Een drietal definities van parentificatie:

- Parentificatie: "Een gezinsinteractiepatroon, waarbij generatielijnen worden   overschreden en wel in die zin dat een kind ouderlijke functies gaat vervullen t.o.v. een   ouder. Het gaat niet alleen om ouderlijke taken, maar om een omkering van rollen. Het   kind kan niet anders dan tekort schieten in zijn zogenaamde ouderrol en in zijn kind zijn   wordt het niet geaccepteerd." (Van der Pas en de Ruiter, 1992: 97)

- Parentificatie: "De gevolgen van een gebrekkig ouderschap door een exploitatie van de   pogingen van het kind om het legaat van de kindloyaliteit te vervullen. Het kind neemt   een te grote verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn te kort schietende ouders op zich   en wordt op die manier zelf gedeeltelijk ouder van zijn ouders. Wanneer het kind   erkenning krijgt voor zijn pogen, gaat dit parentificatie tegen (deparentificatie)."
  (Van Heusden en van den Eerenbeemt, 1990: 125)

- Parentificatie: "Een belangrijke consequentie van elke vorm van misbruik van ouderlijk   gezag kan worden omschreven als parentificatie. Essentieel is dat het misbruik de   asymmetrische aard van de verplichting van het kind aan zijn ouders negeert. De essentie   van destructieve parentificatie is dat meestal onopzettelijk gebruik wordt gemaakt van de   verplichting van het kind aan zijn ouders, om zo zijn afgedwongen beschikbaarheid voor   de doeleinden van de ouder, gericht op uitbuiting en afhankelijkheid, te versterken.   Omdat het kind impliciet schuldig wordt gemaakt en daardoor vast komt te zitten,   worden de hulpeloosheid en de meegaandheid van het kind versterkt. Hetzelfde geldt   voor zijn spontane loyaliteit en zijn investeringen om het gezin bij elkaar te houden."
  (Nagy & Krasner, 1994: 151)