Een vergelijking van de visies

Op basis van de besproken visies is parentificatie te omschrijven als een proces waarbij de ouder, vaak door emotionele factoren, afhankelijk is van het kind. De auteurs Boszormenyi-Nagy, Minuchin, Van der Pas, Hendrickx en Oppenoorth, zien het als een krachtig patroon dat zichzelf in evenwicht houdt. Het kind krijgt hierbinnen geen kans (openlijk) kind te zijn. Dat dit ernstige gevolgen kan hebben voor de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind, wordt eveneens door de auteurs onderschreven. De auteurs Van Mierlo, Michielsen, De Buysser en Rooijakkers-Segers sluiten zich aan bij de visie van Oppenoorth die het mechanisme van projectieve identificatie vanuit de ouder als basis van het parentificatieproces ziet tussen ouder en kind. Zij onderscheiden in hun werk 'Passend geven en nemen' verschillende vormen van parentificatie en brengen op deze manier structuur aan in de soms lastig te doorgronden materie.

Een vergelijking tussen Boszormenyi-Nagy, Minuchin, Van der Pas, Hendrickx en Oppenoorth levert niet alleen overeenkomsten op. Boszormenyi-Nagy en Minuchin benaderen parentificatie bijvoorbeeld vanuit de context van het gezinssysteem en zien het ten dele als natuurlijk proces.
Boszormenyi-Nagy besteedt in zijn werk 'Invisible loyalties' samen met de auteur Spark, aandacht aan de achtergrond en de aard van onbewuste verlangens van de ouder en ziet hierin een voedingsbodem voor het ontstaan. De schuldbeladen loyaliteitseis en de verplichtingen binnen de relatie zijn voor hen belangrijke ingrediënten. Daarnaast benoemen zij de ambivalentie in de gevoelens van het geparentificeerde kind.
Van der Pas, Oppenoorth en Hendrickx daarentegen, zien parentificatie juist ontstaan binnen het kader van falend ouderschap. Zij leggen nadruk op de verantwoordelijkheden die het kind draagt, terwijl het tegelijk niet in staat is aan de verkregen rol te voldoen. Daarnaast benadrukt Van der Pas dat het kind zich juist verzet tegen veranderingen in de rolverdeling. De (on)bewuste behoeften van beide partijen benadert Van der Pas meer dan Boszormenyi-Nagy & Spark als gegeven. Met betrekking tot de aard van deze behoeften, verschilt haar visie juist van laatstgenoemden.

Samenvattend kan gezegd worden dat er weliswaar beschrijvingen van het concept parentificatie bestaan, maar dat de auteurs verschillende invalshoeken hanteren of andere accenten leggen. Daarnaast maken de paradoxen parentificatie een lastig te doorgronden concept. Tot slot is niet altijd duidelijk hoe de oorzakelijke relatie tussen (on)bewuste verlangens, de interactie tussen ouder en kind en parentificatie verloopt.