de bevrijding van ons land in 1945 lag de begraafplaats er dan ook wat verwaarloosd bij. De Dragersvereniging nam toen deze taak van Valstar over. Vader Saarloos en diens zoon Piet, beiden dragers, zorgden er voor, dat de begraafplaats weer geheel in orde kwam. Vooral toen de Bevrijdingsdag naderde, was het hun een eer, dat de begraafplaats er keurig bij lag. In die eerste jaren na de bevrijding namelijk werd er in de kerk aan het Plein op de avond van de 4de mei een herden- kingsdienst voor de gevallenen gehouden. Na afloop van deze dienst was er de stille tocht naar de oorlogsgraven op de begraafplaats aan de Julianastraat. Voor deze dienst en die stille tocht bestond er in die dagen grote belangstelling!

Nadat de gemeente het onderhoud van de begraafplaats voor haar rekening genomen had, kwam er een andere zorg op de dragersvereniging af. Toen de begraafplaats enkele jaren in gebruik was, zagen de grafmonumenten er onder invloed van het klimaat er minder fraai uit.

De Dragersvereniging stelde in 1953 een commissie aan die de zorg voor het onderhoud van de grafzerken kreeg toebedeeld. Deze commissie stelde vast, welke zerken er een schoonmaakbeurt moesten hebben. Daarna zocht men de nabestaanden op en stelde hen voor om de grafstenen te laten reinigen. De eerste commissieleden waren Laurens Bijl, Marinus Bakker en Piet Moerman. Elk jaar deden zij verslag van hun werkzaamheden. Soms kostte het hun grote moeite de nabestaanden te vinden.

Een werkzaam aandeel in het schoonhouden van deze monumenten had Piet Saarloos, die dit werk jaren heeft gedaan. Jammer dat de dragersvereniging in de laatste jaren, wegens gebrek aan leden, genoodzaakt was, deze zorg weer geheel over te laten aan de nabestaanden zelf.

 

Hulpmiddelen

Toen de vereniging met zijn werkzaamheden begon, had zij alleen de oude, loodzware draagbaar tot haar beschikking. De baar was eigendom van het gemeentebestuur. Deze baar had reeds jarenlang dienst gedaan op het oude kerkhof aan het Plein. Ook de touwen, die gebruikt werden om de kist in het graf te laten zakken, hadden reeds op het vroegere kerkhof dienst gedaan. Het werken met deze touwen was erg moeilijk. Men moest er voorzichtig en behoedzaam mee omgaan, om het begraven ordelijk en goed te laten verlopen.

De vereniging had reeds aan het begin van haar optreden overwogen om de touwen te vervangen door een begraaftoestel. Het moest "mechanisch" gebeuren, zoals voorzitter De Baan zich reeds op één der eerste ledenvergaderingen uitdrukte. Men heeft er echter lang over gedaan om tot de aanschaf van een dergelijk toestel over te gaan. Het duurde lang, want het geld ontbrak en het gemeentebestuur had er geen oren naar. Verschillende malen klopte voorzitter De Baan - zelf raadslid -bij het college van B.en W. aan, maar tevergeefs. Wellicht dacht men daar, dat dit een zaak voor de protestanten zelf was. Immers, de katholieke St. Barbaraverening zorgde ook voor haar eigen hulpmiddelen ?

Men heeft toch nog vijf jaar op de oude manier met de touwen moeten werken. In 1940 was men in staat het begraaftoestel aan te schaffen. De vereniging bezat nu enig geld, verworven uit de bijdragen van de donateurs van de vereniging. Het apparaat zou in mei geleverd worden. Door de inval van de Duitsers, mei 1940, werd dit later. Secretaris Van Zanten vermeldt in zijn jaarverslag, dat het begraaftoestel voor het eerst gebruikt werd bij de begrafenis van Abraham Burger op 11 juli 1940.

Opm. Er woonden destijds in dat toen nog kleine Wateringen twee gezinnen Burger, waarvan de vader Abraham heette. Ze woonden allebei aan de Korte Noordweg en bovendien recht tegenover elkaar. Het ene gezin was hervormd, het andere gereformeerd. Genoemde Abraham was de vader van het gereformeerde gezin.

Regelmatig brachten de dragers tijdens de vergaderingen hun klachten over die oude draagbaar naar voren. Deze klachten waren algemeen, men vond deze te zwaar. Graag zou men een nieuwe, en dan een lichtere, willen hebben. Penningmeester Van Dam had offerte gevraagd bij de fa. Oostwoud uit Franeker, die in deze artikelen gespecialiseerd was. Het was 1942. De firma Oostwoud had ook toonkamers in Utrecht. De bestuursleden Van Dam, Van Zanten en Moerman zouden daar voor de vereniging gaan kijken. Maar de reis ging niet door, de toonkamers in Utrecht waren, door de oorlogsomstandigheden, ontruimd. De firma berichtte echter, dat zij nog een goede baar met mooie draperie had staan. Deze was te koop voor een bedrag van / 111,10. Tot opluchtimg van alle dragers besloot het bestuur - het was voor die tijd toch nog een groot bedrag - tot de koop van deze nieuwe baar over te gaan.

In die dagen was de kindersterfte groter dan tegenwoordig. Het gebeurde dan nog wel eens, dat kinderen uitgedragen moesten worden. Daarom schafte men in 1950 een kleinere baar aan, die gebruikt kon worden voor de begrafenis van de kleinen. Bovendien kon deze baar ook dienst doen, wanneer er veel bloemstukken waren.

Vroeger was het de gewoonte, dat de overledene thuis werd opgebaard. Het was echter erg moeilijk om in huis een passende entourage te scheppen. Om aan deze wens tegemoet te komen schafte de vereniging in 1952 een zogenaamde "rouwkamer" aan. Door middel van gordijnen en roeden kon men thuis een rouwkamer inrichten. Tot nog toe moest deze van buiten het dorp gehuurd worden. Daar het benodigde geld voor de aanschaf van deze rouwkamer ontbrak, werd de leden gevraagd voor dit doel een renteloos voorschot te geven. En dat gebeurde! Enkele jaren later was het bestuur in staat uit de donateursgelden de leningen af te lossen.

In 1966 deed de vereniging al haar hulpmiddelen - behalve de rouwkamer - om niet aan de gemeente over.

 

Kerkelijke uitvaarten

Reeds vanaf de eerste jaren voelde men het gemis van een aula op de begraafplaats. Inplaats van thuis, zou men daar de rouwplechtigheid kunnen houden. Verschillende malen probeerde men via bevriende gemeenteraadsleden - genoemd werden de heren Leerdam, Noordam en Smit - het gemeentebestuur voor deze zaak te interesseren. Echter zonder resultaat.

Omstreeks 1965, tijdens het pastoraat van Ds. Abelsma

werd een begin gemaakt met het begraven vanuit de kerk, na de een korte rouwdienst. Tot dan had deze plechtigheid plaats gevonden in het huis van de overledene.

In diezelfde tijd ging ook de Gereformeerde kerk over tot het houden van dergelijke diensten. Hun nieuwe kerkgebouw aan de Pieter van der Plasstraat was kort daarvoor, in 1963, in gebruik genomen en bleek daarvoor uitermate geschikt.

De uitvaarten vanuit de kerken gaven ook weer problemen. De paden in die gebouwen waren betrekkelijk smal. Er bleef te weinig ruimte over voor de dragers om naast de baar te lopen. Daarom schafte de vereniging voor deze uitvaarten in 1967 een rijdende baar aan.

 

Een uitvaartcentrum

Bij beide kerken was er gelegenheid tot het opbaren der overledenen, mits dit kon geschieden tussen twee zondagen.

Was dit niet mogelijk, dan moest dit thuis of in de uitvaartcentra buiten het dorp gebeuren. De meeste na de oorlog gebouwde huizen met hun doorzonkamers waren niet geschikt om de overledene thuis op te baren. De kerken kwamen in dit gebrek zoveel mogelijk tegemoet.

Het was een uitkomst, dat het gemeentebestuur oog had voor dit probleem. Op 14 mei 1986 werd het uitvaartcentrum aan de Kerklaan geopend. Het is ingericht door het gemeentebestuur in het vroegere Groene-Kruisgebouw. Sinds de fusie van de kruisverenigingen was dit gebouw overbodig geworden. Dit alles geschiedde in nauwe samenwerking met de plaatselijke begrafenisverenigingen. Bij de inrichting van het gebouw maakten de heren van Doorn en Waslander zich verdienstelijk door in zelfwerkzaamheid de helpende hand te bieden.

De vereniging was echt verheugd bij de totstandkoming van dit gebouw. Het voorziet dan ook werkelijk in een behoefte.

Het gevolg was, dat de rouwkamer, in 1950, moeizaam en met financiële hulp van de leden aangeschaft, thans werkeloos staat. Thans is deze voorlopig opgeborgen op de zolder van de Herv. kerk.

 

De kleding

Vooral in de eerste jaren van haar bestaan baarde de kleding van de dragers de vereniging vele zorgen.

Men had op de eerste ledenvergadering in 1934 besloten, dat de dragers zelf voor hun kleding moesten zorgen. Voor sommige leden was dit toch niet zo'n eenvoudige zaak. Niet iedereen was in die tijd, hoewel er veel zwart werd gedragen, in het bezit van een zwart pak. En er één kopen was moeilijk, want de verdiensten waren slecht. Er heerste in die dertiger jaren een grote economische crisis. Ook in het Westland konden vele gezinnen maar met moeite rondkomen.

Op die eerste vergadering in 1935 gaven zij, die passende kleding hadden, zich op om de eerste tijd geregeld als drager dienst te doen.

De vereniging zelf kon aan dit kledingprobleem weinig doen. Er was eenvoudig geen geld. Men begon met niets.

De eerste aankoop betrof zwarte handschoenen en strikjes, die door penningmeester van Dam uit een nagenoeg lege kas - en met een aanvulling uit zijn eigen portemonnee - waren gekocht. Van elk tien exemplaren. Echter te weinig, want het bestuur had twee ploegen van elk tien dragers samengesteld.

Maar daar was gauw wat op gevonden. Deze artikelen werden in bewaring gegeven bij Piet van Dop die een sigarenwinkel aan de Ambachtsweg bezat. De dragers die aan de beurt waren om dienst te doen, konden daar hun handschoenen afhalen en na afloop van de begrafenis weer terug bezorgen

In die vooroorlogse jaren kwam het vrij veel voor, dat een kind naar de begraafplaats gedragen moest worden. Voor de dragers een droevige zaak. We proeven de emotie bij secretaris van Zanten, wanneer hij zijn jaarverslag samenstelt en aan het sterven en begraven van zo'n kind enige woorden wijdt.

Bij een kinderbegrafenis werden door de dragers witte handschoenen en witte strikjes gedragen. Met instemming der leden werden deze in 1936 aangeschaft.

Tegelijkertijd kocht men ook voor de tweede dragersploeg de benodigde zwarte handschoenen, zodat het halen en brengen bij Van Dop niet meer nodig was. Al deze artikelen werden gekocht bij de firma Gebr. Gieze op de Markt in Delft. Vanouds kochten vele Wateringers hun waren die niet in het dorp te koop waren, in Delft.

Heel belangrijk was de beslissing om overjassen aan te schaffen. Een ieder was na enige tijd wel in het bezit van een passend kostuum, maar bij slecht weer of in de winter. wanneer een overjas gedragen moest worden, was de uniformiteit wel eens zoek.

In 1958 werden 14 overjassen aangeschaft. Deze werden opgemeten door en gekocht bij de fa. P. van den Brul in Den Haag. Dat was een protestantse zaak. In vroeger dagen kocht men nu eenmaal zoveel mogelijk bij zijn geloofsgenoten. En daar kon de dragersvereniging niet omheen..

De jassen kosten / 160,00 per stuk. De kosten echter gingen de draagkracht van de verenigingskas verre te boven. Daarom droeg elke drager / 50,00 bij, zodat de jassen zonder dat de penningmeester schulden behoefde te maken, aangeschaft konden worden.

Bij deze jassen werden ook witte sjaals aangeschaft. Besloten werd overjassen en sjaals te dragen wanneer de "R" in de maand was.

In die tijd ook werden de strikjes vervangen door stropdassen.

Dat de firma Van den Brul goede kwaliteit geleverd had, blijkt hieruit wel, dat de jassen nog steeds in gebruik zijn. In later jaren zijn ze, om in de mode te blijven, wat ingekort.

 

De financiën

In die eerste jaren kon men financiëel met moeite rond- komen. De vereniging begon met niets. Gelukkig behoefde men in het begin geen uitgaven te doen. Er was een draagbaar van welke de gemeente eigenaar was. Voor kleding moesten de dragers zelf zorgen. En de dragers verlangden ook geen beloning voor hun werk. De eerste inkomsten kwamen van de begrafenisgelden. Men vroeg voor het dragen een kleine vergoeding, bestemd voor de kas.

Daarbij ging men uit van een nare gewoonte, die nog stamde uit de tijd, dat er in de kerk begraven werd en het begraven een bron van inkomsten was voor de kerkekas.

Men kon in die oude tijden begraven worden op het hoogkoor, het laagkoor, in de kerk of op het kerkhof, naar gelang men dit alles bekostigen kon. Het waren vier klassen met vier tarieven.

Die gewoonte van indeling in klassen bleef bestaan, ook toen er niet meer in de kerk, maar op het kerkhof naast de kerk, begraven werd. Toen in 1930 de nieuwe begraafplaats aan de Julianastraat geopend werd, handhaafde het gemeentebestuur dit tarievensysteem.

De dragersvereniging volgde dit stelsel. Werd iemand begraven volgens het duurste tarief van de gemeente dan betaalde men aan de vereniging voor het dragen / 20,00. De volgende tarieven waren : / 16,00, / 8,00, het laagste tarief bedroeg / 4,00.

Om tot meer inkomsten te geraken zocht men onder de inwoners mensen die de vereniging met een jaarlijkse bijdrage wilden steunen : donateurs. Bij de eerste aktie in 1936 kon de penningmeester 96 donateurs inschrijven. In 1958 telde de vereniging er 258. In dat jaar kwam er via hen een bedrag van / 546,50 binnen. Men vroeg geen vast bedrag, men was vrij in wat men geven wilde. In die eerste jaren werd jaarlijks een bijdrage van de donateurs gevraagd, later om de twee jaar. In 1977 eindigde men met deze aktiviteit. Tragisch was dat Piet Saarloos, een toegewijd lid van de vereniging, die - in de periode, dat hij doende was de donaties op te halen - in het najaar van 1977 zo plotseling stierf. Zijn werk werd afgemaakt door Louw Bijl die het penningmeesterschap zojuist van Bart van Dam had overgenomen.

Nadien heeft men de donatiegelden niet meer geïnd. Immers de hulpmiddelen, aanvankelijk aangeschaft uit deze bron van inkomsten, werden nu onderhouden of vervangen door het gemeentebestuur. De vereniging had nu andere zorgen, gebrek aan leden. Secretaris Bijl schreef in die tijd in zijn jaarverslag : "We hebben nu mensen nodig, geen geld!"

In 1945, tien jaar na de oprichting, ging men er toe over het werk van de dragers te belonen. De vergoeding bedroeg / 2,50 per keer. De bedoeling van dit geld was om daarmee zijn kleding te bekostigen. Later is dit "draaggeld" enkele malen verhoogd, maar het is altijd een zeer, zeer bescheiden bedrag gebleven.

De huidige dragers blijven, ook wat dit betreft, het principe van dienstbaarheid trouw

 

De bedienaars

Aanvankelijk was de vereniging opgericht louter en alleen als dragersvereniging. Toen koster Valstar in 1944 vanwege zijn hoge leeftijd - hij was toen 72 jaar - zich terugtrok als bedienaar, nam de vereniging de verantwoording van deze taak op zich. Tot nog toe had men zich alleen tot het dragen bepaald. De vereniging werd nu een begrafenisvereniging.

Het bestuur verzocht toen, na het terugtreden van Valstar penningmeester Van Dam, die hem al enkele malen had vervangen, nu als bedienaar voor de vereniging op te treden. Van Dam had grote bezwaren, maar stemde uiteindelijk toe. Liever had hij gewild, dat een ander deze taak op zich had genomen. Ook later heeft hij meerdere malen de wens te kennen gegeven deze werkzaamheden aan een ander over te dragen. Het werk vergde veel van zijn tijd en hij kon niet altijd in zijn tuindersbedrijf gemist worden.

Uiteindelijk heeft hij meer dan 30 jaar dit ambt uitgeoefend. En op een uitstekende wijze! Niet op een zakelijke manier, maar hij deed dit als medemens met een warm, meevoelend hart.

Het is ongelofelijk wat deze man naast zijn bedrijf voor de maatschappij heeft gedaan. Niettemin een onderbelichte figuur.

Wie was deze Van Dam? Als jongeman kwam hij naar Wateringen om het tuin dersvak te leren. Spoedig had hij een eigen tuindersbe drijf, eerst aan de Korte Noordweg - de huidige Markus laan - later aan de Poeldijkseweg.

In 1922 was hij medeoprichter van de nu nog bestaande gymnastiekvereniging D.V.S.(Door Vriendschap Sterk). Jaren lang was hij voorzitter en de stimulerende kracht van deze bloeiende vereniging.

Ook was hij bestuurslid van de ijsvereniging G.IJ.V.V. - wat stond voor "Goed ijs veel vermaak" en "Geen ijs veel verdriet". Ook deze functie was geen sinecure, want in die vroegere dagen werden veel belang rijke - gewestelijke en landelijke - schaatswedstrijden in Wateringen georganiseerd.

De ijsbaan lag bij zijn woning. Het was zgn. veldijs, gelegen op een perceel weiland, dat men 's winters onder water liet lopen.

Bovendien was hij aktief betrokken als bestuurslid van de Oranjevereniging bij de organisatie en begeleiding bij de spelen op Koninginnedag voor groot en klein.

In de jaren vijftig en zestig vinden we hem als ouderling en daarbij ook nog enkele jaren als scriba van de kerkeraad van de Hervormde gemeente.

Maar het bedienaarschap lag hem na aan het hart. Eens vertelde hij, dat van al zijn werkzaamheden het werken voor "De Laatste Eer", hem het liefste was.

Uiteindelijk heeft hij dit werk los moeten laten. Dit gebeurde in 1976. Het leiden van de begrafenissen kon hij overdragen aan Leen van den Berg die hem voordien dikwijls had bijgestaan. Enkele jaren later kwam aan het werkzaam leven van Van Dam een einde. Dat was in 1981, toen hij op 81-jarige leeftijd overleed.

Zijn opvolger was Leen van den Berg.Ook bij hem was het bedienaarschap in goede handen. Al in 1965 was hij toegetreden als drager. Van Van Dam had hij geleerd, hoe hij als bedienaar moest handelen.

Heel erg droevig was het, dat na enkele jaren zich een slopende ziekte bij hem openbaarde. Zijn tuinbouwbedrijf deed hij aan anderen over. Hij kon toen, ondanks zijn handicap alle tijd aan de uitvaarten besteden. Ook bij hem stond de dienstbaarheid aan de gemeenschap hoog in het vaandel. Wanneer hij door zijn ziekte verhinderd was, nam dhr. van der Heden, een bevriende uitvaartleider uit Den Haag, zijn taak over.

Toen hij zijn einde voelde naderen, raadde hij het bestuur aan dhr. Van Wingerden uit Honselersdijk als zijn opvolger te benoemen. Dhr. Van der Heden had in Den Haag een te drukke praktijk om gedurig de vereniging bij te staan.

Op 18 oktober 1990 bezweek Van den Berg op 60-jarige leeftijd aan zijn ziekte. Onder grote belangstelling werd hij door zijn vrienden-dragers ten grave gebracht.

Het bestuur volgde de raad van zijn zorgzame bedienaar op. Als zijn opvolger benoemde het dhr. W.P. van Wingerden, die tot volle tevredenheid van de vereniging, sinds 1990 zijn werk te Wateringen verricht. EEN Een donkere wolk

In het jaar 1958 werd de Vestiginsgswet op de Bedrijven ook van kracht voor de Begrafenisondernemingen. Daarbij moesten de reeds bestaande ondernemingen vóór 1 april 1959 een vestigingsvergunning hebben aangevraagd. Als men dit naliet, was men strafbaar, als men voortging met het uitvoeren van begrafenissen. Dit bericht sloeg bij het bestuur in als een bom. Om een dergelijk bedrijf uit te oefenen moest de beheerder in het bezit zijn van een verklaring van handels- en één van vakbekwaamheid.

Voor Van Dam gaf dit geen probleem. Wel bezat hij geen van beide. maar hij was al in functie, vóórdat deze wet tot stand was gekomen.

Het bestuur maakte zich echter zorgen over een eventuele opvolging van Van Dam. Voor alle zekerheid gaf het bestuur zich op als lid van de Bond voor Begrafenisondernemers. Deze bond heeft het bestuur dan ook met raad en daad terzijde gestaan.

De vestigingsvergunning werd aan de Kamer van Koophandel aangevraagd en ... gekregen. Voorlopig was het leed geleden.

Naarstig zocht men nadien onder de jongere dragers - en daarna ook buiten de eigen kring - naar iemand die genegen was zich te bekwamen voor het vakdiploma. Maar niemand was daartoe bereid. Dat was erg jammer. Gelukkig heeft men bij de opvolging van Van Dam geen enkele moeilijkheid omtrent de vestigingswet ondervonden

 

De voorzitters

Node zagen de leden van de nieuwe vereniging hun voorzitter J.Ouwendijk vertrekken. Hij was benoemd tot Hoofd van de Chr. School in Hillegom en verliet Wateringen reeds in 1935. Slechts een half jaar had hij de vereniging als voorzitter gediend. Maar in die eerste maanden was hij een bindende factor geweest en had de vereniging op alle mogelijke manieren gesteund.

Van zijn hand was ook het eerste reglement, waarin de regels voor en de werkzaamheden van de leden beschreven stonden.

Gelukkig slaagde men er in voor dhr. Ouwendijk een goede opvolger te vinden. Onder de dragers bevond zich een man die grote ervaring had op bestuursgebied : Klaas de Baan, tuinder, wonende bij de valbrug aan het begin van het Oosteinde.

Als amateur-historicus had hij bewezen, dat hij een welversneden pen had en goed zijn woord kon doen. Bovendien was hij als lid van de gemeenteraad een gewaardeerd persoon. Werden tot nog toe de vergaderingen gehouden in de Chr. School, vanaf deze tijd vergaderde men thuis bij de familie De Baan.

Hij was een waardig opvolger van zijn voorganger meester Ouwendijk. Achttien jaren lang heeft hij de vereniging op voortreffelijke wijze geleid. In 1953 nam hij wegens zijn vergevorderde leeftijd afscheid van de vereniging.

De Baan werd opgevolgd door Bart Hollaar. Gedurende tien jaar hanteerde hij de voorzittershamer. In zijn periode werden de rouwkamer en de overjassen voor de dragers aangeschaft. Een hele uitgave voor de vereniging. Deze aanschaf kon alleen geschieden, doordat de leden een renteloze lening verstrekten.

In 1960 herdacht men in de Wingerd het 25-jarig bestaan der vereniging. Op deze avond werden ook Engel van Zanten en Bart van Dam gehuldigd. Zij vierden tegelijkertijd met de vereniging hun 25-jarig jubileum als respectievelijk secretaris en penningmeester.

In 1963 nam Hollaar afscheid. Hij verhuisde naar de geboortestreek van zijn vrouw : Zeeland en vestigde zich met haar in Wemeldinge.

Uit haar midden koos de vereniging daarna als voorzitter dhr. P. Moerman. Hij zat de vereniging voor van 1963 tot 1969.

In zijn tijd werd het een goede gewoonte om vanuit de kerk, zowel de Hervormde als de Gereformeerde, te begraven.

Bijzonder lastig was het, wanneer de autobussen van West-Nederland voor de ingang van de Herv. kerk op de aansluitende bussen stonden te wachten. De bushaltes bevonden zich in die tijd namelijk op het Plein, pal voor de ingang van de kerk. Daardoor was vaak de ingang voor de begrafenisstoet geblokkeerd. Toestemming werd gevraagd en verkregen om in dat geval gebruik te maken van het brede trottoir voor de kerk.

Voor een korte tussenperiode fungeerde Th. van der Schoor als voorzitter. In 1973 trad als zodanig aan Arie van der Lely. Reeds in zijn jongere jaren was hij als drager lid van de vereniging geweest, maar door zijn vele werkzaamheden - onder meer secretaris-kerkvoogd van de Herv. gemeente - meende hij te moeten bedanken. Toen hij in 1973 wat meer tijd had, pakte hij de draad bij de dragersvereniging weer op en werd daarop als voorzitter benoemd.

In 1974 bestond de vereniging 40 jaar. Dit feit werd in de Wingerd met genodigden feestelijk herdacht. Ook dhr. Van Dam vierde die avond zijn 40-jarig jubileum als secretaris. Bovendien trad hij al 30 jaar als uitvaartleider op.

In 1985 leed de vereniging een gevoelig verlies door het overlijden van haar voorzitter. Gedurende 12 jaren had Van der Lely aan de vereniging leiding gegeven.

Hij werd opgevolgd door zijn broer Kees van der Lely die op zijn eigen humorvolle wijze de vergaderingen leidde. Hij mocht de besprekingen meemaken met het gemeentebestuur over de inrichting van het voormalige Groene-Kruisgebouw als uitvaartcentrum. Na een voorzitterschap van 8 jaar kwam ook voor hem het einde, evenals dat van zijn broer, door ziekte en overlijden. Hij stierf op 8 mei 1993, betreurd door zijn vrienden

Als nieuwe voorzitter werd gekozen dhr. W.v.d.Wel Pl.zn.

 

De leden

Bij het begin van haar bestaan stond de vereniging in de volle belangstelling. Velen gaven zich op als lid. Met zovelen, dat het bestuur besloot niet hoger te gaan dan 24 leden. Er werden twee ploegen van elk tien dragers samengesteld die om de beurten dienst zouden doen. En in die eerste jaren konden de leden zonder mankeren hun dienst verrichten.

Later werd dit moeilijker : de belangstelling voor de vereniging, vooral van de kant van de jongeren, was tanende. Het aantal leden daalde, terwijl dat van de begrafenissen steeg.

Het gaf de bedienaar meer moeite om voor een begrafenis voldoende dragers bijeen te roepen.

Gelukkig, dat het gemeentebestuur in 1973 voor de Algemene Begraafplaats een rijdende baar aanschafte. Nu kon men met minder dragers volstaan.

In die eerste jaren der vereniging bestond de bevolking van ons dorp bijna geheel uit mensen die werkzaam waren in de tuinbouw. Allengs kwam daarin verandering. Velen vonden hun werk buiten het dorp en in een andere branche. Het is te begrijpen dat het nu voor de leden veel moeilijker is, - en het is altijd op korte termijn - een middag vrij te vragen, om dienst te doen bij een begrafenis.

Ook de mentaliteit der bevolking onderging een verandering. Ons dorp is groot geworden, we kennen elkaar niet meer. En daarmede verdwijnt het gemeenschapsgevoel.

Door al deze omstandigheden kreeg de vereniging weinig nieuwe leden. De vereniging was aan het vergrijzen.

Maar iets van dat saamhorigheidsgevoel is de leden bijgebleven. De oudere leden haakten alleen in het uiterste geval af, wanneer ze zich te oud voelden worden om naar behoren dienst te doen. Meermalen gebeurde het, dat iemand op aandringen van de medeleden, nog enkele jaren aanbleef, omdat men in zijn plaats geen nieuwe drager had kunnen vinden. Vele leden kundan ook bogen op een indrukwekkende staat van dienst.

 

EEN VIJFTIGJARIG JUBILEUM

Nog in de laatste vergadering, geleid door Kees van der Lely in het voorjaar van 1993, werd herdacht , dat dhr. Bijl, de secretaris/penningmeester 50 jaren lid van de vereniging was, waarvan 30 jaar als bestuurslid. De laatste jaren was hij, ondanks zijn hoge leeftijd, nog steeds op zijn post. In stilte werkte het bestuur aan een publieke erkenning voor het vele werk dat hij geheel belangeloos voor de gemeenschap had verricht. God had echter anders beschikt. Dhr. Bijl overleed - voor een ieder onverwacht - op Stille Zaterdag van het jaar 1994. Dat hij in ons dorp gewaardeerd werd, bleek bij zijn begrafenis. Velen, velen begeleidden hem op de weg die hij zo dikwijls als drager gegaan was. En die allen bewezen hèm nu de laatste eer.

Thans bestaat de vereniging 60 jaar. Zij kan terug zien op een goede tijd. Een tijd van dienstbaarheid aan de gemeenschap en een tijd van onderlinge trouw en vriendschap.

F.C.Groen 1994

 

 

OUD-LEDENLIJST  

                                               van                         tot                   verhuisd naar                                        overleden

K. de Baan                            1934                        1953                                                                                      1964

M. Bakker                             1934                       1968                                                                                      2001

Kl. v.d. Berg                         1934                          ?                                                                                         1955

J. Borsboom                         1934                           ?                                                                                         1968

B. van Dam                           1934                       1977                                                                                      1981

J.C. Degeling                        1934                       1938                                                                                      1982

A.A. Degenhardt                1934                       1950                                                                                      1958

A. van Dop                          1934                       1936                       Rijswijk                                

P. van Dop                           1934                       1940                       Den Haag

Adr. van Eck                        1934                           ?                                                                                        1954

C.J. Geuze                             1934                       1939                                                                                  1939

D.C. Groen                            1934                       1966                                                                                   1966

B. Hollaar                              1934                       1963                       Wemeldinge                                        1975       

C. Moerman                         1934                       1945                                                                                      1951

Nowee                                   1934                           ?                                                                                        1974

J. Ouwendijk                        1934                       1935                       Hillegom                                               1979

P. van Reeuwijk Azn.          1934                       1945                                                                                      1956

J. Saarloos Sr.                      1934                           ?

L. Stam                                  1934                           ?

J.C. van Weele                     1934                           ?                         Aalsmeer

E. van Zanten                      1934                       1962                                                                                      1964

C.F. de Zoete                       1934                       1955                                                                                      1977

F.N. v.d. Berg                       1938 *                    1956                       Friesland                                              1989

J.C. Westmaas                     1936 *                    1945

P.J. Leerdam                            ?                            ?

P. v.d. Dool                          1936 *                    1938

L.N. v.d Wel                         1937 *                    1980

Joch. Vellekoop                   1937 *                    1945

M. van Berkel                      1942                       1949                       Canada

L. Bijl                                     1944                       1994                                                                                   1994

P. Saarloos                           1946 *                    1977                                                                                   1977

A. v.d. Lely                          1950                       1963                                                                                      1985

                           1973                       1985                                                                                   1985

Th.v.d. Schoor                     1969                       1971

L. Vreugdenhil                     1952 *                    1981                                                                                      1982

N.J. Moor                             1953 *                    1968                                                                                      1971

A.A. Alblas                          1953 *                    1963                       Nieuwerkerk a/d IJssel

P. Moerman                          1955*                     1969                                                                                      1986

Jac. v.d. Wel                        1957                       1985                                                                                      1986

B. Lamers                              1960 *                    1985                                                                                      1989

P. Vellekoop                         1961 *                    1989

C. Elgersma                          1964 *                    1976                                                                                   1976

L. v.d. Berg                           1965                       1990                                                                                   1990

D. Sikkes                               1977 *                    1996                                                                                      1999

C. v.d. Lely                           1977                       1993                                                                                   1993

M.A. Al                                1979                       1991

W. v.d. Wel Pl.zn                1981                       1998                       Hoornaar

J. Markus                              1983                       1990 ?

N. Eisberg                             1986                       1995                                                                                   1995

L.van Doorn                         1992                       1995                       Waddinxveen                                      1998

A. de Boer                            2000                       2003                                                                                   2003

 

*) Voor het eerst genoemd in notulen. overleden tijdens lidmaatschap.

 

 

 

BESTUURSLEDEN

E. van Zanten                      1934                       1962

J. Ouwendijk                        1934                       1935

Kl. de Baan                           1935                       1953

B. van Dam                           1934                       1978

P.van Dop                            1934                       1936

C. Moerman                         1934                       1946

P. van Dop                           1936                       1940

M. Bakker                             1939                       1968

B. Hollaar                              1946                       1963

A. v.d. Lely                          1953                       1962

 “”  “”  “”                              1973                       1985

P. Moerman                          1963                       1969

L. Vreugdenhil                     1962                       1982

L. Bijl                                     1964                       1994

P.J. Vellekoop                      1968                       1988

Th.v.d. Schoor                     1969                       1971

L.A.v.d. Berg                       1971                       1990

W. v.d. Wel Pz.                    1982                       1998

C. v.d. Lely                           1985                       1993

J van der Gaag Azn             1995                       2005

N. van der Berg                   1995                       heden

J.M. de Bruijn                      1998                       heden

J. Ditewig                              2005                       heden

 

VOORZITTERS

 

J. Ouwendijk                        1934                       1935

Kl. de Baan                           1935                       1953

B. Hollaar                              1953                       1963

P. Moerman                          1963                       1969

Th. v.d. Schoor                    1969                       197l

B. van Dam                           1971                       1973

A. v.d. Lely                          1973                       1985

C. v.d. Lely                           1985                       1993

W. v.d. Wel Pl.z                   1993                       1998

 J.M. de Bruijn                     1998                       heden

 

SECRETARISSEN

 

E. van Zanten                      1934                       1962

L. Vreugdenhil                     1962                       1966

L. Bijl                                     1966                       1994

N. v.d. Berg                          1994                       1995

J van der Gaag Azn             1995                       2005

J. Ditewig                              2005                       heden

 

PENNINGMEESTERS

 

B. van Dam                           1934                       1976

L. Bijl                                     1976                       1994

N. v.d. Berg                          1994                       1995 

J.van der Gaag Azn             1995                       2005  

J, Ditewig                              2005                       heden

 

BEDIENAARS

M.J. Valstar                          1934                       1944

B. van Dam                           1944                       1976

L.A. v.d. Berg                      1976                       1990

 

Na 1990 (L.A.van der Berg is laatste uitvaartleider op vrijwillige basis) wordt i.v.m. wetgeving, de ter aarde bestelling geleid door een gediplomeerde beroepsmatige ondernemer met bevoegdheid van begraven of crematie.

 

 

 

 

 

 

HUIDIGE BESTUUR  en LEDEN

 

N.A. v.d. Berg (bestuurslid)

Vliethof 53

( 0174-292482

vanaf 1989 tot heden

J.M. de Bruijn (voorzitter)

De Maroc 21

( 0174-295320

vanaf 1998 tot heden

Ditewig (secr.penn.m)

Pensteen 11

( 0174- 297078

vanaf 2004 tot heden

A.C. v.d. Lely Czn

Molenweer 61

( 0174-292205

vanaf 1987 tot heden   

A. v.d. Gaag M.zn

Pr.hendrikstr 28

( 0174-295808

vanaf 1990 tot heden

J. v.d. Gaag A.zn

Windmolen 57

( 0174-296168

vanaf 1993 tot heden

J. Lamers

Pst.Vinkensteinstr. 12

( 0174-292196

vanaf 1997 tot heden

J. Verhagen

Molensteen 9

( 0174 293206

vanaf 1994 tot heden

J.van der Wel

Oosteinde 35

( 0174-294073

vanaf 2004 tot heden

 

 

W.P. van Wingerden , Uitvaartleider vanaf 1990

Nachtegaalstraat 47

2675 XW Honselaarsdijk

( 0174- 622022

                              

Bij overlijden bellen naar: W.P van Wingerden of  N.A.van der Berg